“Als kind met mijn roots uit Goejaba en Nieuw Aurora, zal ik de gemeenschappen nooit in de steek laten; ik zal tot het bittere eind strijden,” dat waren de woorden van DNA-lid Edgar Sampie tegenover de krant, over de kwestie van de goudconcessies uitgeven in het Saamakagebied in de periode 2015–2020, de tweede termijn van de regering-Bouterse. Deze kwestie kreeg eerder deze maand extra aandacht nadat vertegenwoordigers uit het dorp Goejaba zich hadden gewend tot De Nationale Assemblee en het kabinet van de president.
Sampie gaf aan dat hij op 26 december 2025 geïnformeerd werd over de uitgegeven concessies via een bericht op social media. “Pas op die dag heb ik de informatie gezien en nooit eerder. Dat is voor mij onaanvaardbaar; bovendien keur ik het ten zeerste af dat er in alle stilte concessies zijn uitgegeven in het gebied, zonder enige consultatie met de dorpsgemeenschappen,” zo stelde Sampie.
Sampie verklaarde dat hij gelijk na het lezen van de informatie contact heeft opgenomen met de minister van Natuurlijke Hulpbronnen (NH), David Abiamofo, ter verificatie. “Hij heeft bevestigd dat er in totaal 13 concessies waren uitgegeven. 12 in de stroomrichting van de kreken in het Saamakagebied en de dertiende in de stroomrichting van Matawai. Die 12 zijn intussen vervallen en niet verlengd, daar ben ik blij mee,” stelde Sampie. Hij zei verder verheugd te zijn met de moedige stap van minister Abiamofo, en dankte hem ten zeerste.
Sampie gaf aan het niet te begrijpen, omdat tijdens de regering-Bouterse II een fase was bereikt waarin het grondenrechtenvraagstuk intensief werd besproken en consultaties plaatsvonden tussen verschillende belanghebbenden. Daarbij is zowel in de conceptwet als in het Saamakavonnis duidelijk vastgelegd dat, voorafgaand aan het verlenen van enig recht op een stuk grond binnen de leefgemeenschappen, consultaties moeten plaatsvinden en dat het principe van Free, Prior and Informed Consent (FPIC) dient te worden toegepast.
Sampie zei verder dat hij ook met kapiteins gesproken had over deze kwestie. “De gemeenschap was reeds op de hoogte. Maar het protest van de gemeenschap heeft geleid tot de publicatie van de informatie van de resterende concessies,” aldus Sampie. Aanvullend hierop zei hij dat de minister de 12 concessies al had ingetrokken voordat de Saamakagemeenschap erachter kwam. Maar de informatie was nog niet publiekelijk bekend.
Over de betreffende concessie geeft hij aan dat de documenten nog bestudeerd moeten worden en dat aanvullend eigen onderzoek noodzakelijk is. In het Matawaigebied vindt reeds deels goudwinning plaats en het is mogelijk dat deze specifieke concessie geen direct gevaar vormt. Volgens hem moet nader onderzoek uitwijzen hoe verder met deze kwestie moet worden omgegaan.
Een afstand van 20 kilometer biedt volgens Sampie geen garantie dat leefgemeenschappen geen negatieve effecten zullen ondervinden van goudwinning. Ter illustratie schetst hij een scenario waarbij de Paabakreek bijvoorbeeld 22 kilometer lang is en goudwinning plaatsvindt op slechts 15 tot 20 meter afstand van de kreek. In dat geval zou vervuild water uiteindelijk de gemeenschappen van Goejaba en Nieuw Aurora kunnen aantasten.
Hij benadrukt dat hij het principiële standpunt van het traditioneel gezag van de Saamaka ondersteunt om het gebied vrij te houden van goudwinning, waarbij natuurbescherming als prioriteit geldt. “Ik sta achter het standpunt: geen goudwinning in Saamakalio. Daar zal ik tot het bittere einde voor strijden,” verklaarde Sampie.
Verder lichtte hij toe dat een concessierecht een recht is dat door de overheid wordt verstrekt op basis van de mijnbouwwet en dat dit recht door de overheid ook weer kan worden ingetrokken, afhankelijk van verschillende overwegingen. Het parlement kan volgens hem pas handelen wanneer de wet mankementen vertoont en wijziging vereist is. De wet is duidelijk over zowel het verstrekken van concessies als de procedures voor het intrekken daarvan.
Daarnaast stelt hij dat minister Abiamofo daadkracht moet tonen door verschillende groepen bij elkaar te brengen om te komen tot een breed gedragen oplossing. Sampie gelooft dat alle partijen volwassen genoeg zijn om elkaar in deze kwestie te vinden. Als voorbeeld noemt hij de Gran Krutu van Goejaba. Het eeuwenoude model van conflicthantering binnen de marronleefgemeenschappen is de Krutu: taki fiti en daarna verder gaan. Tot slot zei Sampie dat in januari 2026 opnieuw een Gran Krutu zal worden gehouden in het dorp Goejaba. Tijdens deze bijeenkomst zal de minister van NH de gemeenschappen informeren over de concessie.
Door Nquaya van Cooten


