Verpleegkundigen en leerkrachten behoren momenteel tot de belangrijke groepen, die in aanmerking komen voor een stuk grond. Dat heeft minister Stanley Soeropawiro van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) gisteren aangegeven tijdens de vergadering van de Raad van Ministers.
Volgens de minister is het van belang deze beroepsgroepen betere mogelijkheden te bieden om in Suriname een eigen woning te bouwen. Met het grondbeleid wil de overheid onder meer bijdragen aan het behoud van verpleegkundigen en leerkrachten, die volgens de minister een belangrijke rol vervullen binnen de samenleving. De verdere invulling van de gronduitgiften en de voorwaarden waaronder deze groepen in aanmerking komen, moeten nog worden uitgewerkt.
Soeropawiro zegt dat het vertrek van verpleegkundigen uit Suriname, momenteel groot is. Ook onder onderwijsgevenden is volgens hem, sprake van een toenemend vertrek. “Op dit moment, in afstemming met de minister van Volksgezondheid, weten we, dat het wegtrekken van verpleegkundigen erg groot is, ook onder de onderwijsgevenden. We waren in feite al begonnen daarmee met het assistensproject en dan ook aan de Verlengde Lelydorperweg, waar we het grootste deel van de onderwijsgevenden, hebben geaccommodeerd.”
De minister noemt deze twee beroepsgroepen op dit moment de belangrijkste groepen binnen het beleid. Volgens hem zijn goed onderwijs en een goede gezondheidszorg noodzakelijk voor de verdere ontwikkeling van het land. “Die twee groepen vormen op dit moment de belangrijkste, omdat we weten dat onze samenleving zonder onderwijs, de ontwikkeling die we voor ogen hebben, niet zal bereiken. De onderwijsgevenden zijn degenen die daarvoor zorg moeten dragen. Om ontwikkeling te brengen, hebben we gezonde mensen nodig. De verpleegkundigen vormen daarom een zeer belangrijke groep.”
Volgens Soeropawiro kan het beschikbaar stellen van een eigen perceel, bijdragen aan een sterkere binding met Suriname. Wanneer verpleegkundigen en leerkrachten over een eigen stuk grond beschikken en gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die de overheid biedt, kunnen zij daarop een woning bouwen. “Dan hebben we in elk geval ervoor gezorgd, dat men een binding heeft met Suriname en dat men niet zo gemakkelijk gaat kiezen het land te verlaten.”
De minister verwees daarbij ook naar berichten uit Nederland over Surinamers die daar niet altijd het gevoel hebben, volledig geaccepteerd te worden. “Soms voelt men zich als een tweederangsburger daar. Terwijl wanneer je in eigen land bent, al zou je niet zoveel verdienen, je zou toch willen blijven. We weten dat we hier in Suriname wel als volwaardige burgers worden behandeld.”
Volgens de minister kan het hebben van een eigen perceel en woning, waar men ook het gezin kan onderbrengen, een belangrijke rol spelen om in Suriname te blijven. Hij stelt dat burgers hierdoor ook op een duurzame manier een bijdrage kunnen blijven leveren aan de ontwikkeling van het land. “Dan zal de binding die er is, ervoor zorgt dat men gaat zeggen, al zou ik in het buitenland meer verdienen, in Suriname is het toch beter er te blijven.”


