Niet-naleving retentieregeling kan intrekken vergunning betekenen

De nieuwe retentieregeling voor exportopbrengsten kan gevolgen hebben voor bedrijven die zich niet aan de voorschriften houden. Een van de mogelijke sancties is het intrekken van de betreffende vergunning of toestemming. Dat zei minister Adelien Wijnerman van Financiën en Planning, op vrijdag 21 augustus tijdens een persconferentie op haar ministerie. De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) waarschuwt tegelijkertijd voor mogelijke negatieve gevolgen van de regeling voor lokale productiebedrijven. De retentieregeling is volgens Wijnerman aangepast, omdat de eerdere regeling onvoldoende heeft gewerkt. De wijzigingen zijn opgenomen in een nieuwe algemene beschikking. De regering wil hiermee de controle op exportopbrengsten versterken en ervoor zorgen dat de regels beter worden nageleefd. Volgens Wijnerman werden exportopbrengsten onder de vorige regering via de primaire banken afgehandeld. In de nieuwe situatie   krijgt de Centrale Bank van Suriname (CBvS) een grotere rol. Het uitgangspunt is volgens de minister dat bedrijven en instellingen zich aan de vastgestelde afspraken houden. Wanneer dat niet gebeurt, kunnen maatregelen worden genomen.

Het intrekken van een vergunning of toestemming behoort volgens haar, tot de mogelijkheden.

Controle moet worden versterkt

Wijnerman benadrukte dat het niet alleen gaat om het vastleggen van nieuwe regels, maar ook om een effectief controlemechanisme. De autoriteiten moeten kunnen nagaan of bedrijven daadwerkelijk aan hun verplichtingen voldoen en, waar nodig, kunnen optreden tegen overtredingen. De gewijzigde regeling moet volgens de minister een duidelijker kader bieden voor de afhandeling van exportopbrengsten en de controle daarop. Daarmee wil de regering onder meer de beschikbaarheid van vreemde valuta binnen het financiële systeem beter waarborgen.

VSB waarschuwt voor gevolgen

De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) maakt zich zorgen over de mogelijke gevolgen van Algemene Beschikking No. 228 van de Deviezencommissie voor lokale productiebedrijven. Volgens de beschikking moeten exporteurs hun exportopbrengsten repatriëren en minimaal 35 procent daarvan binnen drie werkdagen verkopen aan een deviezenbank in Suriname. De VSB onderschrijft het belang van voldoende beschikbaarheid van vreemde valuta, maar stelt dat de algemene verplichting nadelig kan uitpakken voor bedrijven die zowel produceren als importeren. Producenten hebben volgens de organisatie vreemde valuta nodig voor onder meer grondstoffen, verpakkingsmateriaal, machines en onderdelen.

Wanneer zij een deel van hun exportopbrengsten verplicht moeten omzetten in Surinaamse dollars, moeten zij later opnieuw vreemde valuta aankopen voor hun import-verplichtingen. Dat kan volgens de VSB extra kosten en onzekerheid veroorzaken. De organisatie vreest dat hierdoor ook productie, investeringen en uitbreiding van bedrijven onder druk kunnen komen te staan.

VSB wil vrijstelling

De VSB heeft daarom eerder voorgesteld, producerende bedrijven die minder dan 60 procent van hun totale omzet uit export halen, vrij te stellen van de retentieregeling. Volgens de ondernemersorganisatie zijn deze bedrijven voornamelijk gericht op de lokale markt, maar zijn zij voor hun productie wel afhankelijk van geïmporteerde grondstoffen en productiemiddelen. De VSB pleit daarom voor een gerichte vrijstelling, zodat deze ondernemingen hun zelf verdiende vreemde valuta kunnen blijven gebruiken voor noodzakelijke importen en investeringen. De discussie over de retentieregeling draait daarmee niet alleen om de controle op exportopbrengsten en de beschikbaarheid van vreemde valuta, maar ook om de gevolgen van de regeling voor bedrijven die hun exportinkomsten nodig hebben om hun productie en import te financieren.

More
articles