Internationale reserves stijgen naar USD 2 miljard

De internationale reserves van Suriname zijn in juli 2026 gestegen naar USD 2 miljard. Ook de importdekking verbeterde, waardoor de externe financiële buffer van het land verder is versterkt. Tegelijkertijd blijft de liquiditeit in de economie toenemen. Dat blijkt uit de meest recente economische analyse van de Suriname Economic Oversight Board (SEOB).

De internationale reserves namen toe van USD 1,8 miljard in juni naar USD 2 miljard in juli. In mei bedroegen de reserves nog USD 1,9 miljard. Ook de importdekking liet een verbetering zien. Na een daling van 7,7 maanden in mei naar 7,5 maanden in juni, liep deze in juli op naar 8,2 maanden.

Daarmee bleef de reservebuffer ruim boven de internationaal gangbare norm van drie maanden importdekking. Volgens de SEOB blijft het belangrijk de internationale reserves verder op te bouwen om externe schokken op te vangen, de wisselkoersstabiliteit te ondersteunen en het vertrouwen in het macro-economisch beleid te behouden.

De ontwikkeling van de reserves vormt een positief onderdeel van het economische beeld, maar staat tegenover aanhoudende druk op de overheidsfinanciën en een hoge staatsschuld.

Liquiditeit neemt verder toe

De geldhoeveelheid in de economie nam in juni verder toe. De totale basisgeldhoeveelheid (M0) steeg van SRD 39,5 miljard in mei naar SRD 40,2 miljard in juni. De SRD-component nam toe van SRD 27,9 miljard naar SRD 28,8 miljard.

De maand-op-maandgroei van de SRD-component vertraagde wel van 4,6 procent in mei naar 3,3 procent in juni.

Ook de bredere geldhoeveelheid, M2, nam toe van SRD 116,2 miljard naar SRD 119,3 miljard. De SRD-component van M2 steeg van SRD 40,3 miljard naar SRD 41,6 miljard. De maandelijkse groei van M2-SRD versnelde daarmee van 1,1 procent in mei naar 3,1 procent in juni.

De SRD-kredietverlening nam slechts beperkt toe, van SRD 17,9 miljard naar SRD 18,1 miljard. De groei op jaarbasis daalde daarbij van 27,3 procent naar 25,4 procent.

Volgens de SEOB wijzen de cijfers op een aanhoudende groei van de liquiditeit, vooral via de bredere geldhoeveelheid, terwijl de kredietgroei enigszins afzwakt.

Bankensector blijft stabiel

De bankensector liet in mei en juni overwegend stabiele indicatoren zien. De gewogen gemiddelde leenrente daalde van 13,9 procent naar 13,8 procent. De gemiddelde spaarrente nam in dezelfde periode af van 7,1 procent naar 6,9 procent.

De solvabiliteitsratio van de banken bleef vrijwel stabiel op 19,8 procent, tegenover 19,9 procent in mei. Tegelijkertijd verbeterde de kredietkwaliteit. Het aandeel netto niet-renderende leningen (NPL’s) daalde van 3,3 procent naar 2,3 procent.

Volgens de SEOB wijzen de cijfers op stevige kapitaalbuffers en een verbetering van de kredietkwaliteit binnen de bankensector. De relatief hoge leenrente kan de vraag naar krediet en investeringen echter blijven afremmen. De economische ontwikkeling laat daarmee een gemengd beeld zien. De externe financiële buffer is versterkt, terwijl de liquiditeit blijft groeien en de bankensector stabiele indicatoren laat zien. Daartegenover staan de hoge staatsschuld en de verslechtering van de overheidsrekening in mei.

More
articles