Dijk Weg naar Zee van de baan

“Bewoners van Weg naar Zee en omgeving die al jaren vrezen voor overstroming, hoeven de komende vier jaar niet uit te kijken naar een dijk. Het ministerie van Openbare Werken heeft de middelen niet voor de waterkerende dam die tot vorig jaar nog hoog op de agenda stond.” Dat zegt Remie Lachman, hoofd van de afdeling Waterkering van het ministerie van Openbare Werken en Verkeer, in een gesprek met De West. Volgens Lachman zijn de gevolgen van de financiële crisis in het land ook merkbaar op het ministerie. Om te voorkomen dat het gebied door overstroming wordt getroffen, zullen er de komende periode tijdelijke voorzieningen getroffen worden in afwachting van de bouw van een stevige definitieve zware zeewering. Een van de belangrijkste voorzieningen in deze fase is de bouw van een voorlopige betonnen dam. Het ministerie is van plan om 23 juni 2016 een openbare aanbesteding te houden voor een vierjarenplan om Weg naar Zee te redden. Aangezien de aanbesteding nog moet komen, kan Lachman nog niets zeggen over de kosten die met het project gemoeid zullen gaan.

“Het definitieve dijkenproject is momenteel in studiefase”, legt hij uit.

Op dit moment is het gebied moeilijk bereikbaar vanwege de aanhoudende regens de afgelopen dagen. De aloude dam te Weg naar Zee was op 19 februari van het vorig jaar doorgebroken. Dit kwam door springvloed. Er zijn vernielingen aangericht aan woningen en beplantingen. Het crematieoord te Weg naar Zee is toen ook getroffen. De situatie was zo erg dat er geen crematies konden plaatsvinden. Gezinnen werden geëvacueerd. Opvangmogelijkheden werden in orde gebracht door het Nationaal Coördinatie Centrum Rampenbestrijding. Door het ministerie van Openbare Werken en Verkeer, toen onder leiding van Rabin Parmessar, werd er een verzoek gedaan aan de bewoners om een stuk van hun grond af te staan voor een hulpdam. De minister had toen aangegeven een 8 kilometer lange dam te bouwen met steun van de Islamitische Ontwikkelingsbank (IsDB). De bouw van de geplande dam zou, aldus de toenmalige minister, US$ 100 miljoen kosten.

More
articles