De levenslange benoeming van de procureur-generaal in Suriname, staat opnieuw ter discussie. Fiscalist Stanley A. Esajas waarschuwt dat de huidige praktijk vragen oproept over politieke verantwoordelijkheid, onafhankelijkheid en de werking van het rechtsbestel. Volgens Esajas is Suriname een republiek waarin bijna 30 procent van de belastingopbrengsten niet strikt volgens de wet wordt geïnd. Toch keurt De Nationale Assemblee (DNA) jarenlang begrotingen goed zonder diepgaand toezicht. Kritische vragen aan ministers worden vaak gebagatelliseerd. Daarnaast blijkt een constitutioneel orgaan dat de grondwet moet bewaken en wetten moet toetsen, structureel gehinderd door politieke nalatigheid bij begroting en bemensing.
De procureur-generaal bekleedt een functie die inherent politiek en beleidsmatig is. In veel landen worden procureurs-generaal gekozen of hebben zij beperkte termijnen, terwijl de Surinaamse procureur-generaal voor het leven wordt benoemd. “Een levenslange benoeming bemoeilijkt politieke verantwoording en kan falend gedrag normaliseren”, stelt Esajas. Tijdens de verkiezingscampagne stonden politieke rechtszaken volop in de belangstelling. Nu stelt DNA wetgeving voor die meerdere procureurs-generaal wil aanstellen die gezamenlijk zouden opereren. Esajas benadrukt dat zorgvuldig moet worden afgewogen, of dergelijke ingrepen effectief en constitutioneel verantwoord zijn. Historisch gezien werd de levenslange benoeming in 1975 ingevoerd om de functie onafhankelijk te maken ten opzichte van het bestuur, met name bij de toetsing van wetten door het Constitutioneel Hof. De motivatie had geen directe relatie met de vervolging van ambtsdragers, waarvoor de grondwet al een procedure van ‘in staat van beschuldiging stellen’ voorschrijft. Esajas merkt op dat het ironisch is dat eind 2025 wordt gesproken over wijzigingen in wet en grondwet aangaande de rechtspraak, zonder dat de rol van het Constitutioneel Hof en de levenslange benoeming van de procureur-generaal fundamenteel worden besproken. De nieuwe voorstellen zouden een commissie van twee tot vier procureurs-generaal voor het leven benoemen. “Waarom weer voor het leven? Het gaat om een functie met politieke taken. Hoe verhouden deze levenslange benoemingen zich tot de grondwettelijke bepalingen en het falende Constitutioneel Hof?”, aldus Esajas. Daarnaast wijst hij op de ineffectiviteit van parlementaire commissies: rapporten worden zelden geschreven, waardoor lessen uit eerdere zaken, zoals de politieke vervolging van een voormalige vicepresident, niet worden getrokken. Kritische vragen over voortgang, achteloosheid of politieke beïnvloeding, blijven onbeantwoord. Ook de samenhang tussen pensioenleeftijd, rechterlijke macht en het openbaar ministerie blijft onduidelijk, terwijl de perceptie van partijdigheid en politieke inmenging bij de procureur-generaal nog steeds leeft. Volgens Esajas drijft DNA vaak hervormingen door zonder het probleem volledig te doorgronden.
“Zorgvuldigheid vereist harde vragen over de plaats van de levenslange benoeming, gronden voor ontslag en de verantwoordelijkheid voor het actief in stand houden van het Constitutioneel Hof. Alleen zo kan Suriname een functionerende republiek blijven”, aldus Esajas.


