De grommende stem van Santokhi, die studenten allemaal een stukje grond belooft, waarvoor zij zelfs naar de rechter zouden kunnen, heeft de politicus zelf overleefd. Veel van wat hij riep, roept Simons nu ook. Bijvoorbeeld in Nickerie bij een grondpapierenspektakel. Het populistisch fenomeen, waarbij partijpolitici die nauwelijks voorkomen in het gronduitgifteproces, het gezicht van goedgeefse patronage, laten zien. Zoals bekend, is de term ‘grondpapieren’ bewust vaag, ruim en niet juridisch. ‘Grondpapieren’ kunnen reiken van bereidverklaringen, tot onder de regering Santokhi zelfs het uitdraaien van de bevestiging, dat iemand ergens in een register op een wachtlijst staat. Het enige ‘grondpapier’ waar een burger iets tastbaars aan heeft, is een uitgiftebeschikking voor grondhuur op een perceelland.
Een sluitstuk, wat meestal geen slingers en hoogwaardigheidsbekleders vereist, maar pas jaren na deze volksfeestjes boven tafel komt, als dat ooit al gebeurt. Meerdere burgers hebben de ervaring, twee en drie keren dezelfde ‘grondpapieren’ van verschillende regeringen te hebben ontvangen, zonder ooit bij GLIS-MI daadwerkelijk iets op hun naam in te kunnen schrijven.
De president trok behoorlijk van leer tegen fenomenen die al jaren de gewone burger teisteren: het feit dat enkelingen, vaak niet eens natuurlijke personen, honderden of duizenden hectaren toegewezen krijgen, terwijl een eenvoudige bouwkavel het beloofde land lijkt, dat men soms niet binnen een generatie kan bereiken. Het feit dat die lijdensweg van het kastje naar de muur, eerder regel is dan uitzondering. Wat haar betreft kan het proces strakker en gerichter, met heldere bestemmingen daaraan ten grondslag en een plan, dat niet alleen de ontvanger van de grond ten goede komt, maar de ontwikkeling van het heel gebied, netjes op weg helpt. Dat zijn nobele idealen en deze president is zeker niet de eerste en waarschijnlijk niet de laatste, die de burger een mooie droom voorhoudt.
Ondertussen is het dus duidelijk dat de ‘gronduitgiftestop’ die de president en haar minister van Grondbeleid en Bosbeheer verkondigd hebben vorig jaar, ten einde is. Honderden percelen worden voorbereid voor uitgifte, terwijl de president zelf zegt, geen voorstander te zijn van uitgiften op deze manier.
Volgens haar kan het allemaal simpeler en netter, met een notaris en de Dienst der Domeinen. Daarvoor moet wetgeving inderdaad gewijzigd worden. En als de president leeft in de veronderstelling dat meer functionarissen bevoegd te maken om voor uitgifte te tekenen, misbruik en corruptie zal tegengaan, en processen zal versnellen, staat zij niet stil bij de werkelijkheid. Een pen in politieke handen is een drama, maar meerdere pennen in ambtelijke handen, is een catastrofe. Daarnaast heeft de president, ondanks de klaagzang over het politiek karakter, zelf de uitgiften bezocht, vergezeld van haar assembleevoorzitter en partijrivaal. Geen van beide functionarissen heeft enige beleidsrol of wettelijke rol in het proces van aanvraag en uitgifte. Hun aanwezigheid draagt bij aan het politiek karakter van het evenement, terwijl zij klaagt over het politiek karakter van gronduitgifte.
Natuurlijk heeft zij gelijk over de inhoud van wat zij zegt, maar dat onderstreept zij niet met wat zij doet. Integendeel. De beste manier om van ruimtelijke ordening en planmatige gebiedsontwikkeling een realiteit te maken, is om de diensten die daaraan werken van behoorlijke middelen te voorzien, open inschrijvingen en prijsvragen uit te schrijven voor deelname vanuit de gebieden zelf en om eerst het plan te presenteren en eerst de conceptwetgeving in de etalage te zetten, alvorens de noodzaak daarvan te prediken met lege handen en een lege beleidsagenda. De grondsprookjes zijn grijs gedraaid en een nieuwe stem hetzelfde liedje laten aanheffen, brengt geen vooruitgang.

