De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) en de Associatie van Surinaamse Fabrikanten (ASFA) hebben op donderdag 10 september, overleg gevoerd met de voorzitter en leden van de Deviezencommissie over de toepassing van de valutaretentieregeling en de gevolgen daarvan voor producerende exportbedrijven.
Tijdens het overleg hebben beide ondernemersorganisaties hun zorgen geuit over de verplichtingen rond het repatriëren en omwisselen van exportopbrengsten. Voor bedrijven die voor de buitenlandse markt produceren, is toegang tot vreemde valuta van belang voor de import van onder meer grondstoffen, verpakkingsmaterialen, onderdelen, machines en andere productiemiddelen.
Volgens de VSB en de ASFA moet het valutabeleid bijdragen aan een voldoende beschikbaarheid van deviezen in de economie, zonder exporterende productiebedrijven onnodig te beperken in hun bedrijfsvoering. Deze ondernemingen genereren zelf buitenlandse valuta en kunnen daarmee bijdragen aan een bredere economische basis en een vermindering van de afhankelijkheid van traditionele exportsectoren. De organisaties hebben daarom gepleit voor een passende behandeling van producerende exportbedrijven binnen de retentieregeling. Daarbij is onder meer aandacht gevraagd voor de mogelijkheid om een deel van de exportopbrengsten beschikbaar te houden voor buitenlandse betalingen die rechtstreeks verband houden met productie en export.
De Deviezencommissie heeft aangegeven, dat het vraagstuk ook beleidsmatige aspecten heeft die met de minister van Financiën en Planning moeten worden besproken. De VSB en de ASFA zullen de kwestie daarom in het vervolgoverleg met de minister opnieuw aan de orde stellen.
De VSB stelt dat het valutabeleid enerzijds moet bijdragen aan macro-economische stabiliteit, maar anderzijds voldoende ruimte moet laten voor bedrijven om te investeren, te produceren en hun exportactiviteiten uit te breiden.


