GELIJKE MONNIKEN GELIJKE KAPPEN

Wie zich aan een ernstig strafbaar feit, zoals veelvuldige moord met voorbedachten rade, schuldig maakt zal zich uiteindelijk voor de strafrechter moeten verantwoorden.  Het kan dan ook nooit zo zijn,  dat bepaalde mensen voor dergelijke delicten straffeloos blijven.  We moeten gewoon een kijkje op dit continent nemen en dan zien we dat grote mensenrechtenschendingen gepleegd tijdens militaire dictaturen, veelal niet ongestraft bleven. In Argentinië bijvoorbeeld, gingen  de generaals die onder leiding van Videla een staatsgreep pleegden en op grote schaal de mensenrechten hebben geschonden, op latere en ook wel hoge leeftijd het gevang in na langdurige strafprocessen. In ons land hebben we ook een periode van militaire dictatuur gekend onder leiding van Desi Bouterse, de huidige president van dit land . Tijdens deze dictatuur zijn de mensenrechten ook op flagrante wijze geschonden, met als een van de hoogtepunten de moorden van 8 december 1982.  Op die bewuste dag werden maar liefst 15 vooraanstaande  burgers van dit land, waaronder advocaten, ondernemers, journalisten, vakbondsleiders en militairen, op bestiale wijze door militairen gemarteld en vervolgens doodgeschoten. In de afgelopen 35 jaar hebben de verdachten van deze moorden op allerhande manieren getracht, straffeloos te blijven. De nabestaanden van de slachtoffers hebben nimmer het hoofd laten hangen en er voortdurend op gehamerd dat deze slachting in het Fort Zeelandia moest worden onderzocht en de verdachten vervolgd. Onder de regering van het Nieuw Front kon uiteindelijk een aanvang gemaakt worden met het onderzoek in de 8 decembermoorden zaak en de vervolging worden ingezet.  Desi Bouterse die in 1982 de bevelhebber was van het Nationaal Leger en gerust kon worden gezien als de machtigste man in Suriname, wordt tot op de dag van heden gezien als de hoofdverdachte en verantwoordelijke voor deze massaslachting.  Hij heeft er dan ook alles wat binnen zijn vermogen ligt, aan gedaan om het strafproces in de wielen te rijden. Juridische spitsvondigheden werden bedacht waarbij er niet voor geschroomd werd in strijd met onze grondwet te handelen. Gelegenheidswetgeving in de vorm van de wijziging van een Amnestiewet werd met de grootste spoed door De Nationale Assemblee in behandeling genomen en goedgekeurd.  De bedoeling was om met een gewijzigde Amnestiewet die niet meer was dan een juridisch paskwil,  de verdachten van de moorden van 8 december straffeloos te houden. Zowel lokale als buitenlandse juristen veegden de gewijzigde Amnestiewet van de tafel als onbruikbaar en zeker niet toepasbaar in de 8 decemberzaak. In 2016 werd er wederom een noodgreep toegepast in een poging  het 8 Decemberstrafproces de fatale doodsteek toe te brengen.  Ook deze juridische ingreep op basis van artikel 148 van de Grondwet werd gisteren door de Krijgsraad als niet steekhoudend verworpen.  De president van de Krijgsraad, mr. Cynthia Valstein-Montnor verklaarde zowel in de burger- als de militaire kamer, dat het Openbaar Ministerie  helemaal geen rol te vervullen heeft  in de fase waarin het  strafproces beland is. De bewoordingen,  oftewel de heerschappij van het Openbaar Ministerie, houden volgens Montnor op  wanneer het strafproces al is aangevangen en dat is in het oordeel van de Krijgsraad bij alle verdachten opgenomen. De president van de Krijgsraad heeft de auditeur-militair, de verdediging van de verdachten, de verdachten en het publiek, uitdrukkelijk meegedeeld dat er van een incident, zoals door de auditeur militair de inzet van artikel 148 uit de Grondwet door de regering werd aangehaald, totaal geen sprake is.  De toepassing van dit artikel was bedoeld om  het proces tegen de verdachten te stoppen. De verdere vervolging van de verdachten zal volgens de president van de Krijgsraad derhalve niet gestopt worden.  Daarenboven besliste de Krijgsraad gisteren dat de auditeur-militair gelijk een aanvang kon maken met zijn requisitoir.  De openbare aanklager in deze, mr. Elgin, vroeg echter om uitstel. De zitting werd vervolgens uitgesteld naar 9 februari. De bedoeling is dat Elgin dan zover is dat hij zijn requisitoir kan houden.  Voor de nabestaanden van de slachtoffers van 8 december 1982, betekent hetgeen zich gisteren heeft voltrokken in de burger- en militaire kamer de overwinning. Decennialang hebben deze nabestaanden gewacht op een ontknoping in deze zaak en rekenen op een oordeel van de Krijgsraad. Hoe dat ook uitpakt, ze zullen zich daarin moeten berusten.  Voor de verdachten waaronder de hoofdverdachte, betekent de beoordeling van de Krijgsraad op de toepassing van artikel 148 gisteren, een zeer slechte tijding. De verdachten zullen thans wel inzien dat er zuiver juridisch niet veel meer uitwegen te bewandelen zijn. Of men zich wenst neer te leggen bij hetgeen binnen de Krijgsraad is beslist, zal de tijd leren.  De verdachten van de 8 decembermoorden dienen zich wel te realiseren, dat dit slopende rechtsproces zowel hier als in het buitenland nauwgezet wordt gevolgd en dat handelingen die niet in een democratische rechtsstaat horen, niet zullen worden gewaardeerd en consequenties hebben.