Beperkende maatregelen voor overheid in crisistijd

De economische crisis in ons land heeft het leven van de burgers drastisch veranderd. De bevolking bezuinigt massaal om het hoofd boven water te houden. Van bezuinigingen is nog niet veel te merken bij de overheid. Bestuurskundige August Boldewijn, gevraagd naar een reactie, zegt dat de regering het besef moet hebben dat zij beperkende maatregelen moet doorvoeren om de crisis te kunnen overwinnen.
Vorig week is een document van de overheid op sociale media terechtgekomen waarin vicepresident Ashwin Adhin, fiat verleend aan de minister van Buitenlandse Zaken, Ylidiz Pollack-Beighle, voor het uitvoeren van een dienstreis naar België voor het bijwonen van de Celac- EU-ministers meeting en voor een officieel werkbezoek aan Servië van 14 juli tot en met 21 juli. De delegatie van de minister bestond uit de waarnemend directeur van het ministerie, M. Mac Intosh en A. Christopher, chef protocol. De reiskosten bedroegen in totaal US- dollar 20.765.
Volgens Boldewijn moet duidelijk zijn wat de reden is waarom een dergelijke reis wordt ondernomen, wat de bedoeling ervan is en in welke hoedanigheid men reist. De minister van Buitenlandse Zaken vertegenwoordigt bij elke reis die zij onderneemt, het Surinaamse volk, daarom moet zij volgens Boldewijn van tevoren het parlement informeren als zij op dienstreis gaat. Ook is het van belang dat er geen incidentele reizen worden ondernomen, maar dat er gewerkt wordt conform de begroting die goedgekeurd is door het parlement.

Incidentele reizen zullen volgens Boldewijn een druk leggen op de begroting. Indien blijkt dat er buiten de orde is gehandeld, kan het parlement de minister tot verantwoording roepen. De financiële informatie kan volgens hem via de voorzitter van het parlement aan de financiële afdeling van het ministerie worden opgevraagd.
Het komt vaak voor dat ministers en parlementariërs business class vliegen. Boldewijn vindt dat indien zij zich bewust zijn van de economische situatie, zij ervoor zouden moeten kiezen om zo min mogelijk geld uit te geven. Boldewijn zegt dat dit geen nieuwigheid is en verwijst naar de toenmalige Nederlandse premier, Joop den Uyl, die in 1973 een afspraak maakte met zijn Raad van Ministers om 10 procent minder te verdienen in verband met de oliecrisis. Hij geeft aan dat verschillende landen, als er sprake is van een crisis, beperkende maatregelen doorvoeren om die te boven te komen. De doelstelling is dan om meer geld naar binnen halen dan uit te geven.
Boldewijn erkent dat er reizen zijn die ondernomen moeten worden, omdat ons land lid is van een aantal organisaties, maar hij vindt dat er dan om de kosten te drukken, een kleine delegatie moet gaan in plaats van een grote. Tijdens de verschillende reizen worden er tal van overeenkomsten ondertekend. Echter schort het soms aan de uitvoering ervan. De bestuurskundige stelt dat een Memorandum of Understanding (MoU) niet altijd onmiddellijk vatbaar is voor uitvoering, maar zegt dat het ook voorkomt dat er niets meer over de MoU wordt gehoord. Hij geeft aan dat bij de uitvoering, de overeenkomst soms eerst in het parlement besproken moet worden. Als dat niet gebeurt, kan de MoU op de lange baan geschoven worden. Echter heeft zo een MoU ons land wel geld gekost in de vorm van de ticketkosten en daggelden. Boldewijn benadrukt dat bij terugkeer van dienstreis, de ministeriële commissies van het parlement een rapportage moet eisen, waarna deze in het openbaar wordt behandeld om het volk te informeren. Hierdoor zal er volgens hem geen ruimte zijn voor snoepreisjes. De bestuurskundige kan zich nog herinneren dat hij iemand ooit tegenkwam op de luchthaven en hem vroeg wat de resultaten zijn van zijn reis. Hij kreeg als antwoord dat het weer heel erg mooi was en dat hij lekker heeft gezwommen. Boldewijn geeft aan dat het ook gebeurt dat mensen op dienstreis gaan maar de vergaderingen/ discussies niet bijwonen.

 

-door Johannes Damodar Patak-

More
articles