Misiekaba: ‘Uitstroom van zorgpersoneel neemt af’

De grote uitstroom van zorgpersoneel in Suriname schijnt de afgelopen periode aanzienlijk te zijn afgenomen. Dat stelde André Misiekaba woensdag tijdens de regeringsvergadering (RVM). Volgens hem worden er nog steeds ontslagbrieven ondertekend door ziekenhuisdirecteuren, maar is de situatie duidelijk minder drastisch dan voorheen. “We moeten wel zeggen dat het drastisch is afgenomen”, aldus Misiekaba. Hij heeft de indruk dat veel zorgprofessionals de ontwikkelingen voorlopig afwachten. ‘’Ik denk dat de mensen inderdaad de kat uit de boom kijken. Ze kijken wat er gaat gebeuren.” Volgens Misiekaba begint er onder het zorgpersoneel opnieuw meer vertrouwen te ontstaan. ‘’Ik heb het gevoel dat de mensen enigszins blij zijn, in elk geval weer beginnen te zien dat er perspectief is. Die grote rush om weg te gaan, lijkt iets te zijn afgenomen.” Tegelijkertijd benadrukt hij dat de regering er nog niet is. Een belangrijk onderdeel van het perspectief is volgens hem de financiële herwaardering van zorgpersoneel. Daarnaast wordt gewerkt aan mogelijkheden om verpleegkundigen en andere zorgmedewerkers toegang te geven tot betere en betaalbare huisvesting. In dat kader worden op korte termijn grondpapieren uitgereikt aan verpleegkundigen. Misiekaba verwees daarbij naar een bijeenkomst bij het ministerie van Volksgezondheid, waar de minister van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB) grondpapieren aan verpleegkundigen zal overhandigen. ”Als regering in haar geheel, natuurlijk de verschillende ministers vanwege hun verschillende verantwoordelijkheden, zijn we bezig integraal te kijken, hoe we de mensen kunnen helpen”, zei hij.

Een ander belangrijk onderdeel van de aanpak is de opleiding van gespecialiseerd zorgpersoneel. Vanaf de derde week van oktober start een programma waarbij 175 verpleegkundigen in samenwerking met Nederland, binnen één jaar worden opgeleid tot gespecialiseerde verpleegkundigen. Juist verpleegkundigen behoren volgens Misiekaba tot de groep zorgprofessionals, die de afgelopen periode in grote aantallen naar het buitenland zijn vertrokken. Hij zegt hierover inmiddels ook gesprekken te hebben gevoerd met de nieuwe Nederlandse ambassadeur in Suriname. Het was volgens Misiekaba een heel goed gesprek.” Naast de samenwerking met Nederland kijkt de regering volgens Misiekaba ook naar financiële mogelijkheden via verschillende fondsen. Daarbij noemt hij onder meer het Makandra Fonds en een ander fonds dat verband houdt met het slavernijverleden, waarbij volksgezondheid één van de belangrijke thema’s is. Misiekaba erkent dat er een opmerkelijke situatie is ontstaan: Nederland ondersteunt Suriname bij het opleiden van verpleegkundigen, terwijl Nederland tegelijkertijd één van de bestemmingen is waar Surinaamse zorgprofessionals naartoe vertrekken. “Het is de realiteit on the ground. En daar moeten we mee dealen”, stelde hij. Volgens Misiekaba moet daarom niet alleen worden ingezet op het opleiden van een beperkt aantal verpleegkundigen, maar op een veel grotere gezamenlijke opleidingscapaciteit. Hij verwees naar de beperkte capaciteit van COVAB, die volgens hem jaarlijks ongeveer 200 tot maximaal 400 personen kan opleiden, afhankelijk van de categorie. ”Dat is niet voldoende”, aldus Misiekaba. ‘’In samenwerking met Nederland kunnen we misschien duizend, tweeduizend, zorgprofessionals opleiden.’’ Daarbij wordt gedacht aan verschillende niveaus binnen de zorg, van verpleegassistenten tot hbo-verpleegkundigen en andere gespecialiseerde categorieën. Surinaamse verpleegkundigen zouden na hun opleiding, aangevuld met praktijkervaring, gemakkelijker hun weg kunnen vinden binnen het Nederlandse zorgsysteem. Volgens Misiekaba kan juist die gezamenlijke aanpak de vicieuze cirkel van opleiding en vertrek doorbreken. “Als we samen opleiden, dan is die brain drain ineens klaar.” De regering ziet volgens Misiekaba inmiddels verschillende perspectieven om de zorgsector, structureel te versterken. Ook op politiek en diplomatiek niveau wordt gewerkt aan verdere samenwerking met Nederland. Hij benadrukte dat er niet alleen op het hoogste politieke niveau goed contact is tussen Suriname en Nederland, maar dat ook op ambtelijk en ministerieel niveau, concrete stappen worden gezet. Zo ligt er momenteel een Memorandum of Understanding bij het ministerie ter bestudering. Na afronding zal het document via BIS naar Nederland worden gestuurd, met als doel uiteindelijk op ministerieel niveau, afspraken over de samenwerking vast te leggen. Misiekaba is optimistisch over de ontwikkelingen. ‘’Het ziet er goed uit. 2027 wordt voor wat dat betreft een beter jaar.” Volgens hem moet de combinatie van betere financiële waardering, huisvestingsmogelijkheden, opleidingen en intensievere samenwerking met Nederland ertoe leiden, dat de zorgsector weer aantrekkelijker wordt voor professionals. “Ik denk dat, met de perspectieven die we nu hebben, in 2027 het brain drain-probleem toch wel tot het verleden kunnen laten behoren”, concludeerde Misiekaba.

More
articles