Wan Okasi: ‘Al decennialang worden mensen met een beperking uitgesloten van de arbeidsmarkt’

Stichting Wan Okasi heeft in verband met de Internationale Dag van de Mens met een Beperking, opnieuw de aandacht gevestigd op een structureel probleem dat volgens de organisatie, al decennialang wordt genegeerd. Volgens de stichting ontbreekt tot nu toe een helder beeld van het aantal mensen met een beperking in Suriname en de economische gevolgen daarvan.

Voorzitter Aniel Koendjbiharie stelt in een verklaring, dat het land daardoor niet alleen kansen laat liggen op het gebied van inclusie, maar ook jaarlijks een aanzienlijk economisch potentieel misloopt. Terwijl internationale normen uitgaan van tienduizenden personen met een beperking, blijven velen in Suriname volgens hem, onzichtbaar door een gebrekkig registratiesysteem en achterblijvend beleid.

De verklaring luidt als volgt:

‘Kan de mens met een beperking bijdragen aan de economie?

Voor wie eerlijk durft te kijken, is het antwoord eenvoudig: Ja. En het feit dat deze vraag anno 2025 nog gesteld moet worden, is een probleem op zichzelf. Waar zijn onze mensen? Internationale normen suggereren dat Suriname ongeveer 50.000 personen met een beperking zou moeten hebben. Maar bij SoZaVo, waarvan we al jaren weten, dat het bestand vervuild is, staan slechts 12.000 mensen geregistreerd, Stel dat ongeveer 4.000 daarvan géén beperking hebben. Dan blijven er zo’n 8.000 echte gevallen over. Als dat werkelijk zo is, dan zou Suriname één van de laagste percentages ter wereld hebben.

Maar iedereen voelt aan: die cijfers kloppen niet. De realiteit is hoogstwaarschijnlijk dat het werkelijke aantal veel hoger ligt. Daarom heb ik in mijn analyse een voorzichtige, maar rea-listische schatting genomen: niet 50.000, maar minstens 25.000 Surinamers met een beperking. En zelfs met dat voorzichtige getal blijft de vraag pijnlijk: Waarom zien wij deze mensen niet? Hoe kan het dat een groot deel van onze eigen bevolking onzichtbaar blijft? Het antwoord is simpel: Suriname heeft geen degelijk registratiesysteem, geen structurele monitoring en geen consistent beleid.

Wat betekent dat economisch? Een enorme gemiste kans. Laten we uitgaan van die 25.000 mensen. Als 5.000 door de ernst van hun beperking niet kunnen werken, betekent dat dat minstens 20.000 Surinamers wél zouden kunnen werken, mits de randvoorwaarden worden gecreëerd.

Maar dat gebeurt al vijftig jaar niet. We voeren een beleid dat mensen afhankelijk houdt in plaats van zelfstandig. Decennia in dezelfde rij, voor dezelfde hulp, voor hetzelfde minimale resultaat. Het is een systeem dat armoede in stand houdt in plaats van doorbreekt. En hierdoor verliest iedereen:

  • 20.000 mensen blijven onnodig afhankelijk.
  • De samenleving moet elk jaar meer geld uitgeven aan ondersteuning.
  • Het bedrijfsleven mist 20.000 potentiële klanten en arbeidskrachten.
  • Families raken overbelast.
  • De staat loopt belastinginkomsten mis.

Dit is geen klein probleem. Het is een structureel economisch verlies dat Suriname zich eigenlijk niet kan permitteren. Kunnen personen met een beperking werken? Ja, als we ze eindelijk die kans geven. Mensen met een beperking hebben talenten, vaardigheden en motivatie. Wat ontbreekt, zijn de randvoorwaarden: hulpmiddelen, begeleiding, fysieke toegankelijkheid, aangepast vervoer, aangepaste werkplekken. Met ondersteuning kunnen duizenden mensen met een beperking prima functioneren in het arbeidsproces. En met de komst van kunstmatige intelligentie vallen barrières weg die vijf jaar geleden nog onoverbrugbaar leken.

Wat gisteren een beperking was, hoeft vandaag geen beperking meer te zijn. De beperking ligt niet in de mens, maar in het beleid dat al vijftig jaar weigert zich te vernieuwen. Ook het bedrijfsleven kan niet langer wegkijken. Er wordt veel geklaagd over een tekort aan personeel. Maar een groep van 20.000 potentiële arbeidskrachten blijft buiten beeld. Werkgevers investeren nauwelijks in toegankelijkheid of in begeleiding en zo blijft een waardevolle groep structureel onbenut. Een moderne economie kan zich dat niet veroorloven.

Tot slot

Het gaat niet om liefdadigheid. Het gaat om ontwikkeling, menswaardigheid en economie. De mens met een beper-king is geen kostenpost, maar een krachtige economische waarde die Suriname al veel te lang negeert. Zolang wij niet investeren in deze groep, blijft niet zij achter, maar Suriname zelf.´

More
articles