Wereldbank verwacht 3,9 procent groei voor Suriname in 2026

Suriname behoort de komende jaren tot de sterkst groeiende economieën van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied. De Wereldbank verwacht dat de Surinaamse economie in 2026 met 3,9 procent groeit, gevolgd door een groei van 4,6 procent in 2027. Voor 2028 ligt de prognose aanzienlijk hoger op 21,5 procent. De cijfers staan in de nieuwste Latin America and the Caribbean Economic Update van de Wereldbank. De vooruitzichten voor Suriname steken daarmee duidelijk af tegen het regionale beeld. Voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied als geheel wordt voor 2026 een economische groei van 2,2 procent verwacht, vrijwel gelijk aan de 2,4 procent van 2025. Volgens de Wereldbank is er sprake van veerkracht, maar blijft de regionale groei beperkt door onder meer hoge financieringskosten, beperkte begrotingsruimte en onzekerheid over de wereldeconomie.

Binnen het Caribisch gebied signaleert de Wereldbank een duidelijke tweedeling. Guyana en Suriname profiteren van sterke, door olie gedreven economische expansie, terwijl toeristische eilandstaten te maken hebben met een meer gematigd herstel na de pandemie. Hoge energie- en transportkosten blijven daar op de groei drukken. De groeiverwachting voor Suriname komt bovendien in een periode waarin de regio volgens de Wereldbank voor belangrijke economische uitdagingen staat. De afname van de inflatie verloopt moeizaam en hoge reële rentetarieven beperken de ruimte voor kredietverlening en particuliere investeringen. Ook de beperkte begrotingsruimte van overheden vormt een belemmering voor publieke investeringen.

Ook waarschuwt de Wereldbank dat sterke groeicijfers alleen niet voldoende zijn om structurele problemen in de regio op te lossen. Informaliteit op de arbeidsmarkt blijft wijdverspreid en veel werknemers zijn actief in kleinschalige ondernemingen met een lage productiviteit.

Daarnaast bestaan er aanzienlijke tekorten in menselijk kapitaal. Uit de resultaten van PISA 2025 blijkt volgens het rapport dat leerlingen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied nog altijd meerdere jaren achterlopen op leerlingen in OESO-landen.

Ook de arbeidsmarkt zal volgens het rapport geleidelijk veranderen. Zo bevindt 8,4 procent van de regionale beroepsbevolking zich in hooggeschoolde cognitieve functies die door generatieve AI kunnen worden ondersteund. Nog eens 9,5 procent werkt in routinematige cognitieve beroepen die volgens de Wereldbank sterk aan automatisering blootstaan. Daarnaast bevindt 26,8 procent zich in routinematig handmatig werk dat in de toekomst onder druk kan komen te staan door goedkopere robottechnologie.

Voor overheden betekent dit volgens de Wereldbank dat nu al moet worden geïnvesteerd in vaardigheden, digitale infrastructuur, betere datasystemen en omscholing. De organisatie pleit onder meer voor kortdurende technische opleidingen, ondersteuning van bedrijven bij de invoering van AI en een betere voorbereiding van werknemers op veranderingen op de arbeidsmarkt.

Voor Suriname betekent de hoge groeiprognose daarmee niet automatisch dat structurele economische vraagstukken zijn opgelost. De Wereldbank laat juist zien dat de uitdaging verder gaat dan economische groei alleen: de beschikbare groei moet worden vertaald naar hogere productiviteit, betere werkgelegenheid en een economie die beter voorbereid is op technologische veranderingen.

 

More
articles