NIET PAARS GENOEG

Kolonel Adolf Jardim zal na het defilé van het Nationaal Leger op 25 november aanstaande, onze onafhankelijkheidsdag, officieel afzwaaien als plaatsvervangend bevelhebber van onze grootste gewapende macht. Hij wordt opgevolgd door luitenant-kolonel Robert Kartodikromo die laatstelijk nog de luchtmacht onder zijn beheer had. Jardim heeft een langdurige militaire carrière achter de rug en heeft bij verschillende onderdelen van de landmacht gediend. Tijdens de strijd in het binnenland heeft deze officier der commandotroepen zijn sporen verdiend. Samen met de andere geveschtcommandanten, Mercuur, Linscheer en Nelom, trok hij naar de gevechtsgebieden om de strijd met het Jungle Commando van Brunswijk aan te binden. Jardim leverde voor het Nationaal Leger en Suriname een belangrijke bijdrage en het was dan ook verwachtbaar dat na het vertrek van Mercuur in februari 2011, Jardim hem zou opvolgen. De opperbevelhebber besloot echter anders en koos voor kolonel Gillard. De laatstgenoemde zorgde binnen een vrij korte tijd voor veel ontevredenheid bij hoge officieren, onderofficieren en manschappen door zijn manier van leiding geven en werd daarom ook door de president vervangen. Hij werd vervangen door de officier der verbindingen, Benschop, die ook meteen door Bouterse tot generaal werd bevorderd. Jardim bleef zijn werk doen, maar kreeg nimmer voldoende bevoegdheden om een positieve invloed te kunnen leveren voor deze strijdmacht. Na de verkiezingen van 2015, werd Benschop de minister van Defensie, maar bleef de facto de bevelhebber van het Nationaal Leger en die situatie is tot op heden ongewijzigd. Kolonel Jardim werd waarnemend bevelhebber, maar kreeg niet de volledige bevoegdheden voor die functie. In wezen was er vanaf dat moment een ondermijning van de waarnemend bevelhebber en werden en worden alle belangrijke beslissingen het leger regarderend, door Benschop genomen. Jardim die zeker tot de aanhangers van de paarse partij kan worden gerekend, werd het niet gegund de bevelhebber te zijn. De opperbevelhebber en zijn minister van Defensie hadden en hebben andere plannen voor deze gewapende macht en daar paste Jardim vrijwel zeker niet in. Kolonel Jardim heeft zich naar wat wij vermoeden, zeker niet voldoende NDP’er getoond of heeft zich het geslijm dat nodig is om hogerop te komen, niet helemaal eigen kunnen maken. Hij werd daarom dan ook glashard gepasseerd. Wat hem ook de das kan hebben omgedaan, is het feit dat hij onder Mercuur als bevelhebber zeker 10 jaar als commandant Landmacht heeft aangezeten en dat heeft misschien wantrouwen bij de paarse kliek heeft teweeggebracht. Jardim stapt er thans uit en heeft genoeg bezigheden om zich geen grote frustraties op de hals te halen. De wijze waarop Jardim zijn langlopende carrière heeft moeten beëindigen, geeft aan hoe je binnen deze gewapende macht na aanzienlijke verrichtingen voor land en volk met gevaar voor eigen leven, als oud vuil kan worden weggezet. Maar Jardim moet eigenlijk niet echt verbaasd zijn over de wijze waarop hij is behandeld in de slotfase van zijn militaire carrière. Zijn wapenbroeder, kolonel Ernst Mercuur, die tijdens vele momenten zijn leven op het spel heeft gezet voor het Nationaal Leger en zijn bevelhebber Bouterse in de strijd tegen het Jungle Commando, werd ook op zeer onbeschofte wijze behandeld door minister Lamuré Latour, kort voor zijn overdracht in februari 2011, ondanks dat de man zich bijna 10 jaar naar eer en geweten en in alle eerlijkheid had ingezet om een Nationaal Leger, dat na de zogeheten dictatuur geheel aan de grond zat, weer op poten te krijgen. De tegenwerking die Mercuur moest ondergaan in zijn periode als bevelhebber, daar kunnen wij nog boekdelen over schrijven. Het huidige Nationaal Leger heeft momenteel wederom ernstige problemen en kampt met grote tekorten. De regering Bouterse schijnt er nauwelijks baat bij te hebben deze gewapende macht op een redelijk gevechtsklaar niveau te houden. Bovendien is het zo, dat men nu meer interesse heeft voor een ‘faja blo’ eenheid binnen het Nationaal Leger met allerlei zeer bedenkelijke, niet grondwettelijk onderbouwde praktijken dan voor het daadwerkelijke militaire werk.