OBBS luidt noodklok: Uitbetaling blijft achter, bus- en boothouders onder druk

Wayne Telgt, voorzitter van de Organisatie van Bus- en Boothouders in Suriname (OBBS), maakt zich zorgen over de financiële situatie van de vervoerders, die het openbaar schoolvervoer verzorgen. Volgens hem blijven de betalingen vanuit de overheid achter, terwijl bus- en boothouders hun kosten eerst zelf moeten voorschieten. Ook de tariefsverhoging met terugwerkende kracht (TWK) is nog niet uitbetaald.

In een interview met ABC stelde Telgt, dat bij de vaststelling van de tarieven niet alleen naar brandstofkosten, moet worden gekeken. Ook de aanschaf van bussen, banden, onderhoud en slijtage, spelen een belangrijke rol. De aanschaf van een bus kost tegenwoordig volgens hem tussen de US$ 42.000 en US$ 43.000. Het gaat daarbij niet eens om een volledig nieuwe bus. Door de beperkte mogelijkheden om naast het schoolvervoer andere ritten te verzorgen, is het voor vervoerders moeilijk, dergelijke investeringen terug te verdienen.

Een van de grootste knelpunten is de late uitbetaling door de overheid. Telgt zegt dat vervoerders eerst moeten rijden en de kosten moeten voorschieten voordat zij hun geld ontvangen. Ook tijdens schoolvakanties moeten zij hun chauffeurs blijven betalen.

De OBBS heeft op 29 oktober een brief gestuurd naar het ministerie om aandacht te vragen voor de problemen. Volgens Telgt zijn de betalingstermijnen door de jaren heen steeds verder verschoven. Waar de betalingen eerder rond de vijfde van de maand plaatsvonden, is dat inmiddels opgeschoven naar de veertiende of vijftiende. Ook de vice-president is over de kwestie benaderd, maar een concrete toezegging bleef uit.

Daarnaast moeten bestuursleden volgens Telgt maandelijks achter betalingsstukken en reçu’s aanlopen. Hij vindt dat deze administratieve afhandeling, sneller moet verlopen.

Ook de uitbetaling van de tariefsverhoging met terugwerkende kracht zorgt voor ontevredenheid. Hoewel de verhoging vanaf april of mei zou gelden, hebben de vervoerders hun TWK nog niet ontvangen. Volgens de gemaakte afspraken zou de betaling worden verspreid over oktober, november en december.

Telgt vindt dat de overheid zich aan de afspraken moet houden. De vervoerders hebben volgens hem hun medewerking verleend, maar hun financiële draagkracht kent grenzen. “Ik kan dat niet aan mijn leden verkopen”, stelde hij. Hij waarschuwt dat het steeds moeilijker wordt om de leden uit te leggen, waarom zij moeten blijven werken, terwijl betalingen uitblijven. Volgens de OBBS-voorzitter moeten de problemen in het schoolvervoer breder worden aangepakt. Naast betere tarieven is er behoefte aan goede schoolbussen, controle en een betere organisatie van de sector. Er is onder meer gesproken over mogelijkheden om voertuigen en onderdelen tegen gunstigere voorwaarden, te importeren. Ook elektrische bussen zijn als optie besproken. Telgt vindt dat de overheid de OBBS meer moet betrekken bij gesprekken over de toekomst van het schoolvervoer. De vervoerders kennen de dagelijkse praktijk en kunnen volgens hem belangrijke informatie geven over routes, trajecten en de staat van het wagenpark.

Naast de problemen binnen het schoolvervoer ging Telgt ook in op de ontwikkelingen bij het Zorghotel. De instelling ontvangt volgens hem geen subsidie en is afhankelijk van eigen inkomsten. Er wordt gewerkt aan verbetering van de klantvriendelijkheid en de kwaliteit van de dienstverlening.

November is bij het Zorghotel uitgeroepen tot de maand van ‘zero complaints’. Om klachten beter te registreren en op te volgen, zijn verschillende maatregelen ingevoerd. Zo moeten personeelsleden sinds 1 november hun naam zichtbaar op hun uniform dragen. Ook zijn op verschillende plekken QR-codes geplaatst waarmee patiënten en bezoekers klachten, ideeën en suggesties kunnen doorgeven. Daarnaast is er een klachten- en ideeënbus bij de balie.

Volgens Telgt moeten klachten serieus worden onderzocht en opgevolgd. Aan het einde van iedere maand, wordt bekeken, welke onderwerpen de meeste klachten opleveren, zodat gerichte verbeteringen kunnen worden doorgevoerd.

Hij lichtte ook toe dat de directeur en andere leidinggevenden actief betrokken zijn bij de dagelijkse werkzaamheden. Zij beperken zich volgens hem niet tot kantoorwerk, maar ondersteunen waar nodig ook bij praktische werkzaamheden binnen de instelling.

Tot slot vertelde Telgt dat het Zorghotel ook ouderen en mensen met een zorgindicatie uit Nederland ontvangt voor een verblijf in Suriname. Dit gebeurt via de Nederlandse Wet Langdurige Zorg (WLZ). Mensen met een geldige indicatie kunnen bij hun verzekeraar nagaan of zij voor deze mogelijkheid, in aanmerking komen.

Sommige bezoekers verblijven drie tot zes maanden in Suriname, terwijl anderen in groepsverband komen. Tijdens hun verblijf worden onder meer uitstapjes naar Nickerie en Frederiksdorp georganiseerd. Ook worden activiteiten zoals dolfijnen bekijken aangeboden.

More
articles