WERKLOOSHEID EN WERKELOOSHEID

Suriname gaat al sinds 2013 gebukt onder een ernstige economische crisis die grotendeels veroorzaakt is door zwaar financieel en economisch wanbeleid en corruptie van het regiem Bouterse en consorten. Als gevolg van dit ondeugdelijke beleid, is de waarde van de Surinaamse dollar vreselijk gekelderd en de koopkracht natuurlijk ook. Aan het begin van het jaar 2020, werden we als land ook nog geconfronteerd en zwaar getroffen door de komst van Covid-19 en de pandemie die daarop wereldwijd, werd afgekondigd. Er kwamen totale lockdowns en ook een avondklok, die zware schade opleverden aan bedrijven en hun werknemers. Bepaalde bedrijven zagen geen kans wederom op te starten door de enorme verliezen die waren geleden. Werknemers werden nog enkele maanden doorbetaald, maar kwamen uiteindelijk, zonder werk te zitten. Ondertussen stegen de wisselkoersen voor de Amerikaanse dollar en de euro steeds verder en werden goederen en diensten veel duurder en wel op het onbetaalbare af. Maar net als er een begin voor alles is, komt er ook een eind en zal het ook zo zijn met de gesel van Covid-19. Het aantal besmettingen is ernstig teruggelopen en de overheid heeft daarom besloten, de Covid-19-maatregelen, te versoepelen. Je zou gevoeglijk willen aannemen, dat alles weer normaal en snel kan worden opgestart en dat de werknemers weer zouden kunnen worden opgetrommeld, om het werk te hervatten. Maar zo gemakkelijk is het tot nog toe niet gebleken. Bepaalde bedrijven kijken nog steeds tegen een dalende omzet aan en hebben te kampen met een gebrek aan werkwilligen. Deze bedrijven zijn gedurende de Covid-19-periode die twee jaar geduurd heeft, een groot deel van hun ervaren personeel kwijtgeraakt. Deze mensen zijn dus op andere plekken thans werkzaam of hebben het land verlaten. Nieuw personeel aantrekken is gemakkelijker gezegd dan gedaan, vooral wanneer het om jeugdigen gaat. Veel werkgevers die weer willen opstarten, zijn momenteel van mening, dat er niet echt sprake is van werkloosheid, maar van werkeloosheid, waarbij zogenaamde sollicitanten zich aanmelden en gelijk lonen eisen die onder deze omstandigheden door de onderneming, niet kunnen worden opgebracht. Werkgevers zitten door deze hogelooneisen van nieuwe werknemers  met de handen in het haar en blijven toch naarstig op zoek naar nieuwe werkkrachten om het bedrijf wederom levensvatbaar te maken en houden. Een ander fenomeen waarmede veel werkgevers momenteel te maken hebben, betreft de periodieke werknemers, die het bedrijf als springplank gebruiken om binnen korte tijd de baas aju te zeggen. De werkgever kan dan wederom van voren af aan beginnen, vooral wanneer het om technisch opgeleid personeel gaat. Aan de ene kant is het begrijpelijk, dat men niet voor een bepaald loon wil werken, gezien de alsmaar stijgende prijzen, maar deze ontwikkeling is wel zeer frustrerend voor het ondernemen in dit land op dit moment. Het afsnoepen van werknemers is geen nieuw fenomeen, maar geschiedt nu in hogere mate. In het geval van de niet-werklustigen onder de jeugdigen, valt op te merken, dat dezen  voor onbepaalde tijd werkeloos wensen te blijven, omdat de verzorging vanwege ouders of verzorgers, nog ruimschoots plaatsvindt. Het fnuikende is dat zolang de economie niet een daadwerkelijke en of significante groei doormaakt en er geen sprake is van een langdurige stabilisatie in valuta wisselkoersen en de prijzen van diensten en goederen plaatsvindt zal men geneigd zijn en  blijven van de ene werkplek naar de andere te trekken. Het is daarom van het allergrootste belang, dat de overheid erin slaagt, de macro-economie wederom op spoor te krijgen en groei in de staatshuishouding te bewerkstelligen. Slagen we daar niet in, dan zal de crisismisère nog langere tijd voortduren.

More
articles