De Pan-Amerikaanse Gezondheidsorganisatie (PAHO) heeft landen in de regio van de Amerika’s opgeroepen, het toezicht op zogenoemde GLP-1-geneesmiddelen te versterken. Aanleiding zijn toenemende meldingen van bijwerkingen die verband houden met een verkeerd en ongecontroleerd gebruik van deze middelen.
In een epidemiologische waarschuwing die op 27 februari 2026 werd gepubliceerd, meldt de PAHO dat meerdere landen recent uiteenlopende bijwerkingen hebben gerapporteerd. Het gaat om geneesmiddelen zoals semaglutide, dulaglutide, liraglutide en tirzepatide. Deze middelen zijn bedoeld voor de behandeling van diabetes type 2 onder specifieke medische criteria en worden in bepaalde gevallen, ook voorgeschreven bij obesitas.
Volgens de PAHO moet het gebruik van deze medicijnen strikt beperkt blijven tot goedgekeurde indicaties en altijd plaatsvinden binnen een gestructureerd behandelplan met medische begeleiding en regelmatige controle. De middelen werken door de eetlust en het metabolisme te reguleren, maar zijn geen vrij verkrijgbare afslankproducten.
Obesitas wordt erkend als een chronische ziekte die vraagt om een duurzame en brede aanpak.
Medicamenteuze behandeling moet daarom zorgvuldig worden afgewogen binnen een multidisciplinair zorgmodel, waarbij rekening wordt gehouden met het individuele risicoprofiel, eventuele bijkomende aandoeningen en de batenrisicoverhouding van de therapie.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft internationale richtlijnen opgesteld voor het gecontroleerde gebruik van deze geneesmiddelen. In februari 2026 ondersteunde het WHO-expertcomité voor essentiële geneesmiddelen, de 24e editie van de Model List of Essential Medicines. Daarin wordt aanbevolen om semaglutide, dulaglutide, liraglutide en tirzepatide op te nemen als aanvullende therapieën voor volwassenen met diabetes type 2, en vastgestelde hart- en vaatziekten of chronische nierziekte die tevens obesitas hebben (BMI ≥30 kg/m²). Het comité adviseerde deze middelen nadrukkelijk niet voor mensen met obesitas zonder diabetes type 2 of andere bijkomende aandoeningen.
De meest gemelde bijwerkingen zijn maag- en darmklachten, die doorgaans tijdelijk zijn. Minder frequent, maar potentieel ernstig, zijn meldingen van acute pancreatitis, galblaasaandoeningen en darmobstructie. Daarnaast worden zeldzamere risico’s nog onderzocht. De PAHO benadrukt dat niet alle gebruikers ernstige klachten ondervinden, maar dat waakzaamheid noodzakelijk is, vooral bij off-label gebruik.
De organisatie waarschuwt tevens voor de toenemende verkoop via onofficiële kanalen, zoals internet en sociale media. Door de groeiende vraag – mede aangewakkerd door gebruik voor esthetische doeleinden – bestaat het risico dat vervalste of niet-goedgekeurde producten in omloop komen. Dergelijke producten kunnen onjuiste doseringen, verkeerde werkzame stoffen of niet-gedeclareerde bestanddelen bevatten. Dat kan leiden tot therapiefalen, ernstige complicaties en extra kosten voor patiënten en zorgsystemen. In verschillende landen in de regio hebben regelgevende instanties inmiddels waarschuwingen uitgevaardigd over off-label gebruik en de opsporing van vervalste geneesmiddelen.
De PAHO adviseert landen onder meer:
– Het gebruik van GLP-1-agonisten strikt te beperken tot door nationale autoriteiten goedgekeurde indicaties.
– Zorgpersoneel te trainen in risico’s, interacties en waarschuwingssignalen.
– Systemen voor geneesmiddelenbewaking te versterken om bijwerkingen snel te detecteren.
– Het toezicht op de farmaceutische markt en distributieketen aan te scherpen.
– Publiekscampagnes te ontwikkelen over de risico’s van gebruik zonder medisch toezicht.
De organisatie benadrukt dat deze geneesmiddelen uitsluitend op medisch voorschrift en onder passende klinische begeleiding mogen worden gebruikt. Intensieve samenwerking tussen nationale autoriteiten en regionale netwerken is volgens de PAHO, essentieel om nieuwe risico’s tij-dig te signaleren en te beheersen.
(Bron: PAHO.org)


