De Surinaamse rijstsector heeft zich na een diepe terugval voorzichtig hersteld, maar de productie ligt nog steeds ver onder het niveau van enkele jaren geleden. Dat zegt minister Mike Noersalim van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). Volgens cijfers van de National Plant Protection Organization (NPPO), werd in 2024 ongeveer 46.000 ton rijst geproduceerd, tegenover een piek van circa 100.000 ton in 2020.
De minister wijst erop dat de sterke daling vanaf 2021 samenhing met de covid-pandemie en uitzonderlijke weersomstandigheden als gevolg van La Niña. In 2022 kelderde de productie tot ongeveer 38.000 ton, waarna in 2023 en 2024 een lichte stijging werd genoteerd. “Ten opzichte van 2023 is de productie in 2024 met ongeveer 5.000 ton gestegen, maar we zitten nog lang niet op het oude niveau”, aldus Noersalim.
De economische betekenis van de sector blijft vooral groot voor Nickerie, waar naar schatting ongeveer 80 procent van de bevolking direct of indirect actief is in de rijstsector. Op basis van cijfers uit 2010, droeg de rijstproductie toen, voor circa 1,9 procent bij aan het bruto binnenlands product (bbp), goed voor ongeveer 27 miljoen US-dollar. De minister stelt dat deze bijdrage door de terugval in productie, inmiddels lager ligt.
Wat de infrastructuur betreft, wordt de irrigatie van de rijstvelden voornamelijk verzorgd via het Wakay-pompgemaal, dat water aanvoert naar onder meer het Quarantaine-kanaal en het Nickerie-verdeelwerk. De waterschappen zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van de secundaire waterwegen. Noersalim erkent dat delen van de infrastructuur verouderd zijn en dat dit de sector kwetsbaar maakt.
Sinds zijn aantreden in juli 2025 heeft de minister intensief overleg gevoerd met verschillende schakels binnen de sector, waaronder de Vereniging Belangengroep Padieverbouwers Nickerie (VBBN), die ongeveer 1100 boeren vertegenwoordigt. Dit overleg heeft geleid tot een gezamenlijk actieplan met korte-, middellange- en langetermijnmaatregelen.
Een belangrijk knelpunt daarbij zijn de hoge bankschulden van boeren. In overleg met onder meer de Hakrinbank is afgesproken dat individuele gevallen worden bekeken en dat boeren mogelijk een respijtperiode krijgen om financieel te herstellen, voordat zij hun leningen aflossen.
Daarnaast is ingegrepen bij de prijs van kunstmest, die volgens de minister te ver boven de kostprijs lag. Na overleg met het ministerie van Financiën is een aanbesteding gehouden, waardoor kunstmest nu tegen een marktconforme en lagere prijs beschikbaar is gesteld.
De sector kampt ook met sterke internationale concurrentie. Grote rijstproducerende landen als India en Indonesië, brengen tientallen miljoenen tonnen rijst op de wereldmarkt, terwijl Suriname slechts met 40.000 tot 50.000 ton kan meedingen. Export naar Europa blijft bovendien moeilijk door te hoge residugehaltes in de rijst, waardoor de afzet zich vooral beperkt tot de Caribische regio.
Een ander structureel probleem is de spanning tussen producenten en verwerkers. Volgens Noersalim liggen de kostprijzen van boeren soms rond de 700 SRD per eenheid, terwijl opkopers slechts 300 tot 400 SRD willen betalen. Ook de toegang tot betaalbaar kapitaal vormt een belemmering. Via het Nationaal Ontwikkelings-fonds voor Agrarische Industrie (NOVA-fonds) kunnen boeren leningen krijgen tegen een rente van circa 5,5 procent. De regering heeft aangekondigd, dit fonds verder te willen versterken.
Voor de verduurzaming van de sector wordt onder meer gekeken naar het ombouwen van het Wakay-pompgemaal naar een systeem op hernieuwbare energie. Momenteel verbruikt het gemaal per seizoen tussen de 300.000 en 500.000 liter diesel. Volgens de minister kan een overstap op bijvoorbeeld zonne-energie niet alleen kosten besparen, maar ook middelen vrijmaken voor andere investeringen binnen de sector.
Tot slot benadrukt Noersalim het belang van onderzoek naar klimaatbestendige rijstvariëteiten, mede vanwege toenemende droogte en verzilting. Samenwerking met landen als Brazilië en China wordt daarbij niet uitgesloten. Het ministerie blijft volgens hem vooral een faciliterende rol spelen, onder meer bij irrigatie, insaaiplanning en fytosanitaire certificering, terwijl de padieprijs wordt overgelaten aan het marktmechanisme van vraag en aanbod.


