MOENGO HOE VERDER?

Onlangs werd een aantal bezittingen van de Alcoa, waaronder het stafdorp te Moengo, aan de staat overgedragen. De regering Bouterse heeft het gehele stafemplacement gelijk in militair terrein omgedoopt, onder het mom van het tegengaan van losbandigheid. Wat de regering met de onroerende goederen binnen het stafdorp van plan is , is nog niet duidelijk. Wij hebben wel het vermoeden dat de woningen binnen het stafdorp zullen worden verdeeld onder NDP-bestuursleden en aan de partij gelieerde elementen. Als dat niet zo is, behoort deze regering spoedig bekend te maken wat de bestemming wordt van al de gebouwen binnen dit complex. Ook het voormalige ziekenhuis te Moengo is aan de staat overgedragen en ook voor dit grote gebouw dient de overheid een juiste bestemming te vinden. Naar wij vernemen wordt een deel van het voormalige ziekenhuis geoccupeerd door mensen die kunstzinnig bezig willen zijn, maar niet eens in staat zijn de rekeningen voor de nutsvoorzieningen te voldoen, hetgeen natuurlijk ook niet kan en men niet mag verwachten dat de EBS en de SWM gratis deze voorzieningen zullen blijven verstrekken. Wie aangesloten is op het elektriciteitsnet van de EBS en water toegeleverd krijgt van de SWM, moet gewoon de rekeningen op tijd voldoen. Dat doen de consumenten in andere delen van de republiek toch ook? Het is daarom onacceptabel dat lieden in Moengo of ze nou kunstenaar zijn of niet, denken dat ze gratis van stroom en water zullen kunnen blijven genieten. Overigens is het zo dat de overheid ten spoedigste moet aangeven wat ze uiteindelijk met een plaats als Moengo van plan is. Er heerst daar grote werkloosheid sinds de Suralco haar werkzaamheden plaatselijk heeft stopgezet en alle werknemers heeft afgevloeid. Veel gezinnen die afhankelijk waren van een Suralco baan en decennialang in de bauxietstad woonden, zijn al naar de districten Commewijne en Wanica verhuisd. Moengo biedt dan ook een steeds troostelozer beeld aan een ieder die het stadje in het verleden heeft gekend en er regelmatig een bezoek bracht. De Lijnweg die voorheen activiteiten van verschillende aard vertoonde, ligt er voor een groot deel verlaten bij. Een groot aantal winkels is al geruime tijd gesloten. In de omgeving van het filiaal van de DSB zijn verschillende detailhandelaren nog actief. Of die in Moengo zullen blijven nu de werkgelegenheid en de koopkracht steeds verder afnemen en het risico van een verhoogde criminaliteit niet ondenkbaar is, blijft een open vraag. Een grootondernemer heeft er nog wel een fabriek staan en biedt dus nog wat werk, maar veel meer opbouwende activiteiten zijn er voorts niet meer te bespeuren. Tot nog toe heeft een Chinese ondernemer niet de gelegenheid gekregen in het Patamaccagebied een oliepalmproject op te starten. Een dergelijk project zou toch wel voor wat meer werkgelegenheid in het gebied kunnen zorgen. Maar zolang zulks niet van de grond komt, ziet de toekomst van Moengo er niet bepaald rooskleurig uit. En toch dient de overheid zich meer te gaan verdiepen in Oost-Suriname en vooral het gebied dat als Beneden Marowijne bekend staat waar de ontwikkeling al zeker 25 jaar stagneert en de mensen zich door het zogeheten ‘hosselen’ staande houden. Er dient hard gewerkt te worden aan het creëren van meer banen, willen we de criminaliteit als gevolg van armoede en uitzichtloosheid, het hoofd kunnen bieden. Misschien zou het opzetten van een moderne en grote houtzagerij te Moengo met gekapte bomen uit het Patamaccagebied een uitkomst bieden en meer mensen aan werk kunnen helpen. Dat er ingegrepen moet worden in Moengo om het stadje weer leefbaar te maken, staat buiten kijf.