‘Een veroordeelde moordenaar loopt nog vrij rond, gerechtigheid blijft onvoltooid’

Stichting 8 december 1982:

Op maandag 8 december heeft bij het nationaal monument Bastion Veere, de 43ste herdenking plaatsgevonden van de Decembermoorden. In een toespraak namens de nabestaanden en de samenleving, werd opnieuw de nadruk gelegd op de onverminderde pijn en op de noodzaak van volledige uitvoering van de rechterlijke vonnissen.

“Op 8 december 1982 werden hier vijftien mannen vermoord. Vijftien levens, vijftien families, vijftien stemmen die werden gesmoord”, zei Sunil Oemrawsingh, voorzitter van de Stichting 8 december 1982. “Vandaag herdenken wij hen, en wij erkennen het diepe leed dat deze misdaad heeft veroorzaakt. Herdenken is een morele plicht en een belofte dat zulke gruweldaden nooit meer mogen plaatsvinden. Uw moed, uw doorzettingsvermogen en uw onvermoeibare streven naar gerechtigheid zijn bewonderenswaardig. De kracht van een samenleving ligt niet in het zwijgen, maar in het blijven eisen van waarheid en recht.”

Tegelijk werd met klem gewezen op de nog openstaande uitvoering van het vonnis in het 8 decemberstrafproces. “Gerechtigheid verliest haar betekenis als veroordelingen niet worden uitgevoerd. Er is nog steeds een veroordeelde moordenaar voortvluchtig. Dat is een pijnlijke realiteit die ons allen raakt en het vertrouwen in de rechtsstaat ondermijnt. Misdragingen tegen de menselijkheid verdienen geen genade, geen gratie en mogen nooit worden vergoelijkt door politieke druk of partijbelangen.”

Er werd ook verwezen naar de woorden van president Jennifer Simons, die in september 2024 als partijvoorzitter stelde: “Wan rechterlijke macht fu wan kondre no musu de ondrofutu fu wan partij” – de rechterlijke macht mag nooit ondergeschikt zijn aan één partij. “Alleen een sterke, onafhankelijke rechtsstaat kan garanderen dat gerechtigheid geen speelbal wordt van politieke willekeur.”

Speciaal werd stilgestaan bij het gebaar van koning Willem-Alexander, die de Nederlandse ambassadeur expliciet opdracht gaf, gisteren een krans te leggen. Dit werd verwelkomd als blijk van wederzijds respect en sluit aan bij de jaarlijkse steun van de ambassades van de Verenigde Staten en Frankrijk voor mensenrechten en gerechtigheid in Suriname. De plechtigheid eindigde met een minuut stilte, het neerleggen van kransen en bloemen, en de gezamenlijke belofte: “Vandaag herdenken wij, en wij beloven ons in te zetten voor een Suriname waarin zulke tragedies zich nooit meer kunnen herhalen.”

 

More
articles