De bescherming van het Surinaamse bos, de grondtoewijzingen aan mennonieten en de activiteiten van Braganza Marketing Group vragen om opheldering van de regering. Dat stellen ondertekenaars van een open brief waarin zij aandringen op transparantie over de uitgegeven gronden, mogelijke ontbossing en de handhaving van bestaande regels. Zij vinden dat aangekondigde onderzoeken en evaluaties niet mogen leiden tot uitstel van maatregelen om verdere schade aan het bos te voorkomen.
De brief verwijst naar verschillende publieke verklaringen en ontwikkelingen rond grond die door het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) aan het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) zou zijn toegewezen, evenals naar activiteiten op locaties waar mennonitische landbouwprojecten worden voorbereid.
Onduidelijkheid over grondtoewijzingen
Op 3 augustus verklaarde de president dat bosgronden die eerder door GBB aan LVV waren uitgegeven, moesten worden teruggegeven. Alleen gronden in het kustgebied zouden bij LVV kunnen blijven. Een werkgroep zou informatie verzamelen over de bestaande toewijzingen en de situatie nader onderzoeken.
Volgens de brief zijn er echter nog onvoldoende openbare gegevens beschikbaar om vast te stellen welke percelen precies zijn uitgegeven, welke afspraken daarvoor gelden en in hoeverre de verschillende plannen elkaar overlappen. De ondertekenaars vinden dat de overheid de relevante documenten, kaarten en coördinaten openbaar moet maken, zodat duidelijk wordt welke gronden aan wie zijn toegewezen en onder welke voorwaarden.
Op 13 augustus maakte GBB bekend dat op locaties bij Bantipasi, Albergapasi en Masoniakreek werkzaamheden zouden plaatsvinden zonder de vereiste toestemmingen. Ook zou sprake zijn van ontbossing. Volgens GBB was op 20 juli via een deurwaardersexploot meegedeeld dat de werkzaamheden moesten worden gestaakt en de betrokken locaties moesten worden verlaten. De gestelde termijn was volgens het ministerie verstreken, waarna verdere stappen werden aangekondigd.
De ondertekenaars vragen om duidelijkheid over de opvolging van deze maatregelen. Zij willen weten of de werkzaamheden daadwerkelijk zijn stilgelegd, welke controles zijn uitgevoerd en welke maatregelen zijn getroffen om verdere aantasting van het bos tegen te gaan.
Braganza en de omvang van de plannen
Ook de plannen van Braganza Marketing Group komen in de brief aan de orde. In de media is bericht over een overeenkomst met LVV die betrekking zou hebben op 9.366,72 hectare in Para. Een gepubliceerde kaart van het Braganza-project toont volgens de brief echter een gebied van 24.185 hectare in de omgeving van de Tibiti.
Omdat de officiële bijlagen met perceelgegevens en coördinaten van de GBB-locaties ontbreken, kan op basis van de beschikbare informatie niet met zekerheid worden vastgesteld of en waar de gebieden elkaar overlappen. De brief vraagt daarom om een transparante vergelijking van de betrokken percelen en de verschillende overeenkomsten.
Verder verwijzen de ondertekenaars naar een memorandum of understanding uit november 2025, waarin volgens hen wordt gesproken over een overgemaakt bedrag van US$ 250.000 in verband met een voorgenomen aandelenconstructie rond grondrechten. Braganza verklaarde op 23 september dat deze constructie niet tot uitvoering is gekomen, dat de genoemde onderneming geen grond heeft verkregen en dat zij zelf geen betaling heeft verricht. Over eventuele andere betalingen is volgens de brief onvoldoende duidelijkheid.
De ondertekenaars vragen de regering om de relevante afspraken en geldstromen te verduidelijken en aan te geven of de betrokken documenten aanleiding hebben gegeven tot nader onderzoek.
Werkzaamheden en vergunningen
Braganza heeft op 19 september tegenover Starnieuws verklaard dat voorbereidende werkzaamheden, waaronder ontbossing, plaatsvonden terwijl kapvergunningen en de vereiste toestemming van de Nationale Milieuautoriteit (NMA) om met projecten te beginnen nog ontbraken. Volgens het bedrijf waren de voorbereidende activiteiten toegestaan op grond van afspraken met LVV.
In een interview op 6 oktober gaf Braganza aan dat de voorbereidingen doorgingen, maar dat grootschalige landbouw afhankelijk was van toestemming van de overheid. Op basis van de beschikbare informatie is niet voor iedere locatie afzonderlijk vast te stellen welke werkzaamheden zijn uitgevoerd, onder welke voorwaarden dat gebeurde en of na september nieuwe ontbossing heeft plaatsgevonden.
Een bezoekrapport van ProBios van 30 september beschrijft een kamp in het gebied van Masonia, met gebouwen, vrijgemaakt terrein en machines. Volgens het rapport lag de locatie buiten de onderzochte houtkapconcessies. Een aanwezige zou hebben verklaard niet op de hoogte te zijn van een bevel om het terrein te verlaten. Daarbij werd verwezen naar een kennisgeving van 12 juli.
De brief maakt duidelijk dat deze kennisgeving niet zonder meer gelijkgesteld mag worden aan het deurwaardersexploot van 20 juli waar GBB naar verwijst. Ook is niet onafhankelijk vastgesteld of de in het rapport beschreven locatie dezelfde is als de door GBB genoemde plek bij Masoniakreek en of Braganza bij de activiteiten betrokken was.
Mennonitische families wachten op duidelijkheid
In een gesprek in het Tibiti-gebied verklaarde een mennoniet dat de betrokken groep niet op de hoogte was van een bevel om het gebied te verlaten en nog op toestemming wachtte. Er zouden al kosten zijn gemaakt, terwijl er volgens de betrokkene weinig informatie was verstrekt over de voorwaarden van de afspraken met Braganza.
Het is niet duidelijk of deze families dezelfde partijen zijn als de personen die betrokken waren bij de in de brief genoemde financiële afspraken. Ook lopen verschillende kwesties door elkaar: de verblijfsstatus van personen, de toestemming om op een locatie te verblijven, de rechten op grond en de vergunningen die nodig zijn om landbouwactiviteiten uit te voeren.
GBB heeft gesteld dat personen op de drie genoemde locaties over verlopen verblijfsvergunningen beschikten. Braganza heeft daartegenover verklaard dat de deelnemers legaal in Suriname verblijven. De beschikbare informatie biedt onvoldoende grond om deze verklaringen voor alle betrokken personen en locaties afzonderlijk te bevestigen. Een bevel om een terrein te verlaten is bovendien niet hetzelfde als een besluit tot uitzetting uit het land.
Regering moet duidelijkheid geven
Op 4 oktober verklaarde de president dat bestaande grondtoewijzingen en overeenkomsten zouden worden geëvalueerd. Binnen twee tot drie maanden zou er meer duidelijkheid moeten komen. De ondertekenaars vinden echter dat het verzamelen van informatie en het beoordelen van contracten niet mag verhinderen dat de overheid ondertussen toezicht houdt en mogelijke overtredingen aanpakt.
Zij vragen om binnen zeven dagen na ontvangst van de brief een standpunt over de handhaving te geven en binnen veertien dagen relevante documenten, kaarten en een tijdlijn beschikbaar te stellen. Deze termijnen zijn verzoeken van de ondertekenaars en geen wettelijke termijnen.
Daarnaast willen zij inzicht in de bevindingen van de werkgroep, de gronden die eventueel zijn teruggegeven, de overeenkomsten en perceelkaarten, en de wijze waarop de verschillende locaties zich tot elkaar verhouden. Ook vragen zij om duidelijkheid over onderzoek naar bodemgeschiktheid en verwachte opbrengsten, overleg met lokale gemeenschappen, de vraag of een zaak aan het Openbaar Ministerie is overgedragen en de status en rechten van de betrokken families.
Verder willen zij opheldering over de gestelde verplichting om jaarlijks tien procent van bepaalde gronden te cultiveren en over een volgens Braganza in april genomen besluit over de milieubeoordeling. De ondertekenaars vragen om bevestiging van de aard en status van dat besluit, waaronder de vraag of een milieueffectrapportage of een andere vorm van beoordeling vereist is.
De brief roept De Nationale Assemblée op de betrokken ministers ter verantwoording te roepen en duidelijkheid te eisen over de grondtoewijzingen, de naleving van afspraken en de bescherming van het bos.
De kern van het verzoek is dat de overheid de feiten controleerbaar maakt, verantwoordelijkheid neemt voor de handhaving en voorkomt dat onduidelijkheid over vergunningen en grondrechten voortduurt terwijl mogelijk onomkeerbare schade aan het bos ontstaat.
De open brief is ondertekend door: J. Aloema-Tokoe (OIS/SAMS); Wim Bakker; Wladimir A. E. Breeveld, MSc; drs. Linde L. Breeveld-Braber, voorzitter van Stichting Go Bana Suriname; ir. Arianne de Bye, MSc; Alexander Elias; ing. Auke J. Hielkema, onafhankelijk biodiversiteitsdeskundige en natuurgids; Anne-Marie Huurdeman; Els van Lavieren, BSc Hons, MSc; ing. Akhielesh Mahabier, MSc; Glenn Ramdjan, voorzitter van Stichting SuReSur; Christine Samsom; Alies van Sauers-Muller, BSc; Tessa Sendar, MSc; ir. Harrold Sijlbing; Loes Trustfull, voorzitter van Stichting SORG; en Femia Wesenhagen, MS.

