H.F. de Ziel Stichting waarschuwt voor sluipende erosie van cultuursector

De discussie over de staat van de Surinaamse cultuursector is de afgelopen jaren nadrukkelijker op de voorgrond komen te staan. Kunst, erfgoed en creatieve expressie vormen een belangrijk fundament van de nationale identiteit en dragen bij aan sociaal-economische ontwikkeling. Toch groeit in brede kring de zorg dat dit fundament ernstig onder druk staat. Volgens betrokken organisaties is het culturele landschap versnipperd geraakt, ontbreekt duurzame ondersteuning en is de infrastructuur op cruciale punten uitgehold.

In die context richt de Henri Frans de Ziel Stichting, vernoemd naar dichter Trefossa, zich met een open brief tot de regering. De stichting geldt als een van de actieve pleitbezorgers van cultureel erfgoed en artistieke ontwikkeling in Suriname. Met de brief wil het bestuur aandacht vragen voor wat het omschrijft als een “snelle en merkbare achteruitgang” van de sector en pleit het voor een structurele koerswijziging in het nationale cultuurbeleid.

Uit de evaluatie die de stichting maakte van de afgelopen tien jaar komt naar voren dat er volgens haar geen heldere nationale cultuurpolitiek is gevoerd. Hierdoor is er ook geen duurzaam, toekomstgericht beleid tot stand gekomen. Daarnaast bestaan er op dit moment geen scherp geformuleerde nationale doelstellingen voor de cultuursector, terwijl cultuur volgens de stichting een beleidsgebied is dat samenhang vertoont met talloze andere ontwikkelingssectoren. Een van de opvallende constateringen in de brief is dat Suriname behoort tot de weinige landen zonder een uitgewerkt internationaal cultuurbeleid.

Volgens de stichting blijft daarmee een belangrijke diplomatieke en economische kans liggen. “Cultuur vertelt een verhaal waar anderen zich aan kunnen relateren,” schrijft het bestuur. De kracht van cultuur zou volgens hen beter benut moeten worden in de buitenlandse politiek en geïntegreerd moeten worden in besluitvorming over duurzaamheid en duurzame ontwikkeling.

De stichting benadrukt dat cultuur niet alleen intrinsieke waarde heeft, maar ook een concrete bijdrage levert aan duurzame werkgelegenheid, creatieve bedrijvigheid en toerisme. Een levendig cultureel klimaat versterkt volgens de brief de vitaliteit van een samenleving. Tegelijkertijd draagt kunst en erfgoed bij aan identiteitsvorming en maatschappelijke reflectie, waarbij soms ook pijnlijke of onderbelichte geschiedenissen naar voren komen.

Ondanks die brede waarde constateert de stichting dat belangrijke onderdelen van het cultureel erfgoed zoals monumenten, archieven, archeologische vondsten en kunstcollecties onvoldoende worden onderhouden en beperkt toegankelijk zijn, zowel fysiek als digitaal. Hierdoor dreigt essentiële kennis verloren te gaan voor toekomstige generaties.

De brief schetst een somber beeld van sectoren die ooit een bloeiend cultureel leven kenmerkten, zoals muziek, dans, theater, letteren, bibliotheken, beeldende kunst en film. Door structurele knelpunten zijn deze disciplines volgens de stichting vrijwel onzichtbaar geworden in het publieke domein.

Creatief talent krijgt onvoldoende kansen om zich te ontwikkelen, wat volgens het bestuur leidt tot stagnatie en verlies aan potentieel.

Daarbovenop is de relatie tussen cultuurbeleid en samenleving volgens de stichting “nagenoeg onherstelbaar scheefgetrokken” door jarenlang inadequaat benoemingsbeleid. Het directoraat Cultuur wordt omschreven als “politiek geparticulariseerd” en gereduceerd tot een voornamelijk accommodatieve omgeving.

Om de neerwaartse trend te keren, doet de H.F. de Ziel Stichting een concreet voorstel: het instellen van een Nationale Raad voor Cultuur in 2026. Deze raad zou moeten bestaan uit deskundigen uit de kunst-, cultuur- en erfgoedsector en moet richting geven aan een zorgvuldig uitgewerkt nationaal cultuurbeleid, inclusief duidelijke doelstellingen en langetermijnvisie.

Hoewel de stichting aangeeft niet namens de gehele cultuursector te spreken, stelt zij dat de geuite zorgen en aanbevelingen wijd gedragen worden. Het bestuur laat weten bereid te zijn de regering in een persoonlijk onderhoud nader te informeren over de bevindingen en voorstellen.

More
articles