Barron: ‘Tekort aan leerkrachten bij start schooljaar’

De start van het nieuwe schooljaar op 1 oktober heeft tot grote zorgen geleid bij de onderwijsvakbonden. Bernice Barron, voorzitster van de onderwijsbond FOLS, heeft tegenover ABC Nieuws verklaard, dat er nog onvoldoende duidelijkheid is over de invulling van openstaande plekken voor leerkrachten. Volgens Barron hebben de bonden maandag en dinsdag overleg gevoerd met de minister van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, Dirk Currie. De gesprekken gingen onder meer over de start van het nieuwe schooljaar. Volgens haar is tijdens een presentatie gebleken, dat er op verschillende scholen nog tekorten zijn en dat er dinsdag nog werd gewerkt aan de werving van leerkrachten. “Als je dinsdag nog bezig bent met de werving en de school moet 1 oktober starten”, stelde Barron op verontwaardige wijze. De bonden hebben daarom voorgesteld om op 1 oktober wel met de leerkrachten te starten, maar de leerlingen pas op 5 oktober naar school te laten gaan. Volgens Barron zou er dan eerst duidelijkheid kunnen komen over het daadwerkelijke aantal beschikbare leerkrachten en leerlingen. Op papier kan volgens haar, een school volledig voorzien lijken te zijn van leerkrachten, terwijl op de eerste schooldag kan blijken, dat er toch tekorten zijn. De minister bleef echter bij het standpunt, dat zowel leerkrachten als leerlingen op 1 oktober moesten starten. Barron zegt dat de bonden vooral willen voorkomen, dat leerkrachten op de eerste schooldag, onverwacht voor extra klassen worden geplaatst. “Als ik mij voorbereid om mijn leerlingen op te vangen, om alles goed met mijn kinderen door te doen, dan moet niemand mij op 1 oktober nog komen vragen: kunt u die klas ook nog opvangen, omdat die leerkracht er niet is?”, aldus Baron. Volgens haar kan een tekort aan leerkrachten ook gevolgen hebben voor de veiligheid en verantwoordelijkheid binnen scholen. Wanneer een klas zonder leerkracht komt te zitten en er gebeurt iets, rijst volgens Baron de vraag, wie daarvoor verantwoordelijk is.

De leraren zijn op 1 oktober wel naar school gegaan, maar zonder leerlingen. Volgens Barron zal eerst worden nagegaan, hoeveel leraren daadwerkelijk aanwezig en aangemeld zijn. Daarna willen de bonden een evaluatie maken en deze met het ministerie delen. Barron benadrukte dat de werknemersorganisaties begrip hebben voor ouders die willen dat hun kinderen naar school gaan, maar vragen ook begrip voor de zorgen van de docenten. Volgens haar zijn er bij voorgaande schooljaren al problemen geweest met het tekort aan leerkrachten. Sommige leerlingen zouden gedurende een kwartaal zonder een vaste leerkracht hebben gezeten. Op VO-niveau zouden er daarnaast tekorten aan vakleerkrachten zijn geweest, waardoor volgens Baron zelfs op zaterdagen, lessen werden verzorgd. “Wij hebben ook gefaald”, stelde Barron, waarbij zij aangaf, dat niet alleen naar de onderwijsbonden moet worden gekeken, maar dat ook het ministerie kritisch naar zijn eigen beleid en de evaluatie van voorgaande schooljaren, moet kijken. Over de financiële positie van leerkrachten is volgens Barron, nog geen definitief akkoord bereikt. Er ligt volgens haar een voorstel om medewerkers met twee gradaties te bevorderen. De gesprekken hierover met de president en het ministerie lopen nog.

Op de vraag of zij tevreden is met het voorstel, wilde Baron nog geen uitspraak doen, omdat de onderhandelingen, nog niet zijn afgerond. Ook werd tijdens het gesprek gevraagd waarom de Bond van Leraren (BvL) niet heeft getekend onder een gezamenlijke verklaring van de onderwijsvakbonden. Baron verwees voor een toelichting naar de BvL en zei hierover zelf geen uitspraken te kunnen doen. De discussie over de start van het schooljaar en de beschikbare leerkrachten zal volgens Baron, worden voortgezet op basis van de evaluatie van de situatie op de scholen.

More
articles