De recente publicatie van de verboden lijst van goederen in een Staatsbesluit, heeft geleid tot grote bezorgdheid binnen de Surinaamse landbouwsector. Op de lijst staan onder meer verschillende gewasbeschermingsmiddelen en pesticiden die volgens landbouwbedrijven en leveranciers, al jarenlang worden gebruikt om gewassen te beschermen tegen ziekten, schimmels en insectenplagen.
Ondernemers stellen tegenover de redactie van De West te vrezen, dat een verbod op de import van deze middelen, directe gevolgen kan hebben voor de landbouwproductie.

Wanneer effectieve bestrijdingsmiddelen niet beschikbaar zijn, kunnen oogsten worden aangetast, terwijl boeren mogelijk geconfronteerd worden met hogere productiekosten en lagere opbrengsten. Dit kan uiteindelijk ook gevolgen hebben voor de consument door een mogelijke stijging van voedselprijzen.
Volgens betrokkenen in de sector is de onzekerheid inmiddels merkbaar. Sommige leveranciers hebben hun prijzen verhoogd, omdat zij niet weten of en wanneer bestaande voorraden kunnen worden aangevuld. Hierdoor ontstaat druk op zowel importeurs als landbouwbedrijven die afhankelijk zijn van deze producten. De gevolgen beperken zich niet alleen tot de primaire producenten. Ook importeurs, distributeurs, agrobedrijven en tuinbouwondernemingen kunnen worden geraakt wanneer essentiële landbouwmiddelen niet langer beschikbaar zijn. Dit heeft gevolgen voor de kan gehele productieketen verspreiden, van leverancier tot producent en treft uiteindelijk ook de consument.
De landbouwsector vraagt daarom aan de overheid meer duidelijkheid over de uitvoering van het Staatsbesluit, onder andere over welke producten onder het verbod vallen, welke alternatieven beschikbaar zijn en of er overgangsmaatregelen worden getroffen.
Deskundigen benadrukken dat maatregelen tegen middelen die schadelijk kunnen zijn voor mens en milieu noodzakelijk kunnen zijn, maar wijzen tegelijkertijd op het belang van een zorgvuldig overgangstraject. Volgens hen moeten landbouwers toegang blijven houden tot veilige en effectieve alternatieven om de productie te kunnen voortzetten. De sector pleit voor overleg tussen de overheid, importeurs, landbouworganisaties en andere betrokken partijen. Een duidelijke aanpak en een realistisch overgangsbeleid worden gezien als noodzakelijk om de continuïteit van de landbouw, de voedselzekerheid en de economische belangen van de sector te beschermen.

