Jurist Hugo Fernandes-Mendes vindt dat de zorgen van het Hof van Justitie over de voorgenomen veranderingen binnen de rechterlijke macht, nog altijd niet zijn weggenomen. Hofpresident Iwan Rasoelbaks sprak tijdens de opening van het nieuwe zittingsjaar zijn waardering uit voor de voorgenomen versterking van de rechterlijke macht, waaronder de benoeming van vijftien nieuwe rechters. Tegelijkertijd riep hij op tot bezinning en overleg over de verdere modernisering van de rechterlijke macht.
Volgens Fernandes-Mendes is vooral het gebrek aan constructief overleg sinds de bezwaren die het Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie in augustus kenbaar maakten, opvallend. In een brief aan de voorzitter van De Nationale Assemblée, uitten de rechters en het Openbaar Ministerie hun zorgen over voorgestelde wijzigingen van de grondwet en de wetgeving over de organisatie van de rechterlijke macht. “Wat nu natuurlijk dan opvalt, is dat hij tegelijkertijd ook zegt dat er daarna op dit punt, geen constructief overleg heeft plaatsgevonden”, aldus Fernandes-Mendes. Volgens hem is dat bijzonder, omdat het om een zeer belangrijke kwestie gaat waarbij de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, in het geding kan zijn.
Een van de voorstellen betreft de invoering van een derde rechterlijke instantie. Suriname kent momenteel twee instanties, terwijl in veel andere landen, waaronder verschillende Caribische landen, een derde beroepsinstantie bestaat.
Het Hof van Justitie pleit er volgens Fernandes-Mendes voor dat de rechters van een eventuele derde instantie voor het leven worden benoemd en minimaal tien jaar ervaring hebben. Daarnaast zouden zij, net als de huidige rechters, op advies en voordracht van het Hof van Justitie, moeten worden benoemd.
Daarmee moet worden voorkomen dat de benoeming van rechters afhankelijk wordt van politieke machtsverhoudingen. “Diezelfde garantie die bestaat voor de rechters in eerste en tweede instantie, moet je eigenlijk ook hebben”, stelde Fernandez-Mendez. Volgens hem bestaat anders het risico dat bij iedere regeringswisseling opnieuw discussie ontstaat over de samenstelling van de rechterlijke macht.
Fernandez-Mendez verwees ook naar het functioneren van het Constitutioneel Hof. Volgens hem laat de situatie rond dit instituut zien welke problemen kunnen ontstaan wanneer de werking en benoeming van een rechterlijke instantie te sterk afhankelijk zijn van politieke besluitvorming. “De Grondwet schrijft een Constitutioneel Hof voor, een belangrijke instantie, en ziet wat er gebeurt als je het aan politici overlaat”, zei hij.
Volgens Fernandez-Mendez moet juist daarom bij de hervorming van de rechterlijke macht worden voorkomen dat politieke invloed de onafhankelijkheid van rechters kan aantasten.
Het Hof pleit volgens Fernandez-Mendez daarnaast voor de mogelijkheid van meervoudige rechtspraak. In complexe zaken zouden niet één, maar drie rechters gezamenlijk een zaak moeten behandelen. Volgens hem is dat noodzakelijk in een steeds complexer wordende samenleving.
Ook wordt voorgesteld om de rechterlijke macht meer financiële en organisatorische zelfstandigheid te geven. Een zelfstandig bedrijfsbureau zou onder meer verantwoordelijk kunnen worden voor de begroting en personeelszaken.
Daarmee moet de afhankelijkheid van de uitvoerende macht en het parlement worden beperkt. Fernandes-Men-des vindt het belangrijk dat dergelijke waarborgen niet alleen in gewone wetgeving worden opgenomen, maar ook constitutioneel worden verankerd. “Want dan hebben we tenminste daar een garantie voor. Als je het bij wet regelt, kan elk parlement het zo wijzigen bij gewone meerderheid”, legde hij uit.
Een ander punt betreft de discussie over de benoeming voor het leven van de procureur-generaal. Er zijn voorstellen om die termijn te beperken tot zeven jaar. Het Hof van Justitie zou daar volgens Fernandes-Mendes onder voorwaarden mee kunnen instemmen, mits procureurs-generaal vervolgens voor het leven worden benoemd.
Fernandez-Mendez zegt daar zelf anders over te denken. “Ik denk dat dat een onverstandig voorstel is. Ik denk dat in een land als Suriname, waar de rechtsstaat niet vanzelfsprekend is, je echt ook de procureur-generaal voor het leven moet benoemen.”
Hij wijst daarbij op de politieke geschiedenis van Suriname sinds 1980 en vindt dat de bestaande waarborg niet moet worden afgezwakt.
Op de vraag of het Hof van Justitie mogelijk te vroeg heeft gereageerd, omdat de amendementen nog niet formeel bij De Nationale Assemblee waren ingediend, is Fernandes-Mendes duidelijk. Volgens hem waren de voorstellen al in concept beschikbaar en waren deze bekend bij het Hof en het Openbaar Ministerie. “Als je dan afwacht dat het formeel bij het parlement wordt ingediend, dan heb je het nakijken”, stelde hij.
Volgens Fernandes-Mendes behoort de rechterlijke macht, naast de regering en het parlement, tot de drie staatsmachten van Suriname. De onderlinge controle en balans tussen deze machten moet volgens hem worden gewaarborgd. “Dus het is natuurlijk niet zo dat het Hof van Justitie pas zou mogen reageren op het moment dat er voorstellen liggen in DNA waar ze er niks meer over te zeggen hebben.”
Fernandes-Mendes ziet daarom de oproep van DNA-voorzitter Adhin tot overleg tussen de drie staatsmachten als een belangrijk lichtpunt. Volgens hem moet niet alleen naar de voorgestelde grondwetswijzigingen worden gekeken, maar moeten ook de bijbehorende uitvoeringswetten op tafel komen. “Dan weet iedereen waar ze aan toe zijn. Dan kan iedereen het ook beoordelen. Zo valt het echt niet te beoordelen”, aldus Fernandes-Mendes.
Hij betreurt dat het proces al geruime tijd duurt. Het eerste wetsvoorstel werd volgens hem eind vorig jaar ingediend, waarna in januari een groot congres over de kwestie werd gehouden. Inmiddels is het oktober en is er volgens hem nog steeds weinig voortgang. “Er is nog veel meer hierover te zeggen, maar eigenlijk is het probleem dat wat in augustus is ontstaan, nog niet is opgelost. Er is nog geen overleg gevoerd. Bij zo’n belangrijke kwestie is dat toch wel jammer.”

