De Surinaamse Orde van Advocaten (SOVA) maakt zich zorgen over het wetsontwerp inzake beslaglegging, dat volgens de orde, onvoldoende waarborgen biedt voor burgers en bedrijven, om hun rechten daadwerkelijk te kunnen afdwingen. Ook na aanpassing van het ontwerp zijn de belangrijkste bezwaren volgens de orde, niet weggenomen. Elleson Fraenk, de deken van de SOVA heeft op vrijdag 23 oktober tijdens de installatiezitting van vijftien nieuwe rechters benadrukt, dat wetgeving de toegang tot effectieve rechtsbescherming niet mag ondermijnen, ook niet wanneer de staat partij is in een geschil.
Fraenk wees erop dat zowel de SOVA als de rechterlijke macht, de Vereniging van Deurwaarders en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, kritische kanttekeningen hebben geplaatst bij het wetsontwerp.
Dat verschillende beroepsgroepen vergelijkbare zorgen uiten, zou volgens Fraenk aanleiding moeten zijn, de voorgestelde regeling opnieuw zorgvuldig te beoordelen. Ofschoon het ontwerp reeds is aangepast en binnenkort in De Nationale Assemblée zal worden behandeld, blijven volgens de orde, de fundamentele bezwaren bestaan. Fraenk erkent dat de continuïteit van essentiële overheidstaken gewaarborgd moet worden, maar stelt dat dit niet ten koste mag gaan van de mogelijkheid van burgers en ondernemingen, hun recht te halen.
Volgens Fraenk is effectieve rechtsbescherming een wezenlijk onderdeel van de rechtsstaat. Rechterlijke uitspraken moeten niet alleen op papier bestaan, maar ook daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd. Wetgeving die dat vermogen mogelijk beperkt, vraagt daarom om bijzondere zorgvuldigheid. Fraenk roept op de waarschuwingen vanuit de rechtspraktijk serieus te nemen, voordat de regeling wordt aangenomen. Fraenk bracht ook de reactivering van het Constitutioneel Hof onder de aandacht. Volgens haar is een functionerend hof noodzakelijk, om wetgeving aan de grondwet te kunnen toetsen. De SOVA heeft herhaaldelijk aangedrongen op het opnieuw operationeel maken van dit instituut en vindt dat dit niet langer mag worden uitgesteld.
De deken benadrukte dat grondrechten niet alleen formeel moeten worden erkend, maar ook in de praktijk beschermd moeten zijn. Juist wanneer voorgestelde wetgeving vragen oproept over de bescherming van burgers, is constitutionele toetsing van groot belang. De installatie van vijftien nieuwe rechters noemde Fraenk een belangrijke stap voor de Surinaamse rechtspraak. Fraenk waarschuwde ervoor te verwachten dat de uitbreiding van het aantal rechters automatisch alle bestaande knelpunten zal oplossen.
Naast voldoende rechters zijn volgens Fraenk ook geschikte zittingslocaties, financiële middelen, organisatorische ondersteuning en efficiënte werkprocessen nodig. De capaciteit van de rechterlijke macht moet structureel worden versterkt om zaken zorgvuldig en binnen een redelijke termijn te kunnen behandelen.
Voor rechtzoekenden is tijdige rechtspraak immers van direct belang. De betekenis van hun rechten hangt mede af van de vraag, of zij die rechten daadwerkelijk kunnen uitoefenen. Fraenk riep daarom alle betrokken instanties op, de voorwaarden voor kwalitatieve rechtspraak blijvend op de agenda te houden.
Fraenk drukte de de pas geïnstalleerde rechters op het hart om onafhankelijk en onpartijdig te blijven. Zij wees tevens de nieuwe rechters op de verantwoordelijkheid die het ambt met zich meebrengt. Volgens Fraenk moet de samenleving erop kunnen vertrouwen dat rechterlijke beslissingen uitsluitend worden gebaseerd op het recht en de feiten, zonder beïnvloeding door de positie of belangen van procespartijen. Fraenk benadrukte dat onafhankelijkheid, onpartijdigheid en integriteit niet alleen beginselen zijn die bij de aanvaarding van het ambt worden onderschreven, maar vooral in de dagelijkse praktijk moeten blijken. Dat komt onder meer tot uiting in de voorbereiding van zaken, de beoordeling van argumenten en de motivering van uitspraken.
Ofschoon niet iedere procespartij tevreden zal zijn met een rechterlijke beslissing, moet iedere rechtzoekende erop kunnen vertrouwen dat de zaak zorgvuldig en eerlijk is behandeld. De kwaliteit van rechtspraak wordt volgens Fraenk dan ook niet uitsluitend bepaald door het aantal zaken dat rechters afhandelen, maar vooral door de zorgvuldigheid waarmee zij recht doen aan de belangen die aan hen zijn toevertrouwd.
Fraenk onderstreepte daarnaast het belang van een goede verhouding tussen de advocatuur en de rechterlijke macht. Beide beroepsgroepen hebben verschillende verantwoordelijkheden, maar dragen gezamenlijk bij aan een behoorlijke rechtspleging. Waar rechters onafhankelijk en onpartijdig beslissen, moeten advocaten de belangen van hun cliënten behartigen en hun rechten bewaken. ‘’Wederzijds respect en ruimte voor inhoudelijke kritiek zijn noodzakelijk om de rechtspleging te verbeteren’’, aldus Fraenk.
Zij riep op tot de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme en proliferatie. Met de internationale beoordelingsdeadline van 2027 in zicht, riep Fraenk de overheid, de wetgever, toezichthouders en beroepsgroepen op, om hun verantwoordelijkheid te nemen en de resterende tijd te benutten voor concrete maatregelen.
Voor advocaten is het volgens Fraenk van belang om de geldende verplichtingen na te leven, zonder dat de onafhankelijkheid van het beroep, de vertrouwelijkheid van de cliëntrelatie en het recht op effectieve rechtsbijstand in gevaar komen. Ook moet rekening worden gehouden met de administratieve en financiële lasten die deze verplichtingen met zich meebrengen, vooral voor zelfstandige advocaten en kleinere kantoren. Verder wees de deken op de invloed van digitalisering en kunstmatige intelligentie op de juridische beroepspraktijk. Deze ontwikkelingen bieden mogelijkheden om informatie efficiënter te verwerken en de kwaliteit van het werk te ondersteunen. Ook moeten juridische professionals kritisch blijven op de betrouwbaarheid van gebruikte informatie en de bescherming van persoonsgegevens en vertrouwelijke dossiers.
Technologie mag volgens Fraenk nooit de professionele verantwoordelijkheid vervangen. De uitdaging is om nieuwe mogelijkheden te benutten zonder de fundamentele waarden van de rechtspraak en de advocatuur uit het oog te verliezen. Fraenk besloot haar toespraak met de oproep aan de nieuwe rechters, hun deskundigheid voortdurend te blijven ontwikkelen en hun onafhankelijkheid en integriteit te bewaken.

