Het Korps Brandweer Suriname (KBS) kampt met ernstige tekorten aan blusvoertuigen, beschermingsmateriaal en manschappen. Daarnaast lopen brandweerlieden gezondheidsrisico’s bij het blussen van branden op vuilstortplaatsen. Dat heeft Joel Panka, voorzitter van de vakbond bij het KBS, tegenover ABC Nieuws verteld.
Volgens Panka is de situatie rond het uitrukteam inmiddels enigszins verbeterd, maar zijn er nog brandweerlieden ziek als gevolg van de brand op de vuilstortplaats Ornamibo. De brand werd ongeveer vijf dagen tot een week geleden, volledig geblust. De bestrijding ervan heeft meerdere dagen geduurd en legde een zware druk op de brandweer, met name op de posten in de omgeving, die herhaaldelijk moesten uitrukken.
Panka stelt dat de brandweer bij dergelijke branden te maken krijgt met gezondheidsrisico’s, waaronder ademhalingsproblemen en andere klachten aan de luchtwegen.
Volgens hem is het daarom noodzakelijk dat de werkomstandigheden en de bescherming van het personeel, dringend worden verbeterd.
Een belangrijk probleem is volgens de vakbondsvoorzitter dat brandweerlieden niet altijd over voldoende schoon beschermingsmateriaal beschikken. Manschappen die urenlang op een vuilstortplaats hebben gewerkt, kunnen na terugkeer op de post opnieuw worden opgeroepen voor een brandmelding. Wanneer hun beschermende pakken nog verontreinigd zijn en er geen schoon exemplaar beschikbaar is, moeten zij in hetzelfde pak, opnieuw uitrukken.
Panka benadrukte dat beschermingspakken die in aanraking zijn gekomen met giftige stoffen en gassen, gereinigd moeten worden. Wanneer die reiniging pas de volgende dag plaatsvindt, bestaat het risico dat brandweerlieden tijdens een volgende uitruk, opnieuw aan schadelijke stoffen worden blootgesteld.
Volgens hem zijn er daarom meerdere maatregelen nodig, waaronder voldoende beschermingsmateriaal, veilige zones en speciale reinigingszones. Ook wijst hij op het ontbreken van sanitaire voorzieningen op de werkplek. Brandweerlieden moeten daar soms langer dan vier uur en in bepaalde gevallen 24 uur of langer werken zonder toegang tot adequate sanitaire voorzieningen. Daarbij moet volgens Panka ook rekening worden gehouden met de vrouwelijke manschappen binnen het korps.
Hoewel de brandweer zich inzet om branden te bestrijden, vindt Panka dat meer aandacht moet worden besteed aan het voorkomen ervan. Hij begrijpt dat mensen op vuilstortplaatsen hun brood verdienen met het verzamelen en verwerken van materialen, maar waarschuwt dat het verbranden van afval, grote gevolgen kan hebben.
Volgens hem kan één vonk voldoende zijn om opnieuw brand te veroorzaken, vooral wanneer smeulend materiaal onbeheerd wordt achtergelaten. Hij stelt dat de verantwoordelijke beheerders, gebruikers en eigenaren van de terreinen, evenals de beleidsmakers, een belangrijke rol hebben bij het voorkomen van dergelijke situaties.
Panka benadrukte dat het niet alleen gaat om het blussen van branden, maar ook om het nemen van preventieve maatregelen om de gezondheid van brandweerlieden en de veiligheid van de gemeenschap te beschermen.
Naast de gezondheidsrisico’s vormt het gebrek aan materieel een groot knelpunt. Panka zegt dat de vakbond al jaren aandacht vraagt voor de vervanging van verouderde blusvoertuigen en de aanschaf van voldoende materiaal om het werk naar behoren te kunnen uitvoeren.
Volgens hem zijn er landelijk twintig brandweerposten, die elk minimaal over één blusvoertuig zouden moeten beschikken. De reservevoertuigen waarover het korps eerder beschikte, zijn volgens hem inmiddels niet meer beschikbaar. Hoewel het ministerie eerder middelen heeft vrijgemaakt om drie voertuigen opnieuw operationeel te krijgen, blijven de problemen bestaan en moeten voertuigen steeds vaker worden gerepareerd.
Panka stelt dat vrijwel alle twintig blusvoertuigen op termijn vervangen moeten worden. Daarnaast is er behoefte aan minimaal tien tankwagens voor het transport van bluswater, verspreid over het land. Momenteel zijn er volgens hem landelijk vier tankwagens operationeel, die bovendien in slechte tot zeer slechte staat verkeren. In Paramaribo zijn er volgens de vakbondsvoorzitter drie tankwagens, waarvan er één is uitgevallen. Hierdoor wordt de capaciteit om voldoende bluswater naar brandlocaties te vervoeren, verder beperkt.
De gevolgen van het materieeltekort zijn volgens Panka, duidelijk merkbaar. Hij verwijst naar een situatie waarbij een brandweervoertuig in Paramaribo uitviel en een ander voertuig, dat van verder moest komen, meer dan een halfuur nodig had om de brandlocatie te bereiken. Ook de brandweerpost in Apura ondervond problemen nadat een voertuig tijdens een uitruk naar een bosbrand was uitgevallen. Toen later opnieuw een brandmelding binnenkwam, kon de post volgens de berichtgeving niet uitrukken. Panka waarschuwt dat dergelijke situaties ernstige gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid van gemeenschappen die afhankelijk zijn van één brandweerpost.
Naast het tekort aan materieel kampt het KBS volgens Panka met een aanzienlijk tekort aan manschappen. De laatste instroom van nieuwe brandweerlieden vond volgens hem in 2020 plaats. Inmiddels zijn zes jaar verstreken zonder dat de personeelsaanwas voldoende is aangepakt. De onderbezetting leidt volgens hem tot veel overuren en een zware belasting van het personeel. Brandweerlieden die in de repressieve dienst werken, moeten 24 uur achtereen beschikbaar zijn, waarna zij 48 uur vrij zijn om te herstellen.
Panka stelt bovendien dat minimaal 140 brandweerleden worden ingezet voor beveiligingswerkzaamheden bij ministers en andere hoogwaardigheidsbekleders. Volgens hem zijn deze manschappen daarvoor niet opgeleid en zouden zij nodig zijn om de reguliere brandweertaken uit te voeren. Hij waarschuwt dat het tekort aan personeel, in combinatie met het gebrek aan voertuigen en beschermingsmateriaal, de slagkracht van het korps verder verzwakt.
De vakbondsvoorzitter maakt zich zorgen over het uitblijven van structurele oplossingen. Volgens hem blijft de organisatie afhankelijk van verouderde voertuigen, terwijl reparaties steeds vaker nodig zijn en er onvoldoende zicht is op vervanging. Ook op het gebied van opleiding en leiderschap ziet Panka verbeterpunten. Hij stelt dat binnen het korps behoefte bestaat aan een officiersopleiding, zodat medewerkers die doorgroeien naar leidinggevende functies over de vereiste kennis en vaardigheden beschikken.
Volgens Panka is de vakbond al geruime tijd in gesprek met de korpsleiding en het ministerie om de opleiding van de grond te krijgen, maar heeft dit tot dusver niet tot het gewenste resultaat geleid.
Hij roept de beleidsmakers op om dringend te investeren in het KBS. Volgens hem zijn voldoende blusvoertuigen, tankwagens, beschermingsmiddelen, goed opgeleide manschappen en structurele personeelsuitbreiding noodzakelijk om de brandveiligheid in Suriname te waarborgen.
Panka benadrukt dat brandweerlieden zich dagelijks inzetten om mensen en bezittingen te beschermen, maar dat zij daarvoor wel over de juiste middelen en veilige werkomstandigheden moeten kunnen beschikken.


