De Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) moet, om de drinkwatervoorziening om op peil te houden, de productiecapaciteit fors uitbreiden. Minister David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen verklaarde afgelopen dinsdag in het parlement, dat de SWM momenteel niet beschikt over voldoende capaciteit om de groeiende vraag naar water op te vangen. De druk zal de komende jaren verder toenemen door de ontwikkeling van de olie- en gassector en de daarmee samenhangende economische groei.
Abiamofo stelde dat vooral Groot-Paramaribo kwetsbaar is. De regio maakt voor een groot deel nog gebruik van waterbronnen die al jaren in bedrijf zijn, terwijl het aantal huishoudens en de vraag naar drinkwater, zijn toegenomen. Dat leidt in verschillende wijken tot problemen met de waterdruk en beschikbaarheid. Om de situatie te verbeteren, zijn volgens de minister, nieuwe waterbronnen, pompen en productiestations nodig. Daarnaast moet het leidingnet worden uitgebreid en moet de SWM het verlies van geproduceerd water verder beperken. De investeringen zijn dusdanig, dat die volgens Abiamofo, niet volledig door het waterbedrijf zelf kunnen worden gedragen.
De minister stelt dat de verwachte ontwikkeling van de olie- en gassector, zal niet alleen leiden tot meer economische activiteit, maar ook een grotere behoefte aan woningen, bedrijven en publieke voorzieningen. Een betrouwbare watervoorziening hoort volgens Abiamofo onderdeel te zijn van die voorbereiding.
Echter, de problemen bij SWM beperken zich volgens de assembleeleden, niet tot de fysieke infrastructuur. Zij uitten kritiek op de manier waarop het bedrijf communiceert met consumenten. Vooral de tarieven, waterrekeningen en de berekening van het verschuldigde bedrag zorgen volgens hen voor onduidelijkheid.
Rabin Parmessar pleitte daarom voor meer inzicht in de tariefstructuur. Consumenten moeten volgens hem eenvoudig kunnen nagaan, welk bedrag hoort bij een bepaald waterverbruik. Hij verwees daarbij naar eerdere discussies over de transparantie van elektriciteitstarieven. Abiamofo gaf aan dat ook hij ruimte ziet voor verbetering in de communicatie van nutsbedrijven. Volgens de minister moeten burgers gemakkelijker informatie kunnen vinden over tarieven, procedures, facturen en de dienstverlening. Hij zegde toe, de opmerkingen vanuit het parlement met de betrokken bedrijven te bespreken.
Ook de situatie van huishoudens zonder watermeter kwam ter sprake. Vanuit de assemblee werd gesteld dat zonder meter, geen daadwerkelijk verbruik kan worden vastgesteld. Abiamofo benadrukte dat deze huishoudens niet zonder meer gratis water ontvangen. In zulke gevallen wordt volgens hem, gewerkt met een gemiddeld verbruik, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met beschikbare gegevens en de omvang van het huishouden.
Voor de bewindsman is uitbreiding van de watervoorziening uiteindelijk geen kwestie die uitsluitend door de komst van de olie-industrie wordt ingegeven. ‘’De basisvoorziening moet voor iedere burger op orde zijn’’, aldus Abiamofo. Dat doel is volgens hem nog niet bereikt, omdat er in 2026 nog steeds gebieden zijn waar huishoudens geen toegang hebben tot veilig drinkwater.

