April 8, 2019


VES komt met harde feiten


April 8, 2019

De Vereniging van Economisten in Suriname (VES) gaat niet “zeuren”…. Ze wil graag dat alle actoren in ons land eerlijk en transparant de feitelijkheden weergeven en oprecht samenwerken aan de economische ontwikkeling van ons land. Dit is ook wat de samenleving verwacht van een economistenvereniging, aldus de VES in een persverklaring waarin ze puntsgewijs ingaat op harde feiten. De verklaring luidt als volgt:

Het nieuwe Bestuur van de Vereniging heeft op de algemene ledenvergadering van 29 maart j.l. van de leden de opdracht gekregen om door te gaan met het kritisch volgen van de Surinaamse economie en de samenleving te blijven informeren en waar nodig ondersteuning te bieden aan de verzwakte overheid. Helaas lijkt het erop dat de beleidsmakers volharden in hun verkeerd economisch beleid.

De regering heeft de gemeenschap de afgelopen drie jaar doen geloven dat men druk bezig was om de zwakke onevenwichtige economie te saneren. De afgelopen week is op diverse platformen door regeringstoppers in ronde Hollandse woorden gezegd dat men onverkort doorgaat met uitgaven verder te verhogen en nóg meer te lenen. Mogelijk dat men daarom de hulp van de VES niet kan of wil gebruiken.

De VES is geen politieke partij en wil ook niet op de stoel van de politieke partijen gaan zitten. We zijn het echter aan de gemeenschap verplicht om enkele bestuurlijke en economische onjuistheden en misvattingen bloot te leggen, waaronder:

  1. “11 jaar lang hyperinflatie”: Dat er “11 jaar” lang in ons land hyperinflatie is geweest, is onjuist. Hyperinflatie is een verhoging van het gemiddelde prijspeil met meer dan 100 procent gedurende één jaar. Als we de historische inflatiecijfers bekijken, dan zien wij slechts in één jaar, te weten het jaar 1994 een hyperinflatie van 395 procent.
  2. Devaluatie: Dat de koers is gestegen van Sf 1.80 voor de USD in 1991 naar Sf 2.650 in 2003, is onjuist. Wat zijn de feiten? De koers is door slecht economisch beleid in de militaire periode (1980- 1987) vanaf het niveau van Sf 1.80 gaandeweg verslechterd. De regering Shankar-Arron (1987- 1990) is er echter niet in geslaagd de wisselkoers te stabiliseren. Na de telefonische staatsgreep heeft de regering Kraag-Wijdenbosch gedurende acht maanden in 1991, ook geen stabilisatie gebracht; sterker nog, de economie is in die periode verder verslechterd. Het daaropvolgende gekozen kabinet Venetiaan-Ajodhia (1991-1996) kon de koers pas in 1995 stabiliseren op Sf 406. Deze stabiliteit werd weer doorbroken door het kabinet Wijdenbosch-Radhakishun (1996-2000) die de koers opstuwde van Sf 406 naar Sf 3.600. Het was het tweede kabinet Venetiaan (2000-2005) dat de koers op Sf 2750 stabiliseerde waarna governor André Telting, de drie nullen schrapte en de SRD introduceerde. De rest is eenieder bekend. Het kabinet Bouterse-Ameerali devalueerde in 2011 van SRD 2.75 naar SRD 3.25 en het kabinet Bouterse-Adhin in 2016 naar SRD 7.50 en in april 2019 verder naar SRD 8.30.
  3. Overliberalisatie: Liberalisering is een proces van toenemende economische vrijheid voor burgers en ondernemers, die je historisch in haast alle democratische landen ziet. Er zijn twee typen economieёn in de wereld: de ‘vrije’ liberale economieёn waar de marktwerking en vrij ondernemerschap domineert en de ‘centraal geleide’ communistische economieёn waarin de overheid de economie domineert. Aangezien de markt niet altijd even goed werkt, hebben politici in onderontwikkelde landen de neiging alles te beslissen en de overheid een dominante rol toe te wijzen. Wanneer dit tot verstikkende bureaucratie en corruptie en tot duidelijke verarming leidt (wat in haast alle landen uitgebreid is beschreven), ontstaat de roep om meer economische vrijheid. Hiermee krijgt het ondernemen opnieuw zin en kan de economie eindelijk groeien en de welvaart toenemen. De VES wil geen staatsgeleide economie, zoals in het communistische Cuba en Venezuela. Dit systeem is de dieperliggende en fundamentele oorzaak van de armoede.
  4. Overheidsapparaat: De mededeling dat maar liefst 83.000, of 53 procent van onze beroepsbevolking bij de overheid werkt, is absoluut geen reden om trots te zijn. In welk land werkt meer dan de helft bij de overheid? In de meeste landen is dat rond de 5, maximaal 10 procent. In plaats van de particuliere sector te stimuleren om duurzame werkgelegenheid te creëren, worden mensen geregeld om bij de overvolle overheid te komen ‘zitten’, niet om te werken. Geld verdienen zonder er zinvol wat voor te doen, is dodelijk voor de arbeidsethos/zin en creëert afhankelijkheid/patronage. Dit leidt ook tot wat prof. Anthony Caram noemt ‘’de paradox van de armoede’’. Terwijl je beweert de ‘mofinawans’ te beschermen door meer te lenen, meer te subsidiëren en overheidsjobs te geven, leidt die overbesteding tot verslechtering van de koers en prijsstijgingen, waardoor met name de arme man uiteindelijk er slechter van af is.

Het overheidsapparaat dient een efficiënt en competente organisatie te zijn die essentiële diensten op professionele wijze dient te verrichten, Het is niet om werklozen op te vangen. Daar dient in samenspraak met het bedrijfsleven een gericht werkgelegenheidsprogramma voor te worden gemaakt. Dat 27.000 mensen ontslagen zouden moeten worden en/of hun kinderen brodeloos gemaakt zouden worden, is ook uit den boze. In alle hervormingsprogramma’s uitgevoerd in de wereld, gaan deze gepaard met private sector faciliterings- en (her) scholingsprogramma’s zodat men een eigen bedrijf kan opzetten of naar het bedrijfsleven kan overstappen. Zo worden zinvolle banen gecreëerd en wordt de nationale productiviteit, die nu tot een van de laagste in de regio wordt gerekend, verbeterd.

5.Bevolking betaalt de leningen niet: Op de loon/salarisslip van alle werkers staat duidelijk vermeld hoeveel loonbelasting ze afdragen en op de nota van elk product dat je koopt, staat expliciet de 10 procent omzetbelasting vermeld. Met al die belastingen samen worden de rente en eventuele terugbetaling van leningen betaald. Volgens het ministerie van Financiën, zullen alle overheidsinkomsten in 2019 samen SRD 6.5 miljard bedragen, waarvan er alleen aan rente SRD 1 miljard en aan aflossing van de leningen SRD 1.4 miljard zal worden betaald. Dit betekent dat bijna 40 procent van onze gemeenschapsmiddelen nu door het veelvuldig en ongezond lenen niet meer voor gemeenschapsdoeleinden beschikbaar is. Door dit beleid van de overheid is er geen geld om beleidsactiviteiten uit te voeren ter verhoging van onze verdiencapaciteit. Mede hierdoor lukt het niet om de begroting sluitend te krijgen en moeten we nieuwe leningen sluiten om de rente van de bestaande leningen te kunnen betalen. Geld lenen om niet-productieve banen in stand te houden of voor consumptieve doelen, staat gelijk aan kapitaalvernietiging. Alleen leningen die aantoonbaar zullen resulteren in productie- en exportvergroting zijn verantwoord, waarbij rente en aflossing niet door de belastingbetaler maar uit de meer-inkomsten kan worden betaald.

6.We zijn zo rijk: We hebben USD 200 plus miljard. We gaan daarom niet saneren, erger nog, we gaan nóg meer lenen. Dit is een aanslag op de intelligentie van de bevolking.