Xaviera Jessurun heeft op social media fel gereageerd op het bericht dat haar diplomatiek paspoort zou zijn ingetrokken door minister van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking, Melvin Bouva. Aanleiding is berichtgeving die maandag werd verspreid door verschillende media, waarin werd gemeld dat het diplomatiek paspoort van Jessurun is ingetrokken in verband met een lopende strafzaak rond SLM.
Volgens Jessurun is het toekennen van een diplomatiek paspoort inderdaad het prerogatief van de minister, maar stelt zij dat de vermeende intrekking op niet-juridische gronden zou zijn gebeurd en in strijd is met het beginsel van onschuldpresumptie. Zij benadrukt dat het bezit van een diplomatiek paspoort geen invloed heeft op een strafrechtelijke procedure en geen middel is om rechtsgang te ontwijken, noch nationaal noch internationaal.
Jessurun geeft aan sinds 2023 in het bezit te zijn geweest van een diplomatiek paspoort in het kader van haar werkzaamheden bij het toenmalige ministerie van BIBIS. In mei 2025 zou haar bovendien een nieuw biometrisch diplomatiek paspoort en een biometrisch nationaal paspoort zijn verstrekt. Zij stelt dat de minister slecht geïnformeerd is over haar situatie en over de lopende juridische procedures. Dat zij op 5 december niet persoonlijk in de rechtszaal verscheen, was volgens haar het gevolg van een lopende bezwaarschriftprocedure.
De vermeende intrekking van het diplomatiek paspoort wordt door Jessurun geplaatst in een politieke context. Zij spreekt van een rancuneuze politieke agenda van de nieuwe regering en stelt dat dezelfde politieke actoren die nu aan de macht zijn, eerder het veld moesten ruimen na de verkiezingen van 2020. Jessurun laat weten te overwegen of het zinvol is bezwaar of beroep aan te tekenen tegen de intrekking, aangezien zij naar eigen zeggen ook met haar nationaal biometrisch paspoort kan reizen.
Met betrekking tot de strafzaak uit zij scherpe kritiek op het Openbaar Ministerie, de media en de manier waarop de kwestie in de samenleving wordt behandeld. Zij spreekt van ernstige schendingen van de procesorde en stelt dat de zaak, die sinds 2022 loopt, heeft geleid tot sensatie en stemmingmakerij. De bezwaarschriftprocedure in deze zaak staat volgens haar gepland voor 23 januari 2026.
Jessurun benadrukt dat de affaire blijvende schade heeft toegebracht aan haar eer en goede naam, haar familieleven, professionele carrière en privacy. Zij vraagt zich af of er in de toekomst sprake zal zijn van excuses, eerherstel en schadevergoeding indien zij in het gelijk wordt gesteld.
Tot slot onderstreept zij dat zij onschuldig is totdat een onafhankelijke rechter anders beslist. Daarbij verwijst zij naar nationale wetgeving en internationale mensenrechtenverdragen, waaronder het Inter-Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens. Jessurun stelt vertrouwen te blijven houden in een uiteindelijke zege van het recht.


