VHP-assembleelid Asis Gajadien heeft in het radioprogramma ABC Actueel verklaard dat de coalitie in De Nationale Assemblee (DNA) geen enkele vooruitgang bij de behandeling van de initiatiefwet Openbaarheid van Bestuur toont. Het wetsvoorstel, dat reeds in de vorige zittingsperiode werd ingediend, blijft volgens Gajadien bewust liggen.
Gajadien wees erop dat de benoeming van een commissie van rapporteurs een cruciale stap voor het verrichten van onderzoek en de inhoudelijke behandeling van het voorstel, telkens achterwege blijft. “Zonder duidelijke reden wordt de zaak steeds uitgesteld,” aldus Gajadien. Door deze gang van zaken komt de parlementaire behandeling volgens hem feitelijk, niet van de grond. “Bij het indienen van wetten heb ik altijd overleg gevoerd met de actoren en met de regering, zeker wanneer personen of instanties door de wet worden geraakt”, aldus Gajadien.
Het doel daarvan is niet per se om volledige overeenstemming te bereiken, maar om transparantie te waarborgen en verrassingen te voorkomen. Bovendien kunnen standpunten van betrokkenen op die manier al in een vroeg stadium, worden meegenomen. Na indiening volgt normaal gesproken een fase van vooronderzoek en verdere discussies met actoren. Toch benadrukte Gajadien dat voorafgaande afstemming cruciaal blijft.
Als voorbeeld noemde hij de wet Openbaarheid van Bestuursinformatie, de verder uitgewerkte versie van de bekende Wet Openbaarheid van Bestuur. Met het vooronderzoek naar deze wet, is men al in het vorige parlement begonnen.
Tijdens dat traject bleek dat verschillende partijen niet of nauwelijks meewerkten aan commissievergaderingen, wat het proces aanzienlijk vertraagde. “Het heeft erg lang geduurd, voordat we het vooronderzoek konden afronden en richting openbaarheid konden gaan”, aldus Gajadien. “Er zijn zelfs workshops georganiseerd om het draagvlak en begrip te vergroten. Uiteindelijk is de wet in de huidige zittingsperiode opnieuw ingediend en behoort hij tot de eerste initiatiefwetten van deze periode.” Desondanks is het parlement onder de huidige voorzitter Ashwin Adhien er volgens hem niet in geslaagd, een commissie in te stellen voor verdere behandeling. De coalitie zou de benoeming van een commissie herhaaldelijk hebben uitgesteld. “Dat wekt de indruk, dat men geen openbaarheid van bestuur wenst”, aldus Gajadien. Volgens Gajadien zijn dit bekende vertragingstactieken, wanneer het gaat om transparantie en openheid van zaken.
Ook wijst Gajadien op initiatiefwetten met betrekking tot de rechterlijke macht, die in het vorige parlement zijn ingediend en waarvoor al onderzoek liep. “ Het Reglement van Orde van het parlement biedt de mogelijkheid dergelijke wetten door te laten lopen in een nieuwe zittingsperiode”, aldus Gajadien. Als initiatiefnemer heeft Gajadien expliciet aangegeven, nog steeds achter deze voorstellen te staan. “Deze wetten zijn bedoeld om de inrichting en het functioneren van de rechterlijke macht efficiënter en beter te regelen”, aldus Gajadien. Tegelijkertijd ziet Gajadien dat andere wetsvoorstellen juist met grote snelheid op de agenda worden geplaatst. Zo is recent een commissie ingesteld die vrijwel direct moest vergaderen. Die vergadering kon echter niet doorgaan, vanwege het ontbreken van quorum. Van de vijf commissieleden waren er slechts drie aanwezig. “Dat wijst erop, dat zelfs binnen de coalitie problemen bestaan om voldoende draagvlak te organiseren,” aldus Gajadien. De commissie zou alsnog bijeenkomen om het vooronderzoek voort te zetten. Daarbij zijn voorstellen gedaan om wijzigingen in de Grondwet aan te brengen, waarbij de verdere uitwerking via bijwetgeving zou plaatsvinden. Gajadien noemt dit ongehoord. “Als je iets in de Grondwet regelt, moet je ook direct duidelijk maken, hoe de uitvoering eruitziet. Je kunt niet volstaan met de mededeling dat, dat later bij wet wordt geregeld.”
Volgens Gajadien ondermijnt een dergelijke aanpak de rechtszekerheid en de geloofwaardigheid van het wetgevingsproces. “Waarom zou je iets in de Grondwet vastleggen, zonder helder te zijn over de uitvoering?”


