June 22, 2019


Broer Raoul. A wordt ook uitgezet


June 22, 2019

De Nederlandse broers Raoul Abdoellakhan en Nasser Idoe, zijn tot persona non grata ofwel ongewenst persoon, verklaard. Het ministerie van Justitie en Politie (JusPol) laat in een persverklaring via het Nationaal Informatie Instituut (NII) weten, dat het conform de Vreemdelingenwet en andere wettelijke regelingen, genoodzaakt is geweest om de broers tot ongewenste personen te verklaren op Surinaams grondgebied. Abdoellakhan die schuldig is bevonden door de rechter, is gisteren uitgezet naar Nederland. Naar de redactie verneemt, zal Idoe ook uitgezet worden. Wanneer dit gebeurt, is niet duidelijk. JusPol stelt dat de broers zich niet hebben gehouden aan de voorwaarden zoals omschreven in de artikelen 24, 25, 26, 32 en 33 van de Vreemdelingenwet 1991. Abdoellakhan werd gevonnist tot twee jaar gevangenisstraf waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Abdoellakhan kwam op 14 juni op vrije voeten, nadat hij in voorarrest zat. Gisteren werd hij in zijn woning opnieuw aangehouden door zwaarbewapende politieagenten en werd vrijwel binnen enkele uren het land uitgezet. In deze zaak stond ook Nasser Idoe, broer van Abdoellakhan, terecht. Beiden op verdenking van het voorbereiden van een terreurdaad en het ronselen van strijders voor de terreurorganisatie Islamitische Staat (IS). Idoe is door rechter Alida Johanns vrijgesproken. Ze achtte het niet bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlasteleggingen. De familie is naar de redactie verneemt bezig met de voorbereidingen om de staat voor het gerecht te slepen voor een schadevergoeding. Idoe die net als zijn broer de Nederlandse nationaliteit heeft, beschikt wel over een geldige verblijfsvergunning, maar die is ingetrokken. Hij mag binnen dertig dagen in beroep gaan bij de president. Raoul Abdoellakhan vertoefde volgens JusPol vanaf 2008 illegaal in Suriname. Het verzoek om in Suriname te verblijven, is door de minister van Justitie en Politie, Stuart Getrouw niet gehonoreerd. Op grond van artikel 26 van de Vreemdelingenwet 1991, is zijn verzoek afgewezen. Deze luidt als volgt: Tenzij het belang van de openbare orde en rust, de nationale veiligheid of de volksgezondheid zich daartegen verzet, wordt bij het verstrekken van een last tot uitzetting aan de vreemdeling een redelijke termijn gegund om te vertrekken naar een plaats buiten Suriname waar zijn toelating gewaarborgd is. Ook wordt Abdoellakhan de toegang tot Suriname voor een periode van vijf jaar ontzegd. Naar De West vernomen heeft, is de Nederlandse justitie op de hoogte van zijn uitzetting. In het vonnis is Abdoellakhan veroordeeld voor het overtreden van artikel 9: Het is verboden een vuurwapen voorhanden te hebben zonder daartoe bevoegd te zijn en 15: Voorhanden hebben van munitie van de Vuurwapenwet van de volgende artikelen in het Wetboek van Strafrecht: -Titel III: Misdrijven tegen hoofden van bevriende staten en internationaal beschermde personen: artikel 155a: De aanslag op het leven of de vrijheid van een Internationaal beschermd persoon wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren. -Deelneming aan een criminele organisatie: artikel 188 -Valse reispas: artikel 284 Het ministerie wil hierbij ten overvloede erop wijzen, dat vreemdelingen die in aanmerking zijn gekomen voor een verblijf- of vestigingsvergunning, zich aan de voorwaarden, zoals gesteld in de vergunning, dienen te houden. Het is het ministerie van Justitie en Politie na gedegen onderzoek gebleken, dat ook vreemdelingen zich de laatste jaren vaker schuldig maken aan criminele activiteiten en niet zelden als onderdeel van internationaal georganiseerde criminele organisaties met diverse effecten en invloeden op onze Surinaamse gemeenschap en de nationale veiligheid, ernstig in gevaar brengen. De overheid zal voor wat dit fenomeen betreft alsook de strijd tegen elke vorm van georganiseerde misdaad, een zerotolerancebeleid blijven voeren. De recente uitzettingen van vreemdelingen met een crimineel verleden en of zich bezighouden met criminele activiteiten, moet dan ook tegen deze achtergrond gezien worden. Het ministerie van Justitie en alle andere diensten in de keten van nationale veiligheid, zullen met de inzet van alle aan hen ten dienste staande middelen er alles aan doen, opdat elke vorm van criminaliteit op gepaste wijze wordt aangepakt. Hiermede wordt het pad van preventief beleid niet verlaten en zal de integrale aanpak voor een beheersbare veiligheid de grootste prioriteit blijven genieten van de regering. Ook de gemeenschap en het bedrijfsleven zullen hierbij medeverantwoordelijkheid moeten nemen en wordt op hen een dringend beroep gedaan om dienovereenkomstig het nodige terzake te doen alsook in voorkomende gevallen het ministerie en zijn werkarmen te informeren.