Ameerani Jarbandhan, VHP-parlementariër, heeft president Jennifer Simons gevraagd, volledige openheid te geven over de financiële, juridische en technische geschiedenis van het woningbouwproject te Reeberg, dat door China gefinancierd wordt. Jarbandhan stelde gisteren In een open brief, dat de publieke berichtgeving over het project een onvolledig beeld geeft van de verantwoordelijkheden van opeenvolgende regeringen. Jarbandhan wil dat duidelijk wordt welke problemen zijn ontstaan, welke zaken reeds zijn opgelost en hoeveel geld de staat heeft verloren.
Volgens Jarbandhan gaat de geschiedenis van het project terug tot mei 2017, toen onder de regering-Bouterse een overeenkomst werd ondertekend voor de bouw van 350 woningen. Problemen met de beschikbare bouwgrond zouden in 2019 tot vertraging hebben geleid. De oorspronkelijke locatie, het voormalige plantagegebied Altona in Wanica, werd gewijzigd naar Sabakoe Village. Die locatie bleek volgens Jarbandhan, uiteindelijk niet geschikt voor de bouw van alle 350 woningen. Jarbandhan stelt dat vanaf augustus 2019 bouwmaterialen werden opgeslagen, waarvoor maandelijks USD 2.000 aan opslagkosten verschuldigd was. Volgens haar weigerden destijds de Chinese partners met de bouwwerkzaamheden te beginnen, zolang deze kosten niet waren betaald.
De regering-Bouterse zou de achterstallige bedragen niet hebben voldaan, waardoor Suriname met een schuld bleef zitten.
Jarbandhan benadrukt dat de regering-Santokhi deze opslagkosten vervolgens heeft betaald, waardoor het project kon worden voortgezet. Ook zou onder die regering, een juridische en technische herbeoordeling zijn uitgevoerd, waarna Reeberg als nieuwe bouwlocatie werd aangewezen. De voortzetting van het project werd volgens haar, in maart 2021 aangekondigd. De Raad van Ministers gaf in augustus 2022, goedkeuring voor de bouw. In april 2023 bezocht de toenmalige minister van Openbare Werken, Riad Nurmohamed, samen met een Chinese delegatie, het project, dat al zou zijn vermeld in het jaarverslag van Openbare Werken over 2023. De staatsbegroting voor 2024 maakte volgens Jarbandhan, melding van een Chinese schenking van 176 miljoen yuan, omgere-kend circa USD 26,26 miljoen.
Jarbandhan vindt dat het onjuist is om te stellen dat, hoewel de woningen niet tijdens de regeerperiode van Santokhi zijn gebouwd, er in die periode niets aan het project is gedaan. Volgens haar waren verschillende juridische, financiële en technische obstakels toen al aangepakt. Aanleiding voor de open brief zijn recente uitspraken van minister Tsang, die volgens Jarbandhan heeft verklaard, dat door mismanagement 102 woningen verloren dreigden te gaan. De parlementariër wil weten welke besluiten tot die situatie hebben geleid, wie verantwoordelijk was voor de wijzigingen van de bouwlocaties en welke criteria daarbij zijn gehanteerd.
Ook vraagt Jarbandhan de president om inzicht te geven in de bedragen die vóór 2020 en daarna verloren zijn gegaan. Daarnaast wil zij weten of China recent extra financiële middelen beschikbaar heeft gesteld om het project voort te zetten. Jarbandhan verzoekt in om een schriftelijke beantwoording, onder meer wanneer de overeenkomst is ondertekend, welke opslagkosten zijn betaald en door welke regering, en welke juridische en technische problemen onder de regering-Santokhi zijn opgelost.
Ook vraagt zij of de regering bereid is een volledig financieel, juridisch en technisch overzicht van het project vanaf 2017 tot en met 2026 openbaar te maken. Volgens Jarbandhan moet de discussie niet draaien om welke regering de eer voor het project krijgt, maar om de 350 gezinnen die al bijna tien jaar op een woning wachten. Zij stelt dat de samenleving recht heeft op volledige transparantie over de voortgang, de gemaakte kosten en de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen.


