De problemen bij de Telecommunicatie Autoriteit Suriname (TAS) nemen verder toe. Naast drie lopende onderzoeken naar het functioneren en de financiële huishouding van de organisatie, ligt er inmiddels ook een strafklacht tegen voormalig directeur Wendy Jap-A-Joe en oud-president-commissaris Harish Monorath. De laatstgenoemde is momenteel minister van Justitie en Veiligheid. In De Nationale Assemblée (DNA) zijn donderdag vragen gesteld over mogelijke belangenverstrengeling en de onafhankelijkheid van het strafrechtelijk onderzoek.
Minister Raymond Landveld van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) bevestigde tijdens de behandeling in DNA, dat de TAS betalingen heeft gedaan voor werkzaamheden die verband hielden met het kabinet van de vicepresident. Over de bedragen en de precieze aard van deze uitgaven, bestaat nog geen volledig beeld. Volgens Landveld moet het lopende onderzoek hierover uitsluitsel geven. Hij wil voorkomen dat het parlement op basis van onvolledige financiële gegevens wordt geïnformeerd. Om de gang van zaken binnen de organisatie in kaart te brengen, lopen momenteel drie afzonderlijke onderzoeken. De Centrale Landsaccountants-dienst (CLAD) zet het eerder opgedragen onderzoek voort. Daarnaast voert de Raad van Commissarissen (RvC) een quickscan uit naar de organisatie en wordt een forensisch accountancyonderzoek voorbereid naar de financiële transacties en besluitvorming.
Landveld gaf aan dat aanvankelijk onduidelijkheid bestond over het aanspreekpunt binnen TAS voor de CLAD-onderzoekers. Die kwestie wordt opgelost, zodat het onderzoek zonder verdere vertraging, kan worden voortgezet. De minister wil dat de onderzoeksperiode ook de jaren 2020 tot en met 2025 omvat. Daarbij moet onder meer worden vastgesteld, wie destijds deel uitmaakten van de RvC, welke politieke achtergronden binnen de raad vertegenwoordigd waren, en wie verantwoordelijk waren voor het goedkeuren van besluiten.
Een belangrijk aandachtspunt is de arbeidsovereenkomst die op 1 november 2021 met Jap-A-Joe werd gesloten.
Het contract werd namens TAS ondertekend door Monorath, die toen president-commissaris was.
Landveld plaatste vraagtekens bij de bevoegdheid op basis waarvan de overeenkomst, tot stand kwam. De Wet Telecommunicatievoorzieningen bepaalt namelijk dat de arbeidsvoorwaarden van de directeur door de minister worden vastgesteld, nadat de RvC is gehoord en de Raad van Ministers, toestemming heeft verleend.
Ofschoon er een presidentiële resolutie is aangetroffen waarin de uitvoering aan de RvC werd opgedragen, ontbreekt volgens Landveld een afzonderlijke machtiging waaruit blijkt dat Monorath bevoegd was om het contract te ondertekenen. De minister benadrukte, dat een ondertekening door de president-commissaris niet automatisch betekent dat er sprake is van een onrechtmatige handeling. De juridische bevoegdheid daarvoor moet echter wel aantoonbaar zijn. Omdat de rechtsgeldigheid van de overeenkomst nog onderwerp is van een gerechtelijke procedure, wilde Landveld geen definitief standpunt innemen. Hij verzekerde wel, dat bij de aanstelling van een nieuwe directeur de wettelijke voorschriften, strikt zullen worden nageleefd.
De kwestie heeft inmiddels ook een strafrechtelijk vervolg gekregen. De huidige RvC heeft op 5 november een strafklacht ingediend bij de procureur-generaal. In het schrijven, ondertekend door president-commissaris Emanuel Scheek, wordt gevraagd om een onafhankelijk onderzoek naar de totstandkoming en uitvoering van de arbeidsovereenkomst met Jap-A-Joe.
De raad wil laten onderzoeken of het contract zonder de noodzakelijke wettelijke goedkeuring is gesloten en vervolgens buiten de gebruikelijke administratieve procedures is gehouden. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijke verantwoordelijkheid van Jap-A-Joe, Monorath en eventuele andere betrokkenen.
De financiële afspraken in het contract vormen eveneens een belangrijk onderdeel van de klacht. Zo werd een bruto maandsalaris van USD 4.000 overeengekomen, aangevuld met verschillende toelagen en twee jaarlijkse gratificaties. Ook bevatte de overeenkomst een levensverzekering ter waarde van EUR 125.000. Verder was een bijzondere vertrekregeling opgenomen, waarbij onder bepaalde voorwaarden sprake kon zijn van een opzegtermijn van minimaal 24 maanden en een aanvullende uitkering ter hoogte van 36 maanden salaris en emolumenten.
De RvC wil onder meer laten vaststellen, welke bedragen daadwerkelijk zijn betaald en of de afspraken hebben geleid tot onrechtmatige bevoordeling of financiële schade voor de instelling.
De strafklacht bracht ook de positie van Monorath ter sprake in het parlement. DNA-lid Mahinder Jogi van de VHP vindt dat de regering duidelijk moet maken, hoe zij de onafhankelijkheid van het onderzoek, zal garanderen. Volgens hem is het een bijzondere situatie dat iemand die in de strafklacht wordt genoemd, momenteel leiding geeft aan het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Jogi vroeg DNA-voorzitter Ashwin Adhin om de regering hierover om opheldering te vragen. Hij wil weten, welke voorzieningen worden getroffen om iedere mogelijke beïnvloeding van het onderzoek vanuit de ministeriële positie van Monorath uit te sluiten. Volgens het parlementslid moet worden voorkomen dat er twijfel ontstaat over de onafhankelijkheid van het strafrechtelijk traject.
Regeringscoördinator Marinus Bee stelde, dat de klacht betrekking heeft op handelingen die Monorath in zijn voormalige functie bij TAS zou hebben verricht en niet op zijn huidige werkzaamheden als minister. Daarmee bleef de vraag naar concrete waarborgen echter onbeantwoord.
Ook is nog niet duidelijk of de strafklacht gevolgen zal hebben voor Monoraths positie binnen de regering. Bee liet weten dat de vragen op een later moment zullen worden beantwoord.
Vooralsnog blijft het parlement dus wachten op duidelijkheid, terwijl de onderzoeken naar TAS en de strafrechtelijke klacht een nieuwe fase ingaan.


