AARDOLIEPRIJS EN ZIJN ONTWRICHTENDE WERKING

De internationale aardolieprijzen per barrel zijn gestadig aan het stijgen en die zijn nu allemaal in de ‘range’ van de 90 US-dollar per vat beland; en het heeft er veel van, dat die voorlopig nog geen stabilisatie zullen ondergaan. Het is en blijft onrustig binnen de aardoliebranche en dat heeft met verschillende aspecten van doen. De Covid-19-pandemie heeft daar een zeer negatieve vinger in de pap bij gehad en nog steeds doet die zich gevoelen. Ook zijn er verschillende geopolitieke spanningen in met name bepaalde wingebieden van aardolie en ook bij een oorlogsdreiging, zoals nu aan de grens van de Oekraïne en Rusland, die kunnen maken dat er grotere onrust op de oliemarkt ontstaat, waardoor de prijs voor een barrel aardolie aanhoudend stijgt.  De prijs voor WTI olie per barrel was vanochtend al US-dollar 92.17,-  voor Brentolie was die reeds 93.45,-dollar, voor Mars olie 92.26,- dollar en de OPEC referentieprijs bedroeg 94.73,- US-dollar. We denken dat wij op het westelijk halfrond ons moeten richten op de  prijs van WTI olie, die zoals voormeld, 92.17,- US-dollar voor een barrel bedraagt. Suriname koopt namelijk zijn hoeveelheden brandstoffen en smeermiddelen overwegend van leveranciers op dit halfrond. Suriname heeft bij de aanschaf van zijn brandstof, of het nu diesel, gasoline, AV gas of kerosene betreft, niets in de melk te brokkelen en moet gewoon de prijs betalen, die anderen ook betalen. Vandaar dat de prijzen bij de brandstofpompen steeds in opwaartse richting worden aangepast. Dat deze prijzen een moordende werking hebben binnen onze economie is duidelijk, vooral als je te maken hebt met een wisselkoers van boven de SRD 20,- voor een dollar. Een stijgende benzine- en dieselprijs werkt onmiddellijk negatief binnen een economie en maakt dat prijzen verder omhoog gaan en zullen gaan, zolang de aardolieprijs per barrel niet wederom omlaag gaat door een groter aanbod dan de vraag. De stijging van brandstofprijzen heeft ook in onze buurlanden funeste gevolgen en veroorzaakte met name in Brazilië, al grote protesten van onder meer de vrachtwagenchauffeurs. Alleen wanneer je als overheid brandstofsubsidies toepast en jezelf als staat tekort doet, kan je brandstofprijzen nog enigszins betaalbaar houden voor de consument, zoals men jaren achtereen heeft gedaan in Venezuela. Ook in Nederland, een zeer vermogend land, klaagt de automobilist groot en klein steen en been, over de stijgende brandstofprijzen. Ook de prijzen voor aardgas  en andere vormen van energie, zijn wereldwijd aan het toenemen. Voor ons land betekent een stijging van de brandstofprijzen een nog zwaardere belasting van het maandelijkse budget en zal nog verdere andere verhogingen tot gevolg hebben. En te midden van deze prijstoenamen, zijn er natuurlijk altijd wel mensen die bij hun aanpassingen overdreven tewerk gaan. Een goed voorbeeld is het tarief dat momenteel gevraagd wordt door bootslieden tussen Albina en Saint-Laurent vice versa. Daar vraagt men SRD 100 om de rivier over te steken per persoon. Schandelijker kan het niet, omdat de prijzen van gasoline en mengsel niet zo exorbitant zijn toegenomen om een dergelijke verhoging van het oude tarief dat 20,- bedroeg, te rechtvaardigen. Over de taxitarieven tussen Paramaribo en Albina vice versa, willen we het helemaal niet hebben. Daar worden de passagiers ook een poot uitgedraaid met een tarief van 150,- SRD per persoon. De gemeenschapszin die we vroeger in dit land kenden, is er nu helemaal uit en eenieder probeert zijn slag te slaan en houdt totaal geen rekening met de financiële draagkracht van een derde. Waar we wel ernstig rekening mee moeten houden, is dat het voor wat betreft de brandstofvoorziening eerder slechter dan beter zal worden en dat de kosten van levensonderhoud hierdoor verder onder druk zullen komen te staan. De overheid kan hier echt niet veel aan doen of verbeteren. We zullen minder gebruik moeten gaan maken van onze transportmiddelen en die slechts uit pure noodzaak inzetten.

More
articles