‘Natuurwet moet niet alleen beschermen, maar ook uitvoerbaar zijn’

Bronto Somohardjo, parlementariër voor Pertjajah Luhur, heeft afgelopen vrijdag 19 december, tijdens de behandeling van de ontwerpwet houdende regels voor duurzaam natuurbeheer (Wet Duurzaam Natuurbeheer) in De Nationale Assemblee (DNA) gezegd, dat wetten niet worden gemaakt “om het maken van wetten” en ook niet om financiële redenen. Daarbij verwees hij naar bedragen, die tijdens de behandeling zijn genoemd. Volgens hem kan een slechte wet de samenleving uiteindelijk veel meer kosten. ‘’De assemblee moet niet handelen uit angst, maar een wet aannemen waar DNA trots op zal zijn. Een wet die werkt voor de mensen die ermee moeten werken en voor de burgers die de rekening betalen’’, aldus Somohardjo.

Volgens hem was het meetmoment voor zijn beoordeling van de wet bij de fundamentele vraag, of natuurbeheer werkelijk centraal staat. Hij benadrukte dat niemand in de zaal het belang van natuurbeheer betwist. “Onze natuur is een mooi verhaal op papier,” zei hij, waarbij hij wees naar het belang van voedselzekerheid, waterzekerheid en bestaanszekerheid voor huidige en toekomstige generaties. Ook zei Somohardjo, dat Suriname in bijna vijftig jaar onafhankelijkheid heeft geleerd, dat goede bedoelingen geen garantie zijn voor goed bestuur. Een wet moet volgens hem niet alleen beschermen, maar ook bestuurbaar, controleerbaar en vooral uitvoerbaar zijn. Somohardjo stelde vast dat DNA de afgelopen dagen intensief heeft geluisterd naar initiatiefnemers, uitvoerende diensten, maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers van inheemse en tribale volkeren. Volgens hem is er geen verdeeldheid over de intentie van de wet, maar wel duidelijke twijfel over de manier waarop die intentie wordt uitgewerkt. Een belangrijk punt van kritiek betreft de rol van de Nationale Milieu Autoriteit (NMA). In de artikelen 4 en 5 wordt volgens Somohardjo gekozen voor een sterke concentratie van begeleiding, beheer, monitoring en handhaving bij één instantie. Hij waarschuwde, dat een model waarin beleidsvoorbereiding, uitvoering en toezicht bij één orgaan liggen, de checks and balances verzwakt en de parlementaire controle, kwetsbaar maakt. Ook bij de aanwijzing van beschermde gebieden ziet Somohardjo risico’s. Tijdens consultaties is herhaaldelijk gevraagd, wie in de praktijk verantwoordelijk is voor grensbeheer en wie politiek en bestuurlijk aanspreekbaar blijft. “We hebben het vaker gezien: er is geen eindverantwoordelijke, alles gaat fout,” aldus Somohardjo. Daarnaast stelde hij kritische vragen over de gevolgen van het wetsvoorstel voor bestaande uitvoeringsdiensten, met name de Dienst ’s Lands Bosbeheer (LBB). Volgens hem mag er geen breuk ontstaan, waarbij kennis en ervaring verloren gaan en verantwoordElijkheden onduidelijk worden. Somohardjo ging ook in op de zorgen van inheemse en tribale volkeren. Hij zei dat hij hun waarschuwingen niet langer kan negeren. Met betrekking tot de artikelen 31 en 32 stelde hij, dat de kernvraag niet is óf er wordt geconsulteerd, maar hoe collectieve grondrechten daadwerkelijk worden beschermd bij het instellen van beschermde gebieden. Tot slot benadrukte hij dat de wet natuurbeheer mag versterken, maar niet mag leiden tot verlies van uitvoerings-kracht, ministeriële aanspreekbaarheid en parlementaire controle. Hij stelde de initiatiefnemers de fundamentele vraag of Suriname een wet wil “die bescherming belooft op papier”, of een wet die vanaf dag één, werkt in de praktijk. Somohardjo zei verheugd te zijn dat de initiatiefnemers inmiddels erkennen dat de wet aanpassing behoeft, maar stelde duidelijk, dat er fundamentele wijzigingen nodig zijn voordat het wetsvoorstel op steun van DNA kan rekenen. Daarbij noemde hij onder meer de artikelen 1, 2, 3 en 37.

More
articles