Economist Winston Ramautarsing, ex-voorzitter van de Vereniging van Economisten in Suriname (VES), zegt dat de regering-Simons, die nu vier maanden aanzit, geen enkele aanwijzing geeft, dat zij het beloofde ‘kenki a systeem’ inzet. In gesprek met Dagblad De West stelt hij desgevraagd, dat het financieel beleid sterk lijkt op dat van de vorige regering en dat de begroting 2026 “zwaar opgeblazen en economisch onverantwoord” is.
Volgens hem is er nog altijd geen sprake van het beloofde ‘kenki a systeem’. “Ik zie geen begin van hervorming. Het is een voortzetting van hetzelfde beleid, waarbij te veel wordt uitgegeven en te weinig geïnd.” Het begrotingstekort van meer dan SRD 10 miljard noemt hij “ongehoord” voor de omvang van de economie van Suriname. De overheid geeft volgens hem, structureel veel meer uit dan zij verdient, terwijl de belastinginning zwak blijft door onderbemande en slecht functionerende diensten.
Ramautarsing wijst op structurele verspilling bij ministeries en staatsbedrijven. Een opvallend voorbeeld is de flinke verhoging van de Owru Yari-budgetten op de ministeries. In 2023 werd gemiddeld rond SRD 250.000 per ministerie begroot voor jaarafsluitingsvieringen. Terwijl er geen geld is, verhoogde de Raad van Ministers dit tot SRD 2,5 miljoen per ministerie — een toename van tien keer. De president voerde daarna een correctie door, en bracht het bedrag terug tot SRD 500.000, maar dat is nog steeds tweemaal zoveel als het voorgaande jaar.
Volgens Ramautarsing wordt deze correctie gepresenteerd als bezuiniging. “Maar het blijft een verdubbeling van de vorige kosten. Het feest gaat gewoon door.”
De overheid blijft volgens hem, ver boven haar stand uitgeven, terwijl de belastinginning en controleapparaten zwak functioneren. Ramautarsing pleit voor versterking van de belastingdienst en douane, maar ook voor een betere controle op productiegebieden in het binnenland. “Aan de uitgavenzijde moet je met een fijne kam door alle ministeries. Er zitten tientallen posten in, die niks bijdragen. Staatsbedrijven die al jaren niet functioneren, krijgen nog steeds subsidie. Kijk maar naar de Melkcentrale, die op verlies draait en kampt met diefstal, maar toch 25 miljoen subsidie ontvangt.” Volgens Ramautarsing is het niet langer verantwoord om dergelijke activiteiten in staatshanden te houden. “Er zijn particuliere melkproducenten die het beter doen. Waarom moet de staat zo dominant zijn in de economie? Laat het over aan het bedrijfsleven”, zegt hij. Ook andere staatsbedrijven die feitelijk zijn opgeheven, maar nog op de begroting staan, zouden volgens hem, direct moeten worden geschrapt of verkocht. “De Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM) moet je ook privatiseren.’’
Het is zegt Ramautarsing, ook onbegrijpelijk dat het ministerie van Buitenlandse Zaken, achttien buitenlandse posten wil behouden, en zelfs plannen heeft om twee nieuwe te openen. “Deze posten leveren niks op. Je kan de helft tijdelijk sluiten en miljoenen besparen. Als ze weer genoeg geld hebben, dan weer heropenen. Maar men durft niet te kiezen, terwijl er meer dan SRD 10 miljard tekort is, wil men loyalisten accommoderen.”
Het gebrek aan een zichtbare beleidswijziging baart Ramautarsing zorgen. ‘’Voor mij begint ‘kenki a systeem’ bij het verkleinen van het staatsapparaat en het herscholen van ambtenaren, zodat zij kunnen doorstromen naar de particuliere sector, met name richting de olie- en gassector. Bedrijven zullen straks personeel tekortkomen. Als de overheid blijft vasthouden aan een opgeblazen ambtenarenapparaat, dan rem je de ontwikkeling.”
Hij benadrukt dat Suriname een modern local content beleid moet opzetten om lokale bedrijven klaar te stomen voor de eisen van de olie-industrie. ‘’Certificerings-trajecten en kwaliteitsnormen zijn noodzakelijk en moeten door de overheid worden gefaciliteerd, want de meeste bedrijven kunnen dat niet zelf betalen. De staat moet trainingen en certificering subsidiëren. Anders gaat Suriname dezelfde fouten maken als Guyana”, waarschuwt hij.
Over het begrotingstekort, de koers en de buitenlandse schuld is Ramautarsing evenmin gerust. Volgens hem hangen de drie risico’s nauw samen. “Het grote begrotingstekort zet de koers onder druk. De overheid blijft lenen om de koers kunstmatig laag te houden. De Centrale Bank intervenieert voortdurend en gebruikt de geleende reserves, die eigenlijk onaantastbaar moeten zijn. Het is geen monetair evenwicht, het is kunstmatige controle van de koers door dollars op te eten.” Hij wijst erop, dat de inflatie richting 14 procent stijgt, na eerder naar 10 procent te zijn gedaald. ‘’Voor degenen die dit jaar minder dan 14 procent salarisverhoging hebben gehad, betekent dat je ook in 2025 verder bent verarmd.’’ Volgens hem is er sprake van schijnrust op de valutamarkt. “De koers is stabiel, omdat de Centrale Bank ingrijpt, niet omdat de economie gezond is. Het vertrouwen van burgers in de SRD is matig. Mensen blijven zekerheid zoeken in valuta.”
Ook over de buitenlandse schuld is er onduidelijkheid. ‘’De regering heeft nooit uitgelegd, hoe de recente transactie met de Bank of America precies in elkaar zit, waarbij 1,6 miljard USD werd geleend om de Oppenheimer-schuld af te lossen’’, aldus Ramautarsing. “We weten niet of onze schuld is toegenomen, noch of de rente is verhoogd. Er is geen verslag, geen publicatie, geen eenduidige uitleg. We wachten nog steeds op transparantie. Dat is niet alleen door al die zes partijen beloofd, het volk heeft er recht op.’’
Volgens hem worden op vrijwel elk departement uitgaven gedaan, die niet noodzakelijk zijn. ‘’Met één maatregel kan de regering al bereiken dat 2026 economisch stabieler wordt: direct bezuinigingen op alle ministeries en medewerkers klaarmaken voor de private sector.”


