´Mogelijke terugkeer verpleegkundigen moet controleerbaar zijn´

VHP-parlementariër Ameerani Jarbandhan wil opheldering van de regering over berichten dat een grote groep Surinaamse verpleegkundigen in Nederland in moeilijke omstandigheden zou verkeren. Volgens haar moeten de uitspraken van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid over de kwestie concreet en controleerbaar worden onderbouwd. Jarbandhan stelt in ABC actueel, dat de regering niet vrijblijvend kan spreken over problemen waarmee Surinaamse verpleegkundigen in Nederland zouden worden geconfronteerd, zeker niet wanneer vervolgens wordt aangegeven dat de staat mogelijk de kosten voor hun terugkeer zal dragen. Jarbandhan wil daarom weten op basis van welke informatie de regering tot die conclusie is gekomen en uit welke middelen een eventuele terugkeer wordt betaald.

Volgens de parlementariër raken de berichten direct aan het bredere probleem van braindrain binnen de Surinaamse gezondheidszorg. Juist daarom vindt zij dat zorgvuldig moet worden omgegaan met publieke verklaringen over zorgprofessionals.

Jarbandhan wil onder meer weten waar en wanneer gesprekken met de genoemde groep van twaalf of dertien verpleegkundigen hebben plaatsgevonden en of het om één gezamenlijk gesprek ging of om afzonderlijke gesprekken. Daarnaast wil zij duidelijkheid over de manier waarop de verpleegkundigen zijn geselecteerd en hoe het contact met hen tot stand is gekomen.

Volgens haar moet worden aangegeven welke vertegenwoordigers van Suriname bij de gesprekken aanwezig waren en of daarvan verslagen, notulen of correspondentie zijn opgesteld.

Ook vraagt Jarbandhan hoeveel verpleegkundigen daadwerkelijk bij de regering hebben aangegeven dat zij ondersteuning nodig hebben bij onder meer vliegtickets, huisvesting of andere kosten. Een ander belangrijk punt voor Jarbandhan zijn de vermeende afspraken tussen verpleegkundigen, werkgevers en eventuele bemiddelingsorganisaties. Vanuit de regering is volgens haar gesteld dat bepaalde afspraken niet zouden zijn nagekomen.

Jarbandhan wil dat precies wordt aangegeven om welke afspraken het gaat, met wie deze zijn gemaakt en in hoeveel concrete gevallen sprake zou zijn van niet-naleving. Ook vraagt zij welke vergoedingen waren afgesproken en wat de betrokken verpleegkundigen daadwerkelijk hebben ontvangen. Verder wil zij weten of het ministerie de arbeidsovereenkomsten van de betreffende verpleegkundigen heeft ingezien voordat publiekelijk conclusies werden getrokken over hun situatie.

Jarbandhan vraagt daarnaast naar de achtergrond van de verpleegkundigen die in de berichtgeving worden genoemd. Zo wil zij weten over welke specialisaties zij beschikken, bijvoorbeeld intensive care, neonatale zorg, operatiekamerzorg of dialyse. Ook de huisvestingssituatie moet volgens haar worden onderzocht en geverifieerd. Daarbij moet volgens haar eveneens hoor en wederhoor worden toegepast bij de betrokken verpleegkundigen, werkgevers en eventuele bemiddelingsorganisaties.

Verder vraagt zij of de Surinaamse ambassade in Nederland de kwestie met de Nederlandse autoriteiten heeft besproken. Voor Jarbandhan is vooral de formulering dat het om een “hele grote groep” verpleegkundigen zou gaan een belangrijk punt. Zij wil weten hoe groot deze groep daadwerkelijk is en op welke feiten het ministerie deze kwalificatie baseert. De VHP-parlementariër benadrukt dat haar vragen niet bedoeld zijn om het probleem van braindrain binnen de zorg te bagatelliseren. Volgens haar is juist vanwege de ernst van dat probleem betrouwbare en controleerbare informatie noodzakelijk. Als de signalen over de omstandigheden van de verpleegkundigen juist blijken te zijn, kan volgens Jarbandhan een onafhankelijk onderzoek of een onafhankelijke commissie snel duidelijkheid bieden. Indien blijkt dat betrokken verpleegkundigen de geschetste situatie niet herkennen, dan vindt zij dat de regering haar verklaringen moet onderbouwen of waar nodig corrigeren.

More
articles