Suriname behoudt de Tier 1-status in de strijd tegen mensenhandel en mensensmokkel. Dat blijkt uit de beoordeling van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Minister van Justitie en Veiligheid Harish Monorath noemt het behoud van deze status een erkenning voor de inspanningen van de verschillende diensten, maar benadrukte dat er nog belangrijke verbeteringen nodig zijn.
In een gesprek met ABC Aktueel legde de minister uit dat Tier 1 de hoogste categorie is binnen de beoordeling van landen op hun aanpak van mensenhandel. Volgens hem laat het behoud van deze status zien, dat Suriname zich inzet voor de bestrijding van mensenhandel, mensensmokkel en daarmee samenhangend geweld. Tegelijkertijd zijn er aanbevelingen gedaan, waaraan het land moet werken om de status te behouden.
Volgens Monorath is de situatie rond mensenhandel moeilijk te vergelijken met die van vroeger. De samenstelling van de bevolking is veranderd door de toestroom van migranten uit verschillende landen in de regio, waaronder Cuba, de Dominicaanse Republiek, Venezuela en Brazilië.
De minister waarschuwde dat sommige migranten onder valse voorwendselen naar Suriname worden gehaald, met de belofte van een beter bestaan. Eenmaal in het land kunnen zij slachtoffer worden van uitbuiting, onder meer in de prostitutie, winkels of de goudsector.
Verschillende zaken zijn volgens de minister, geregistreerd en vervolgd. Het onderzoeken van mensenhandel vergt echter veel tijd en capaciteit.
Er moet uitgebreid onderzoek worden verricht, verdachten moeten worden geïdentificeerd en aangehouden en slachtoffers moeten worden opgevangen en waar nodig, worden geholpen terug te keren naar hun land van herkomst.
Vrouwen vormen volgens Monorath de voornaamste groep slachtoffers. Hij zei dat ook kinderen van deze vrouwen, aandacht nodig hebben. Mensenhandel waarbij kinderen voor prostitutie worden uitgebuit, komt volgens hem niet of nauwelijks naar voren in de geregistreerde zaken.
Hoewel Suriname de hoogste status behoudt, zijn er volgens de minister tekortkomingen die moeten worden aangepakt. Vooral de afdeling die zich bezighoudt met mensenhandel heeft behoefte aan meer voertuigen, operationeel materieel en personeel.
De minister benadrukte dat deze voorzieningen noodzakelijk zijn om onderzoeken en controles, effectief uit te voeren. Ook de samenwerking tussen immigratiediensten, politie en andere nationale en internationale instanties, speelt een belangrijke rol.
Bij aankomst op de luchthaven worden reizigers gecontroleerd en kunnen verdachte signalen aanleiding geven tot nader onderzoek. Wanneer er twijfels bestaan over de opgegeven verblijfplaats, kunnen controles volgen om na te gaan, waar betrokkenen daadwerkelijk verblijven. Dit wordt volgens Monorath bemoeilijkt wanneer mensen na aankomst naar andere delen van het land verhuizen. Hij wees daarnaast op meldingen vanuit de samenleving die kunnen helpen om mogelijke gevallen van mensenhandel te ontdekken. Tegelijkertijd waarschuwde hij dat er ook valse aangiften voorkomen. Daarom moet iedere melding zorgvuldig worden onderzocht. Tijdens het gesprek kwam ook de situatie bij de vuilstortplaats Ornamibo aan de orde. De brandweer heeft aangegeven, niet zonder meer uit te rukken voor branden op de stortplaats, vanwege de gezondheidsrisico’s voor het personeel en de herhaaldelijke branden. Monorath zei op de hoogte te zijn van de situatie en begrip te hebben voor de zorgen van de brandweer. Volgens hem is Suriname onvoldoende voorbereid op de terugkerende extreme droogte, waardoor het risico op gras- en vuilstortbranden toeneemt.
De minister wees erop dat de brandweer kampt met tekorten aan water, blusvoertuigen en personeel. Daardoor moet steeds worden afgewogen waar de beschikbare middelen worden ingezet. Hij noemde gevallen waarbij grasbranden oversloegen naar woningen en aanzienlijke schade veroorzaakten.
Volgens Monorath is Ornamibo inmiddels meerdere keren in brand geraakt, waarbij ook menselijke activiteiten een rol spelen. Hij stelde dat de beheerders van de vuilstortplaats aanvullende maatregelen moeten treffen om nieuwe branden te voorkomen. Daarbij zijn onder meer graafmachines, afbakeningen en een betere organisatie van de locatie nodig.
De minister benadrukte dat het niet de bedoeling is dat de brandweer definitief stopt met het bestrijden van branden op Ornamibo. Wel moet volgens hem worden voorkomen dat de brandweer herhaaldelijk onder gevaarlijke omstandigheden moet uitrukken voor branden die kort daarna opnieuw ontstaan.
Hij gaf aan hierover in gesprek te zijn met de minister van Openbare Werken om te bekijken, welke maatregelen kunnen worden getroffen. Indien zich opnieuw een ernstige brand voordoet, zal overleg plaatsvinden over de inzet van de brandweer en de eventuele noodzaak van een uitzondering.
Ook de aanpak van grasbranden kwam aan bod. Monorath zei dat het milieuboetebesluit is afgekondigd en dat daarnaast wordt gewerkt aan een afzonderlijk besluit voor grasbranden. Het definitieve document zou volgens hem worden voorgelegd aan het Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie, waarna afkondiging binnen enkele weken werd verwacht.
De minister onderstreepte dat de brandweer de samenleving blijft dienen en bij calamiteiten, mensenlevens moet helpen redden. Tegelijkertijd riep hij op tot meer verantwoordelijkheid van burgers en beheerders om branden te voorkomen.

