BEP-fractieleider Ronnie Asabina heeft onlangs in De Nationale Assemblee tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen, de uitspraak van de president dat elke Surinamer USD 750 uit de royalty van de olie-inkomsten zal ontvangen, fel bekritiseerd. Asabina noemt de Royalty voor Iedereen (RVI), een verkiezingsstunt. ‘’Wij van de BEP-fractie zien dit als valse hoop, een optische illusie, een grote grap, omdat het op drijfzand is gebouwd. Twee jaren terug was ook een financieel leuke kerst aan iedere ambtenaar beloofd. Toen puntje bij paaltje kwam, was de goede kerst niet meer dan 200 SRD per ambtenaar.‘’
Asabina stelde dat er alles aan gedaan moet worden om te voorkomen dat het volk in een ‘’leeg zwembad’’ springt. ‘’Het is geen goed idee het getergde volk met dit soort uitspraken financieel te compenseren, voor het leed, voor de offers die zijn gebracht’’, aldus Asabina. ‘’Wij zien het als een verkiezingsstunt, maar ook als een instrument om niet-geregistreerde Surinamers die thuis horen in de boeken van de Belastingdienst en belastingontduikers in het belastingsysteem te krijgen, idem de alarmerende informele sector terug te dringen.‘’
Het is volgens Asabina alom bekend dat de belastingmoraal in Suriname alarmerend laag is en dat belastingontduiking in ons land bijna in de richting koerst van volkssport nummer één. ‘’De statistieken spreken boekdelen, of beter gezegd meten is weten.
Als wij het totaal aantal belastingontvangsten in procenten uitdrukken van ons bruto binnenlands product, komen wij tot scheve en alarmerende uitkomsten. Ook is het publiek geheim dat een belangrijk deel van onze economie, buiten het formele circuit plaatsvindt. Ik praat hier over de omvang van de informele sector. Niemand anders dan beide monetaire autoriteiten hebben onlangs aangegeven, geen macro-economische verklaring te vinden voor de stijgende wisselkoers en inflatie.‘’
Asabina voerde aan dat monetaire autoriteiten hun kaken stijf op elkaar houden en de samenleving de informatie onthouden, dat voor de samenleving onzichtbare handen, de economie ook in hun greep hebben. ‘’Men moet de samenleving juist informeren dat met de introductie van de BTW, de informele sector informeler is geworden, de belastingontduiking omvangrijker is geworden.‘’ Volgens Asabina staat men er niet bij stil dat de BTW vrije grens SRD 1 miljoen is, minder dan 30.000 USD. ‘’Dit betekent dat haast alle supermarkten, winkelzaken, exploitanten van service stations in het belastingbestand thuishoren, net als alle vrachtvaarders, het merendeel van de zelfstandige ondernemers en het gros van de toeristische oorden. Als wij de realiteit in acht nemen, is de gap heel groot. Ik praat niet eens over vermogensbelastingplichtigen die niet voorkomen in het belastingbestand. Om die grote gap tot normale proporties terug te brengen, is RVI primair geïntroduceerd, want de regering zegt ook, dat daarmee meerdere vliegen in één klap gevangen zullen worden.‘’
Om in aanmerking te komen voor de RVI, zouden de mensen, volgens Asabina eerst in het belastingbestand moeten worden opgenomen. Dit betreft baby’s, Surinamers in strafinrichtingen en mensen werkzaam in het buitenland. ‘’U begrijpt dat het een uitermate arbeidsintensieve bezigheid voor de Belastingdienst zal zijn om alle 600.000 Surinamers, althans dat deel dat nog niet voorkomt, in durf te zeggen, ruim 80 procent van de bevolking, moet zich additioneel bij de Belastingdienst gaan registreren. Primair niet om in aanmerking te komen, of beter te zeggen aandeelhouder met een inleg van USD 750, nee om in het vizier van de Belastingdienst te komen. De kardinale en centrale vraag is vanwaar de Belastingdienst deze armslag zal halen. U heeft zelf meegemaakt hoe pover de bewustwordingsprogramma’s en projecten in het kader van de introductie van BTW tot nu toe plaatsvinden.‘’
– door Orsilia Dinge –

