De regering moet opheldering geven over grondtoewijzingen, mogelijke ontbossing en de landbouwplannen van mennonieten in Suriname. Dat stellen zeventien personen en vertegenwoordigers van organisaties in een open brief, waarin zij aandringen op transparantie over de betrokken percelen, overeenkomsten en vergunningen. Zij vinden dat aangekondigde onderzoeken niet mogen leiden tot uitstel van maatregelen, om verdere schade aan het bos te voorkomen. De brief verwijst naar uitspraken van de president en mededelingen van het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) over gronden die eerder aan het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) zouden zijn toegewezen. Op 3 augustus verklaarde de president dat bosgronden die door het ministerie van GBB aan LVV waren uitgegeven, moesten worden teruggegeven. Alleen gronden in het kustgebied, zouden bij LVV kunnen blijven. Een werkgroep zou de bestaande situatie onderzoeken. Volgens de ondertekenaars is nog onvoldoende duidelijk, welke percelen precies zijn uitgegeven en onder welke voorwaarden. Zij vragen om openbaarmaking van de relevante overeenkomsten, kaarten en coördinaten, zodat kan worden vastgesteld of de verschillende plannen elkaar overlappen.
Vragen over werkzaamheden en vergunningen
GBB meldde op 13 augustus jongstleden, dat bij Bantipasi, Albergapasi en Masonia-kreek werkzaamheden zouden plaatsvinden zonder de vereiste toestemmingen en dat er sprake zou zijn van ontbossing.
Volgens het ministerie was op 20 juli via een deurwaardersexploot meegedeeld, dat de werkzaamheden moesten worden gestaakt en de betrokken locaties moesten worden verlaten. De gestelde termijn was verstreken, waarna verdere stappen werden aangekondigd. De organisaties/personen vragen in het schrijven, welke maatregelen daadwerkelijk zijn uitgevoerd en of verdere aantasting van het bos is voorkomen. Ook de activiteiten van de Braganza Marketing Group roepen volgens de ondertekenaars, vragen op. In de media is bericht over een overeenkomst met LVV voor 9.366,72 hectare in Para. Een gepubliceerde kaart van het Braganza-project toont echter een gebied van 24.185 hectare nabij Tibiti. Zonder officiële perceelgegevens en coördinaten kan niet met zekerheid worden vastgesteld of de gebieden elkaar overlappen. Braganza verklaarde op 19 september tegenover Starnieuws dat voorbereidende werkzaamheden, waaronder ontbossing plaatsvonden, terwijl kapvergunningen en de vereiste toestemming van de Nationale Milieuautoriteit (NMA) om met projecten te beginnen, nog ontbraken. Volgens het bedrijf waren de voorbereidingen toegestaan op basis van afspraken met LVV. Op 6 oktober stelde Braganza dat grootschalige landbouw nog afhankelijk was van toestemming van de overheid. Het is niet duidelijk, welke werkzaamheden op iedere locatie zijn uitgevoerd en of na september, nieuwe ontbossing heeft plaatsgevonden.
Onduidelijkheid over afspraken en betrokkenen
De ondertekenaars verwijzen ook naar een Memorandum of Understanding uit november 2025, waarin volgens hen, sprake is van een overgemaakt bedrag van USD 250.000 in verband met een voorgenomen aandelenconstructie rond grondrechten. Braganza verklaarde op 23 september dat deze constructie niet is uitgevoerd en dat de genoemde onderneming, geen grond heeft verkregen. Over eventuele andere betalingen vragen de briefschrijvers, om nadere duidelijkheid. Een bezoekrapport van ProBios van 30 september beschrijft een kamp in het Masonia-gebied met gebouwen, vrijgemaakt terrein en machines. Het is niet onafhankelijk vastgesteld of deze locatie dezelfde is als de door GBB genoemde plek bij Masoniakreek en of Braganza bij de activiteiten betrokken was. Ook bestaat onduidelijkheid over de verblijfsstatus van betrokken mennonitische families en hun toestemming om op de locaties te verblijven. GBB stelde dat personen op drie locaties verlopen verblijfsvergunningen hadden, terwijl Braganza verklaarde, dat de deelnemers legaal in Suriname verblijven. De beschikbare informatie biedt onvoldoende grond om deze verklaringen voor alle betrokkenen afzonderlijk te bevestigen.
Oproep tot snelle duidelijkheid
Op 4 oktober jongstleden zei de president, dat bestaande grondtoewijzingen en overeenkomsten zouden worden geëvalueerd en dat binnen twee tot drie maanden, meer duidelijkheid werd verwacht. De ondertekenaars vragen de regering binnen zeven dagen na ontvangst van de brief, een standpunt over de handhaving te geven en binnen veertien dagen relevante documenten, kaarten en een tijdlijn beschikbaar te stellen. Het gaat om termijnen die zij zelf voorstellen. Verder willen zij inzicht in de bevindingen van de werkgroep, eventuele teruggave van gronden, milieubeoordelingen, bodemonderzoek en overleg met lokale gemeenschappen. Ook vragen zij De Nationale Assemblée, de betrokken ministers ter verantwoording te roepen. De open brief is ondertekend door: J. Aloema-Tokoe (OIS/SAMS); Wim Bakker; Wladimir A. E. Breeveld, MSc; drs. Linde L. Breeveld-Braber, voorzitter van Stichting Go Bana Suriname; ir. Arianne de Bye, MSc; Alexander Elias; ing. Auke J. Hielkema, onafhankelijk biodiversiteitsdeskundige en natuurgids; Anne-Marie Huurdeman; Els van Lavieren, BSc Hons, MSc; ing. Akhielesh Mahabier, MSc; Glenn Ramdjan, voorzitter van Stichting SuReSur; Christine Samsom; Alies van Sauers-Muller, BSc; Tessa Sendar, MSc; ir. Harrold Sijlbing; Loes Trustfull, voorzitter van Stichting SORG; en Femia Wesenhagen, MS.


