NA PINA TYARI ME

Dat er in heel Suriname sprake is van werkloosheid die steeds erger wordt, is geen geheim meer. Het is dan ook geen wonder dat velen genoodzaakt zijn te gaan ‘hosselen’, hetgeen op verschillende wijzen gestalte krijgt. In het oosten van het land houden velen zich staande in de goudsector, weer anderen zitten in het transport en de tuinbouw. In Paramaribo gaan velen op zoek naar werk en keren vaak teleurgesteld huiswaarts. Weer anderen die niet uitkomen met hun maandelijkse salaris, zoeken naar een tweede baan om toch nog redelijk de eindjes aan elkaar te knopen. Een tweede baantje ligt in het huidige Suriname ook niet voor het grijpen. Over het gehele land is de depressie voelbaar en tot op heden is niet te merken dat er verbetering aan het optreden is. In west-Suriname hebben inheemse jongeren laten doorschemeren aan de goudwinning te willen gaan doen, hetgeen inhoudt dat ook in de Corantijnrivier er verontreiniging veroorzaakt door kwik dumping zou plaatsvinden, hetgeen grote nadelige gevolgen zal hebben voor de mensen die aan de Corantijn wonen en afhankelijk zijn van die rivier voor de visvangst. Ook mag helemaal niet uit het oog verloren worden, dat water van de Corantijn wordt benut voor de bevloeiing van de rijstvelden in Nickerie en dat vervuiling van deze rivier op geen enkele wijze kan worden toegestaan door de overheid, al beweren de belanghebbenden die van plan zijn aan de goudwinning te gaan doen, dat zonder kwik te willen. Dat is natuurlijk de grootste onzin en wie dat gelooft, is uitermate goedgelovig of naïef. De goudwinning zonder kwik is naar verluidt duurder en geld hebben deze mensen met snode bedoelingen zeker niet. Meer dan ooit moeten het traditioneel gezag ter plaatse en de overheid erop toezien dat men in het westen van dit land niet aan goudwinning gaat doen, anders komt onze hoofdvoedselvoorziening in groot gevaar. Eerlijkheidshalve moeten wij stellen, dat er zeker bij ons niet de indruk leeft dat goudwinning in dat gebied door deze regering zal worden geaccepteerd, omdat leden van deze regering en in het bijzonder Abrakadabri aldaar, grote eco-belangen heeft en wel te Matapi. En juist in die omgeving zou men met de goudwinning willen starten. Als dat gebeurt komt geen ‘hond’ meer naar het toeristenverblijf te Matapi dat aan de Corantijn ligt. De overheid moet daarom ten spoedigste gaan kijken hoe ze aan werkgelegenheid voor jonge inheemsen uit het West-Suriname gebied komt. Doet ze wederom niets, dan moet ze er niet vreemd van opkijken als ze ineens de goudpompen aldaar hoort draaien.