De rust in De Nationale Assemblée (DNA) was dinsdag ver te zoeken. Een discussie over het vergunningenbeleid voor kleine ondernemers, liep uit op een woordenwisseling tussen parlementariërs, waarna de vergadering meerdere keren werd onderbroken en uiteindelijk werd verdaagd.
Aanleiding was een bijdrage van NDP-parlementariër Rabin Parmessar. Nadat zijn spreektijd was verstreken, vroeg hij waarnemend vicevoorzitter Ivanildo Plein om meer spreektijd. Plein ging akkoord. De spanning liep vervolgens verder op, waarna de vergadering werd geschorst.
Volgens Dew Sharman (VHP) ontstond tijdens de schorsing een woordenwisseling tussen Parmessar en Mahinder Jogi (VHP). Daarbij zouden volgens Sharman, krachttermen zijn gebruikt door Parmessar. Bij de hervatting van de vergadering, ontkende Parmessar dat hij dergelijke uitlatingen had gedaan en verwees hij naar de geluidsopnames en de officiële handelingen.
Plein zei dat in de beschikbare beeld- en geluidsopnames, dergelijke uitspraken van Parmessar, niet terug waren te vinden. Toch bleef deze kwestie de vergadering beheersen.
Volgens Sharman was het incident wel degelijk voorgevallen, ook al zou het buiten de microfoon en tijdens de schorsing, hebben plaatsgevonden.
De discussie kreeg vervolgens een bredere lading. Volgens Sharman werd vanwege de coalitie geprobeerd de situatie te sussen, maar ontstond opnieuw onenigheid, nadat daar en boven ook kritiek op de oppositie werd geuit. Pogingen om tot een oplossing te komen liepen uiteindelijk op niets uit. De oppositie stelde daarop, dat zij de zaal zou verlaten als er geen excuses of rectificatie zouden komen. Ook werd politieassistentie ingeroepen, toen er sprake was van mogelijke verwijdering van een parlementariër uit de zaal. Volgens hem was politieassistentie uiteindelijk niet nodig en hoefden geen parlementariërs onder begeleiding uit de zaal te worden verwijderd.
Sharman noemde de gebeurtenissen betreurenswaardig en benadrukte dat het aanzien van het parlement door dergelijke incidenten, wordt geschaad. Volgens hem dragen zowel coalitie als oppositie een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de orde en waardigheid van De Nationale Assemblée te bewaken. “Welke zijde zich op welke wijze dan ook gaat misdragen, is een schande voor De Nationale Assemblee”, stelde Sharman. Hij stelde het vooral jammer dat ervaren parlementariërs er niet in zijn geslaagd de situatie op een passende manier te corrigeren.
Volgens de Sharman moeten parlementariërs zich houden aan de regels en conventies, die gelden binnen het hoogste staatsorgaan. Dat er buiten de microfoon regelmatig opmerkingen worden gemaakt, noemde hij bijna normaal binnen het parlement, maar hij benadrukte dat dit geen rechtvaardiging is voor beledigende of ongepaste uitlatingen. Sharman waarschuwde dat het parlement zijn geloofwaardigheid niet mag verliezen door persoonlijke emoties en conflicten. “Het gaat om het imago, de status en het niveau van ons instituut”, benadrukte hij. Volgens hem is het daarom de individuele én collectieve verantwoordelijkheid van parlementariërs om op een waardige manier te vergaderen en het parlementaire werk voort te zetten.


