SEOB: ‘Internationale reserves zijn sterk, staatsschuld blijft hoog’

De Suriname Economic Oversight Board (SEOB), stelt dat de internationale reserves van Suriname in de eerste maanden van 2026 op een relatief hoog niveau zijn gebleven, hoewel in april een lichte terugval werd geregistreerd. Tegelijkertijd laten de overheidsfinanciën aan het begin van het jaar een verbetering zien, terwijl de staatsschuld hoog blijft en de begrotingsruimte beperkt houdt.

De internationale reserves stegen van USD 1,85 miljard in februari naar USD 1,92 miljard in maart, maar daalden in april licht naar USD 1,88 miljard. Ook de importdekking nam af van 7,9 maanden in maart naar 7,7 maanden in april. Ondanks deze daling, blijft de externe buffer ruim boven de internationaal gehanteerde norm van drie maanden importdekking. Volgens de analyse beschikt Suriname daarmee nog steeds over een stevige reservepositie, al blijft verdere versterking van de reserves belangrijk om externe schokken op te vangen, de wisselkoers te ondersteunen en het vertrouwen in het macro-economisch beleid te behouden. Ook de overheidsfinanciën ontwikkelden zich positief aan het begin van 2026. In januari stegen de totale overheidsontvangsten naar SRD 6,6 miljard, terwijl de uitgaven daalden naar SRD 4,0 miljard. Hierdoor sloot de lopende rekening af met een overschot van SRD 3,0 miljard en kwam ook de totale rekening uit op een positief saldo van SRD 2,6 miljard. De verbetering wijst volgens de analyse op een tijdelijke verlichting van de begrotingsdruk, die vooral werd veroorzaakt door hogere inkomsten en lagere uitgaven. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat een maandelijks overschot niet automatisch betekent dat de overheidsfinanciën structureel zijn versterkt. Bij aanhoudend hoge uitgaven en schommelende inkomsten blijft de begrotingspositie kwetsbaar, waardoor een consistent begrotingsbeleid noodzakelijk blijft. Over heel 2025 bedroegen de totale overheidsontvangsten SRD 51,7 miljard tegenover uitgaven van SRD 64,7 miljard, wat resulteerde in een tekort van SRD 13,0 miljard. Dat tekort werd grotendeels veroorzaakt door uitzonderlijk hoge uitgaven in januari, die ongeveer 83 procent van het totale jaartekort verklaarden. Buiten deze uitschieter verliep de begrotingsontwikkeling aanzienlijk stabieler. Vooral in het vierde kwartaal was sprake van herstel, met een overschot van SRD 2,7 miljard, mede dankzij sterke ontvangsten in oktober en december. De hogere inkomsten in december worden deels toegeschreven aan de seizoensmatig sterkere economische activiteit tijdens de feestdagen.

Ondanks deze verbeteringen, blijft de staatsschuld een belangrijk aandachtspunt. Volgens de wettelijke definitie steeg de schuldquote van 83,0 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in januari naar 87,0 procent in februari, waarna deze in maart licht daalde naar 86,9 procent. Volgens de internationale definitie kwam de schuldquote in maart uit op 123,3 procent van het bbp. Daarmee blijft de staatsschuld ruim boven zowel de wettelijke norm van 60 procent als internationaal gehanteerde richtlijnen voor een houdbare schuldpositie. Volgens de analyse beperkt de hoge schuldquote de begrotingsruimte, verhoogt zij de rentelasten en blijft de overheid kwetsbaar voor zowel interne als externe economische schokken. Actief schuldbeheer en verdere begrotingsconsolidatie blijven daarom noodzakelijk om de macro-economische stabiliteit te waarborgen. De bankensector laat intussen een stabiel beeld zien. De gewogen gemiddelde leenrente daalde licht van 14,3 procent in januari naar 14,0 procent in april, terwijl de gemiddelde spaarrente steeg van 6,8 procent in maart naar 7,1 procent in april. Hierdoor nam de rentemarge van de banken verder af. Daarnaast bleef de solvabiliteitsratio met 20,3 procent op een solide niveau, wat erop wijst dat commerciële banken over voldoende kapitaal beschikken om risico’s op te vangen. De bruto niet-renderende leningen (NPL’s) stegen weliswaar licht van 3,0 naar 3,1 procent, maar blijven volgens de analyse op een beheersbaar niveau. De combinatie van sterke kapitaalbuffers en een relatief lage NPL-ratio wijst erop dat de Surinaamse bankensector vooralsnog veerkrachtig blijft.

More
articles