De regering zal de salarissen van landsdienaren per 1 september met 15 procent verhogen. President Jennifer Simons heeft vandaag bekendgemaakt, dat de verhoging een eerste stap vormt in de verdere verbetering van de inkomens en arbeidsvoorwaarden van overheidspersoneel.
Volgens de president heeft de regering, na overleg met de presidentiële commissie en de vakbonden, vastgesteld dat er financiële ruimte is om een eerste loonsverhoging door te voeren. De commissie, onder leiding van minister Bee, heeft hierover afspraken gemaakt met de vakbeweging.
De verhoging van 15 procent gaat per 1 september in. Simons benadrukte dat er nog geen sprake is van een definitief akkoord of afgeronde onderhandelingen. “Dit is de eerste stap die is gezet om met elkaar, tot overeenstemming te komen”, aldus Simons.
Naast de loonsverhoging is een gemengde werkgroep samengesteld, bestaande uit acht vertegenwoordigers van de regering en zeven vertegenwoordigers van de vakbeweging.
Deze groep zal werken aan concrete voorstellen voor de verdere invulling van de arbeidsvoorwaarden en het financiële kader. Binnen drie maanden moet de werkgroep met nieuwe voorstellen komen.
De president erkende dat werknemers, en in het bijzonder landsdienaren, de afgelopen jaren aanzienlijk achteruit zijn gegaan in hun besteedbaar inkomen. Zij benadrukte dat om de economische stabiliteit niet in gevaar te brengen, de regering voorzichtig dient om te gaan met de financiële ruimte. Volgens Simons is een stabiele wisselkoers daarbij van groot belang. “Als die koers begint te lopen, heeft iedereen hoofdpijn”, aldus de president. Zij wees erop dat de regering maatregelen heeft genomen om de Surinaamse dollar verder te versterken en de stabiliteit van de economie te behouden.
De president zei dat de regering de levens- omstandigheden en inkomens van landsdienaren wenst te verbeteren, zodra daar financiële ruimte voor ontstaat. De president benadrukte dat de beslissing over de verhoging van 15 procent, is genomen na overleg met het ministerie van Financiën en op basis van berekeningen over de mogelijke economische gevolgen.
Ook werd gevraagd of gepensioneerden in aanmerking zullen komen voor een verhoging. Simons zei dat hierover nog verder overleg zal plaatsvinden met de betrokken bonden en andere partijen.
Voor andere kwetsbare groepen zal de regering eveneens blijven kijken naar mogelijkheden voor ondersteuning. De president wees er echter op, dat er eerst meer duidelijkheid moet komen over de groepen die daadwerkelijk in aanmerking komen voor koopkrachtversterking.
In dat kader is het ministerie van Sociale Zaken bezig met het verder opschonen van de bestanden. Personen die eerder online waren geregistreerd voor koopkrachtversterking zonder dat daarvoor voldoende bewijsstukken nodig waren, moeten zich opnieuw persoonlijk aanmelden en hun situatie laten beoordelen.
Volgens Simons is dit noodzakelijk om te voorkomen dat personen die niet daadwerkelijk tot de doelgroep behoren, onterecht financiële ondersteuning ontvangen. Nadat het opschoningsproces is afgerond, zal de regering opnieuw bekijken welke mogelijkheden er zijn om ook andere doelgroepen, financieel tegemoet te komen.
De president verwacht niet dat de eerste salarisverhoging van 15 procent tot een sterke inflatiestijging zal leiden. Wel blijft de regering volgens haar, nauw samenwerken met het ministerie van Financiën om de balans tussen inkomensverbetering en economische stabiliteit, te bewaken.
Ook zal de Economische Controle Dienst verder worden versterkt. Volgens Simons bestaat het risico dat ondernemers prijs- stijgingen van bijvoorbeeld brandstof aangrijpen, om producten onterecht duurder te maken. Door betere prijscontroles wil de regering voorkomen, dat onnodige inflatie ontstaat.
De regering zal naar eigen zeggen, daarom voorzichtig blijven omgaan met verdere loonsverhogingen en financiële tegemoetkomingen, waarbij steeds wordt gekeken naar de beschikbare ruimte binnen de economie.

