Een collectief van groene niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) heeft in een schrijven, een dringende oproep gedaan aan de regering en het parlement om plannen voor een grootschalig landbouwproject in primair bosgebied, stop te zetten. Volgens de organisaties dreigt het project ernstige gevolgen te hebben voor natuur, klimaat en lokale gemeenschappen in Suriname. De open brief is gericht aan president Jennifer Simons, de voorzitter van De Nationale Assemblee Ashwin Adhin, en verschillende ministers. Het project houdt onder meer verband met een aanvraag voor een incidentele houtkapvergunning door Suriname Green Agriculture N.V.
Volgens de ngo’s gaat het om een gebied van 113.000 hectare, waarvan ongeveer 50.000 hectare bestemd zou zijn voor sojateelt. Indien dit plan doorgaat, zou dat volgens hen leiden tot grootschalige ontbossing en het verlies van een aanzienlijk deel van de bosbedekking van het land. De organisaties vrezen dat Suriname hierdoor zijn internationale reputatie als een van de meest bosrijke landen ter wereld kan verliezen. Daarnaast zou het project kunnen leiden tot een stijging van CO₂-uitstoot, omdat tropische bossen belangrijke opslagplaatsen zijn voor koolstof.
Risico’s voor biodiversiteit en waterhuishouding
Naast de klimaatimpact, wijzen de ngo’s op de mogelijke gevolgen voor biodiversiteit. Het kappen van primair bos kan volgens hen leiden tot het verdwijnen van habitats voor planten en dieren en tot het verstoren van complexe ecosystemen. Ook de waterhuishouding kan worden beïnvloed. De organisaties waarschuwen dat ontbossing in het stroomgebied van de Nickerie- en de Corantijnrivier, gevolgen kan hebben voor irrigatiewater dat nodig is voor de rijstteelt in gebieden als Nickerie en Coronie. Daarnaast wordt gewezen op mogelijke bodemdegradatie, erosie en vervuiling door landbouwchemicaliën.
De ngo’s stellen dat grootschalige landbouw in primair bos haaks staat op bestaande beleidsdocumenten van de overheid. Zo verwijzen zij naar de Groene Ontwikkelingsstrategie (GDS), waarin grootschalige landbouw in bosgebied juist wordt aangeduid als een ongunstig ontwikkelingsscenario. Ook in de nationale structuurvisie voor ruimtelijke ordening is landbouw volgens hen voornamelijk gepland in traditionele landbouwgebieden zoals Saramacca, Nickerie en Coronie, en niet in primair bosgebied.
Zorgen over wetgeving en milieuonderzoek
Een ander punt van zorg is volgens de organisaties het ontbreken van duidelijkheid over een verplichte milieu-effectenanalyse. Volgens de ngo’s zou een dergelijk onderzoek noodzakelijk zijn onder de Surinaamse Milieu Raamwet voordat een project van deze omvang kan worden uitgevoerd. Zonder zo’n analyse zou verdere voortgang van het project mogelijk in strijd zijn met de geldende milieuwetgeving.
Sociale gevolgen
Naast milieuschade wijzen de organisaties ook op mogelijke sociale gevolgen. Grootschalige landbouwprojecten in bosgebied kunnen volgens hen leiden tot verdringing van inheemse en tribale gemeenschappen en aantasting van traditionele bestaansmiddelen. Hoewel de ngo’s erkennen dat dergelijke projecten economische voordelen kunnen opleveren, zoals werkgelegenheid en exportinkomsten, waarschuwen zij dat deze baten ongelijk verdeeld kunnen zijn en ten koste kunnen gaan van duurzaam bosgebruik.
In hun brief roepen de organisaties de regering en het parlement op, de plannen opnieuw te evalueren en prioriteit te geven aan duurzame ontwikkeling en bosbehoud.
Volgens hen moet Suriname juist zijn natuurlijke rijkdom beschermen en inzetten als basis voor een duurzame economie, in plaats van primair bos op te offeren voor grootschalige landbouw.
De brief is ondertekend door het Groene NGO Collectief, Amazon Conservation Team Guianas (ACT-G), Tropenbos Suriname, Green Growth Suriname (GGS), Conservation International Suriname (CIS), Stg. Ontwikkeling Rurale Gemeenschappen (SORG), World Wide Fund Guianas(WWF-Guianas), Wildlife & People Suriname (WPS), Green Heritage Fund Suriname (GHFS), Suriname Alliance For the Environment (SAFE).

