Door het ministerie van Grondbeleid en Bosbeheer (GBB), zal een aanzienlijk deel van de begroting worden besteed aan de betaling van dwangsommen en compensaties. De totale financiële verplichting van de staat bedraagt inmiddels bijna SRD 300 miljoen. Dat maakte minister Stanley Soeropawiro gisteren bekend tijdens de vergadering van Raad van Ministers.
Volgens de minister vormt de afhandeling van de openstaande dwangsommen een grote uitdaging voor zowel het ministerie als de regering.
Momenteel wordt samen met juristen en andere deskundigen onderzocht, op welke wijze de verschuldigde bedragen aan belanghebbenden, kunnen worden uitbetaald.
Soeropawiro benadrukte dat het om een bedrag gaat, dat niet eenvoudig kan worden opgebracht. Hij wees erop dat de kosten uiteindelijk worden gedragen door de samenleving, aangezien de betalingen uit belastinggelden, moeten worden voldaan.
“Als we alle dwangsommen en compensaties in beschouwing nemen, komen we uit op bijna SRD 300 miljoen. Dat is niet gemakkelijk te betalen en daarom bekijken we samen met deskundigen, hoe we hiermee moeten omgaan”, aldus de minister.
Eveneens wordt gekeken naar maatregelen, om te voorkomen, dat soortgelijke situaties zich in de toekomst blijven voordoen. Volgens Soeropawiro moet de nadruk gelegd worden op een zorgvuldige uitvoering van het grondbeleid, zodat geschillen niet escaleren tot rechtszaken, vonnissen en uiteindelijk dwangsommen.
Soeropawiro stelde dat alle betrokken partijen binnen de grondsector, waaronder medewerkers van GBB, landmeters, notarissen en advocaten, een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben, om problemen tijdig en op een correcte manier op te lossen. Daarmee kunnen onnodige juridische procedures en bijkomende kosten voor de staat worden voorkomen.
“Problemen zullen er altijd zijn, omdat mensen nu eenmaal fouten maken. Maar wanneer die fouten op een goede manier worden opgelost, hoeft het niet zover te komen, dat de staat dwangsommen moet betalen”, aldus Soeropawiro.
Volgens de minister is het daarom van groot belang dat het gronduitgiftebeleid strikt wordt uitgevoerd volgens de geldende wet- en regelgeving, met steeds het belang van het land en de bevolking voor ogen. Hiermee hoopt de regering toekomstige financiële lasten als gevolg van juridische geschillen, aanzienlijk terug te dringen.


