SIMONS ZET BONDEN SCHAAKMAT MET VERHOGING

President Jennifer Simons heeft de vakbeweging weer eens slim schaakmat gezet. Met een eenzijdige loonsverhoging van 15 procent voor landsdienaren en aan hen gelijkgestelden, die eind september 2026 moet worden uitgekeerd, heeft de regering het initiatief, volledig naar zich toegetrokken. Er is nadrukkelijk géén akkoord met de vakbonden. Dat is het cruciale punt.

Door meteen een verhoging te geven, heeft de regering alle gras voor de voeten van de vakbeweging weggemaaid. De bonden stonden te trappelen om actie te voeren en druk te zetten. Nu is die druk grotendeels weg. Wie gaat er staken voor iets, wat de regering al heeft toegezegd? De achterban ziet geld aankomen en de leiders staan met lege handen.

September is traditioneel een lastige maand voor stakingsacties. Schoolvakanties maken veel acties minder effectief, terwijl juist in die periode, vergaderingen en mobilisatie nog mogelijk zijn. Die hele maand is nu voor de vakbeweging verloren. Het momentum is weg. De regering heeft perfect getimed.

Na de persconferentie van de minister van Financiën en Planning met het voorstel van 15 procent, gevolgd door de gebruikelijke kritiek van de bonden, staan de vakbondsleiders buitenspel. In de ogen van hun eigen achterban, lijken ze nu de verliezers. Kijk, de regering geeft toch, denken veel werknemers. De leiders die hard onderhandelden, worden weggezet als degenen, die te weinig hebben binnengehaald.

De regering zal de komende tijd alle bekende excuses inzetten. De administratieve verwerking kost tijd. De begroting 2027 moet nog worden opgesteld. En natuurlijk het eeuwige argument van de brandstofsubsidie: “We kunnen niet méér doen, want de subsidies kosten al zoveel.” Dat alles zal worden tegengeworpen, als de bonden om meer vragen.

Nog zorgwekkender is de nieuw benoemde gemengde commissie of werkgroep: acht vertegenwoordigers van de regering tegenover zeven van de vakbeweging. Dit ondermijnt bestaande mechanismen zoals het tripartiete overleg. De invloed verschuift onevenredig terug naar de regering. De bonden krijgen een schijn van medezeggenschap, maar de meerderheid ligt duidelijk bij de overheid.

Er mogen ernstige vraagtekens worden gezet bij de strategie van ervaren vakbondsleiders. Hoe hebben zij zich laten manoeuvreren in een mechanisme met (bijna) gelijke vertegenwoordiging? In aantal werknemers, in de opgelopen loonachterstanden en met de wettelijke actiemiddelen die zij tot hun beschikking hebben, zouden de bonden zonder zo’n constructie de opperhand hebben. Nationaal, juridisch, maatschappelijk én internationaal. Toch stapten ze in dit stramien.

De politieke kracht van president Simons ligt niet in populistische toespraken. Zij speelt het schaakspel achter de schermen. Zij benut momenten waarop de andere invloedsblokken hun concentratie of cohesie verliezen. Wederom heeft zij het onderste uit de kan gehaald. De factor arbeid krijgt een verhoging die lager uitvalt dan de reële inflatie van de afgelopen jaren. Koopkrachtverlies blijft de realiteit.

Uiteindelijk betalen de werknemers het gelag. Zij zijn met een kluitje in het riet gestuurd. Ondanks alle mooie woorden valt te voorspellen dat zij voor januari 2027 niets, maar dan ook niets extra’s hoeven te verwachten. De 15 procent is het maximum voorlopig. De regering heeft de regie. De bonden moeten nu afwachten wat de commissie oplevert – en dat zal weinig zijn en traag afgeleverd worden. Simons bespeelde hen meesterlijk. De vakbeweging staat schaakmat.

More
articles