De groeiende vraag naar elektriciteit, dwingt Suriname om versneld te zoeken naar nieuwe bronnen van energie. Volgens het Kabinet van de President bedraagt het huidige tekort aan beschikbaar elektriciteitsvermogen ongeveer 80 megawatt. Als er niet tijdig extra capaciteit wordt toegevoegd, kan dit tekort tegen 2030 oplopen tot tussen de 120 en 140 megawatt. De regering ziet zonne-energie als een belangrijke mogelijkheid om de toenemende vraag op te vangen. Tijdens een strategische rondetafeldiscussie over zonne-energie, die op vrijdag 30 oktober in de Congreshal werd gehouden, werd duidelijk dat er belangstelling bestaat vanuit buitenlandse investeerders. Minstens vier internationale bedrijven hebben volgens president Jennifer Simons, plannen gepresenteerd voor zonne-energie-centrales met een gezamenlijke capaciteit van meer dan 200 megawatt. De plannen kunnen volgens de president, pas uitgevoerd worden als de huidige wet- en regelgeving is aangepast. De bijeenkomst werd gehouden op initiatief van het Kabinet van de President en maakt deel uit van de voorbereiding van de Nationale Energie Roadmap 2026-2035. Overheid en bedrijfsleven bespraken daarbij onder meer de mogelijkheden voor investeringen in duurzame energie en de manier waarop de samenwerking tussen beide sectoren, kan worden verbeterd.
Simons benadrukte dat Suriname niet uitsluitend afhankelijk kan blijven van de bestaande energiebronnen. De Afobaka-waterkrachtcentrale blijft volgens haar, een belangrijke pijler van de energievoorziening, maar daarnaast moet het land meer gebruikmaken van zonne- en windenergie en andere nieuwe technologieën. De verwachte ontwikkelingen binnen de olie- en gassector zullen de vraag naar elektriciteit bovendien verder doen stijgen. Ook internationale ontwikkelingen en de wisselende olieprijzen maken volgens de president duidelijk dat energie-zekerheid een belangrijk aandachtspunt moet blijven.
De voorstellen van buitenlandse bedrijven kunnen volgens Simons een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten van de productiecapaciteit. In de eerste fase zouden deze projecten volgens haar geen directe investeringsuitgaven van de Staat vereisen. De opgewekte stroom zou vervolgens aan de Energie Bedrijven Suriname (EBS) worden geleverd. Daarvoor moeten echter eerst de wettelijke voorwaarden op orde worden gebracht. Simons gaf aan zich hiervoor te willen inzetten.
De chefstaf van het Kabinet van de President, Sergio Akiemboto, wees erop dat Suriname inmiddels bijna tien jaar verder is sinds de Elektriciteitswet van 2016 werd ingevoerd. Ondanks deze wet is er volgens hem nog geen grootschalig zonne-energie-project gerealiseerd via de wettelijk voorgeschreven openbare aanbestedingsprocedure. Volgens Akiemboto ontbreken nog belangrijke uitvoeringsregels. Het gaat onder meer om voorschriften voor aanbestedingen, vergunningen, aansluiting op het elektriciteitsnet en de contractuele zekerheid die investeerders nodig hebben.
Het uitblijven van deze regelgeving heeft volgens hem directe gevolgen voor de ontwikkeling van nieuwe energieprojecten. Hij benadrukte dat het tekort aan beschikbare capaciteit niet alleen een technisch probleem is, maar ook gevolgen kan hebben voor investeringen, economische groei en de kosten waarmee bedrijven en consumenten worden geconfronteerd.
De regering kijkt niet alleen naar grote zon-ne-energiecentrales. Ook huishoudens en bedrijven moeten volgens Simons, meer mogelijkheden krijgen om zelf zonnepanelen te plaatsen. De president verwees daarbij naar twee banken die inmiddels financieringsmogelijkheden aanbieden voor investeringen in zonne-energie. Zij vindt dat verder moet worden onderzocht, hoe de financiële drempel voor burgers kan worden verlaagd, aangezien de aanschaf en installatie van zonnepanelen voor veel huishoudens een forse investering vormen.
Simons wil dat vanaf 2027 een duidelijke groei zichtbaar wordt in het gebruik van zonne-energie. Vooral bedrijven en huishoudens met een hoog elektriciteitsverbruik moeten volgens haar worden gestimuleerd om over te stappen op deze vorm van energie.
De rondetafeldiscussie moet uiteindelijk leiden tot concrete voorstellen voor aanpassing van de regelgeving en het aantrekken van investeringen. Daarmee wil de regering voorkomen dat een tekort aan elektriciteit de verdere economische ontwikkeling van Suriname afremt.

