De waterkwaliteit van de Saramaccarivier is volgens de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) aanzienlijk verbeterd. Uit recente laboratoriumonderzoeken blijkt dat de concentraties van arseen, cadmium, kwik en lood in het rivierwater sterk zijn afgenomen. Ook is in de onderzochte monsters geen vrije cyanide aangetroffen. Op basis van deze bevindingen kunnen bewoners van de omliggende dorpen, het rivierwater weer gebruiken.
De positieve resultaten komen voort uit metingen die in september en oktober 2026 zijn uitgevoerd door de NMA, in samenwerking met de Surinaamse Waterleiding Maatschappij (SWM). De meetgegevens laten een gunstiger beeld zien dan bij eerdere onderzoeken. De autoriteit stelt daarom dat er op dit moment voldoende grond is om het gebruik van het rivierwater te hervatten.
De verbetering betekent echter niet, dat de controle op de waterkwaliteit wordt stopgezet. Een multidisciplinaire werkgroep, waarin verschillende overheids- en gezondheidsinstanties samenwerken, zal de situatie de komende zes maanden nauwlettend volgen. Gedurende deze periode worden aanvullende metingen uitgevoerd, om eventuele veranderingen, tijdig vast te stellen. De betrokken gemeenschappen zullen op de hoogte worden gehouden van nieuwe onderzoeksresultaten.
Ofschoon het rivierwater volgens de huidige meetresultaten weer veilig kan worden gebruikt, geldt voor de consumptie van vis voorlopig nog een waarschuwing. De NMA adviseert bewoners roofvissen, voorlopig niet te eten. Deze vissoorten staan hoog in de voedselketen en kunnen daardoor grotere hoeveelheden kwik in hun lichaam ophopen. Om meer inzicht te krijgen in mogelijke verontreiniging van vis, wordt een afzonderlijk monitoringsprogramma opgezet. Het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) zal de vismonsters verzamelen, waarna het Viskeuringsinstituut (VKI) de laboratoriumonderzoeken uitvoert. De eerste verzameling van monsters staat gepland voor de tweede week van november 2026. Daarna zal dit ieder kwartaal gebeuren.
De NMA geeft aan, de samenwerking met de betrokken instanties voort te zetten. Daarbij blijven controle op de milieukwaliteit, voorlichting en bescherming van de gezondheid van de bewoners centraal staan.

